“In de winkel komt van alles”, zegt Koen*, al dertien jaar vaste medewerker. “Toeristen die in de buurt rondwandelen en binnenlopen, en dan geschokt zien dat er nog zo’n walhalla van boeken bestaat. Ze kijken hun ogen uit; Aziatische bezoekers blijven soms uren rondhangen. Buitenlanders kopen vooral ansichtkaarten, prenten, oude kaarten van de stad. Hetzelfde geldt voor Nederlandse dagjesmensen.”

Veel vaste klanten zijn er ook. “Bijna allemaal mannen, die soms al decennia langskomen. Die hebben in onze online catalogus iets gezien. Soms kopen ze één roman, soms lopen ze met stapels boeken de deur uit. Eén mijnheer uit Maastricht is zeer geïnteresseerd in munten. Daar hebben we dertig meter boeken van: eens in de zoveel tijd komt hij er speciaal voor langs. Een ander is een plantenman, die in de bibliotheek van de Heimans en Thijsse Stichting werkt. Hij weet alles van botanie en is fanaat geïnteresseerd in oude kruidenboeken, bijvoorbeeld. Hij mag ook in de afgesloten delen van de winkel. Dan zit hij een paar uur in de kelder en komt hij blij naar boven als hij weer iets bijzonders gevonden heeft.”

Kok begon in 1945 als ‘Boeken-Toko A. Kok’ in Oude Hoogstraat 3 en is in de loop van 75 jaar drie keer verhuisd, maar altijd in de Oude Hoogstraat gebleven. Op Oude Hoogstraat 3 zat al in 1837 een winkel: J.D. Jacobson adverteerde in het Algemeen Handelsblad met zijn zaak De Stad Sedan, waarin hij “een fraaij Assortiment Lakens, Broeken, Vesten, en Cloaken [mantels, red.]” te koop aanbood. Allerlei andersoortige winkels volgden, tot en met de parfumeriezaak van de zussen Jeannette en Clara Levie, die in 1942 sloot. De twee zussen werden in 1943 in Auschwitz en Sobibor vermoord. Het pand bleef leegstaan, tot Antonio Kok er eind 1945 tweedehands boeken ging verkopen.

Boeken-Toko

Antonio Kok werkte als stuwadoor in de Amsterdamse haven, maar hij was een liefhebber van boeken en wilde daar zijn brood mee verdienen. Zijn uit de Spaarndammerbuurt afkomstige ouders hadden in het begin van de 20ste eeuw een tijd hun heil gezocht in het Argentijnse Santa Fé, waar Antonio in 1910 was geboren – vandaar zijn Spaanse voornaam. Ze waren in 1912 teruggekeerd naar hun oude buurtje. Op 11 december 1945 zette Kok zijn eerste advertentie: “Alle soorten boeken te koop gevraagd. Boeken-Toko, A. Kok, Oude Hoogstraat 3”. Het jaar daarop schreef hij het bedrijf in bij de Kamer van Koophandel; 1946 geldt dan ook als het officiële jaar van oprichting.

Zijn collectie stelde hij samen met aankopen van particulieren en van winkels die hun onverkochte en gedateerde voorraden kwijt wilden. De eerste jaren verkocht hij vooral tweedehands romans, kinderboeken en populairwetenschappelijke boeken. Dames (het waren meestal dames) van bibliotheken kwamen bij hem romans en kinderboeken uitzoeken. De Gemeentebibliotheek van Rotterdam was de beste klant en ook de Provinciale Bibliotheekcentrale Utrecht bestelde veel. Zelfs de gemeentebibliotheek van Gent kwam langs, maar die nam altijd slechts één boek per keer.

De voorraad en de omzet groeiden. Kok keek uit naar een groter pand en vond dat in 1951 vrijwel recht tegenover op Oude Hoogstraat 4, het tweede huis vanaf de hoek met de Oudezijds Achterburgwal. Het gezin Kok ging boven de winkel wonen. In 1958 markeerde de opening van een filiaal op nummer 10 – opnieuw wegens ruimtegebrek – het begin van het antiquariaat. Dit nieuwe onderdeel van de Boeken-Toko kwam onder de hoede te staan van Han Schwithal, die een antiquarische achtergrond had. Zijn komst kwam de Boeken-Toko later nog op een andere manier ten goede.

Antiquariaat

Jarenlang adverteerde Kok met een simpele boodschap: “Alle boeken gevraagd”. Het was de eerste jaren fysiek hard werken. Wekelijks reisde hij per trein naar Haarlem, Den Haag en Utrecht om verse voorraad te vinden. Twee grote koffers vol boeken mee sjouwde hij mee terug. De aanschaf van een Hillman – een Britse auto met karakteristieke houten wanden – in de jaren vijftig maakte het werk lichter. Omdat Antonio de meeste dagen van de week onderweg was, was het Karel Zwarthoofd die de winkel draaiende hield. Slechts weinigen wisten dat Antonio de eigenaar was.

Ook het werk in de winkel zelf was arbeidsintensief. Kok gaf wekelijks een gestencilde catalogus van romans uit en eens per maand een lijst van kinderboeken, later ook van populairwetenschappelijke boeken. De acht werknemers moesten stencilen, vergaren, vouwen, nieten, postzegels plakken, boeken verwerken, beprijzen en weer uitzoeken. Zes dagen in de week, de vrije zaterdag bestond nog niet.

