Hahn werd in 1877 in Groningen geboren en verhuisde in 1896 naar Amsterdam, waar hij een opleiding volgde aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid. Vanaf de eeuwwisseling ging Hahn zich gewapend met pen en potlood actief inzetten bij de SDAP in de strijd tegen onderdrukking en onrecht van voornamelijk de arbeiders. Hahn tekende voor Het Volk en voor het politiek-satirische tijdschrift De Notenkraker, het zondagse supplement van Het Volk dat vol stond met socialistische spotprenten. Doelwit waren voornamelijk het kapitalisme, militarisme en de antirevolutionaire theoloog Abraham Kuyper.

Spotprent over de meeting voor het staatspensioen op 13 september 1914 in Amsterdam:

Voortekening voor een spotprent op de afgezette vorsten met als titel ‘Een vak waar de klad in is’ uit 1917:

Een spotprent op de vakbonden met het opschrift: '"De vrije tot den patroon, wijzende op de modern georganiseerden: "Als het tegen hem gaat, kunt U geheel op mij rekenen"'.

In 1918 overleed Hahn aan de gevolgen van tuberculose, en in 1919 werd op 28 september bij zijn graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats het monument onthuld. Een arbeidersgezin dat werd voorgestuwd door de beschermheilige genius en waarop de tekst ‘De arbeiders aan Albert Hahn 17 maart 1877 - 3 augustus 1918’ prijkte.

Header: Collectie Stadsarchief Amsterdam