Antonio’s zoons Ton en Rob hielpen als kind vaak in de winkel met de catalogus, en begin jaren zestig traden de twee toe tot het bedrijf. Met hun extra mankracht maakte Boeken-Toko Kok een groeispurt door. Intussen bloeide er een romance op tussen zoon Ton en Han Schwithals dochter Marga. Na het vertrek van Rob kregen Ton en Marga de leiding (hun kinderen Sascha en Sander vormen tegenwoordig de directie van het antiquariaat). De oude naam Boeken-Toko Kok dekte toen de lading niet meer: in oktober 1968 ging de zaak verder als Antiquariaat A. Kok. De uitbreiding van het assortiment met antiquarische titels noodzaakte op den duur om voor de derde keer uit te zien naar een grotere locatie. Die werd gevonden in 1974: Oude Hoogstraat 14 tot en met 18. Eén weekend lang zijn de drie winkels tegelijk open geweest.

Volkswarenhuis

De nieuwe locatie had een interessante geschiedenis. Hier begon Jacob Mendels in 1896 op de begane grond van drie huizen een Modebazar. Een kwart eeuw later nam de Maatschappij tot Exploitatie van Volkswarenhuizen de panden over, om ze te slopen en er een groot nieuw gebouw neer te zetten, ontworpen door architect Leon Klaphaak. Het Volkswarenhuis verkocht bedden, manufacturen en dergelijke, met de doelstelling de gewone man te behoeden voor prijsopdrijvingen door fabrikanten. Op de gevel kwam ‘Amsterdam Volkswarenhuis Rotterdam’ te staan; de huisnummers 14-16-18 bleven gehandhaafd. Alle goede bedoelingen ten spijt rustte er geen zegen op de ideële onderneming, want reeds een jaar na de opening op 17 maart 1923 werd het pand te koop gezet. In juli 1926 ging de complete winkelinventaris onder de hamer.

Lang stond het gebouw echter niet leeg. Een nieuw en modern bedrijf had er zijn oog op laten vallen: het grootwinkelbedrijf Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij, kortweg HEMA. De eerste HEMA-winkel was op 4 november 1926 in de Kalverstraat geopend; negen dagen later stroomde ook in het filiaal Oude Hoogstraat het publiek naar binnen. Een van de medewerkers was als hoofd inkoop de vader van Felix Rottenberg, columnist van dit blad. In 1936 verhuisde deze HEMA wegens tegenvallende verkopen naar de Nieuwendijk. Weer tien jaar later begon Marcus Olman in het pand een bedrijf in damesconfectie en bont. Na zijn dood in 1965 zat er een stoffengroothandel, tot die vertrok naar het Confectiecentrum aan het Koningin Wilhelminaplein.

Kok kocht het grote pand in 1974 en liet de enorme ruimte verbouwen voor de opslag van de vele duizenden boeken. Het antiquariaat had nu 1500 vierkante meter tot zijn beschikking, verdeeld over vijf verdiepingen. Meer dan genoeg om het enorme assortiment systematisch te kunnen indelen in rubrieken en specialistische sub-rubrieken – architectuur, biologie, geschiedenis, klassieke archeologie, kunst, Olympische Spelen, enzovoort. Ton Kok was ook enige tijd eigenaar van het veilinghuis Van Gendt Book Auctions, en kocht de voorraad van diverse bekende antiquariaten op, zoals van antiquaar Hendrik Daniël Pfann III (lees ‘Henk Pfann de laatste’, Ons Amsterdam, juni 2009) en de winkelvoorraad van Simon Emmering.

Internet

In 1978 trad Antiquariaat A. Kok toe tot de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren (NVvA). De toelatingseisen zijn streng: de leden moeten grote vakkennis hebben en van onbesproken gedrag zijn. De NVvA stond in 1948 mede aan de wieg van de International League of Antiquarian Booksellers. In dat kader bezocht Ton Kok vanaf 1978 tal van buitenlandse beurzen en winkels; in 2002 werd hij voorzitter van de NVvA.

De verkoop via het internet heeft een grote vlucht genomen. Op de website staan 60.000 titels in negentig categorieën, van Afrikaanse kunst, duiven, hoenders en honden, via meubels, mollusken en mycologie tot smeedkunst, tapijten en zeezoogdieren. Koen: “Mensen denken wel eens dat het internet ons de nek omdraait, maar zo is het niet: zonder zouden we niet meer bestaan. Een deel van wat we inkopen komt in de winkel op de plank, voor een paar euro, maar het meeste zetten we online. Daarmee bereik je de hele wereld.”

Het boekenaanbod is tegenwoordig enorm, zegt Koen. “We worden echt overspoeld. Per dag krijg ik tussen de vijf à vijftien telefoontjes en mailtjes van mensen die hun kasten opruimen of van nabestaanden die zijn opgescheept met ‘een huis vol boeken’, wéér vijftien Lundiakasten met Nederlandse literatuur. Dat kopen we niet aan. Wij hebben twee panden, bij elkaar negen etages, en die zitten vol. Wel geïnteresseerd zijn we in bijzondere partijen.

“Twee jaar geleden bijvoorbeeld een vrachtwagen vol dozen over auto’s, van een mijnheer die sinds zijn 18de alles over auto’s en gemotoriseerd vervoer had verzameld. Van hele vroege publicaties tot moderne overzichtswerken. Sommige gaan gewoon voor minder dan een tientje op de plank, maar er zijn erbij waar we wel € 1000,- voor kunnen vragen. Elke twee weken wordt de online catalogus geüpdatet. Onder autogekken gaat dan op beurzen en op blogs het vuurtje rond dat er bijzondere dingen te krijgen zijn, bij die winkel uit Amsterdam.”

Januari/Februarinummer 2021

Beeldbron: Collectie Kok. De drie panden brede pui met in grote letters ‘Amsterdam Volkswarenhuis Rotterdam’.