Het Monument van Eendracht op de Dam

In augustus 1831 vond de Tiendaagse Veldtocht plaats onder leiding van koning Willem I der Nederlanden. De tocht werd ondernomen om met harde hand de Belgische Opstand te onderdrukken. Uiteindelijk leidde de opstand tot de onafhankelijkheid van België. In 1852, eenentwintig jaar later, vormden drie leden van de Vereniging Het Metalen Kruis, het plan om een monument ter ere van deze veldtocht op te richten. Bovendien zou het ook symbool komen te staan voor de Nederlandse eendracht en de volksgeest in 1830 en 1831. Tijdens het volksfeest dat in 1856 van 25 tot 29 augustus zou plaatsvinden, werd het monument onthuld door koning Willem III en enkele overlevenden uit het Nederlandse legers. Het feest moest “een feest van vrede en trouw zijn; vrede naar buiten, trouw naar binnen.”

De eerste steen werd op 10 december 1855 gelegd door de Amsterdamse architect Tetar van Elven. Van Elven had de prijsvraag voor de bouw van het voetstuk gewonnen. Het momument had een achthoekige zuil die naar beneden uitliep in een omliggende fontein. Het bovenste gedeelte was een sokkel, waar bovenop het standbeeld stond. Vele symbolen en teksten op de sokkel verwezen naar de eendracht van de Nederlanders tijdens de Veldtocht, zo stonden er aan de verschillende zijden van het monument de woorden: De Waakzaamheid, de Trouw, de Moed, de Voorzigtigheid, de Eendragt en de Kracht. Het standbeeld bovenop de sokkel werd ontworpen door de Vlaming Louis Royer, die eerder ook de standbeelden van Vondel en Rembrandt maakte. Het standbeeld symboliseerde de Nederlandse Maagd.

Heel Amsterdam in rouw, want Naatje gaat op sjouw

Al gauw ging het Monument, in de volksmond Naatje van de Dam heten, of gewoonweg Naatje. Onder het standbeeld van de Nederlandse Maagd stond namelijk de tekst ‘Eendracht der Hollandse Natie’ en het verhaal gaat dat veel Amsterdammers in het woord Natie, het woord ‘Natje’ lazen, wat werd verbasterd tot Naatje, een gebruikelijke bijnaam in die tijd. Met Naatje was het al snel slecht gesteld, het beeld raakte in verval: Naatje’s neus raakte ten dele kwijt, en in 1907 viel de rechterarm van het beeld af. De uitspraak ‘het is naatje’, wat zoveel betekent als ‘het is waardeloos/een mislukking’, lijkt dan ook haar oorsprong te vinden in de vervallen staat van Naatje op de Dam. In 1914 besloot het Amsterdamse gemeentebestuur om het in verval geraakte monument te verwijderen:

Nu gaat Naaije treurig heen

O, noje le heine, ze moet verdwijnen

Nu gaat Naatje van de dam

Ze moet verdwijnen voor de Electrische Tram

Aldus Kleine Piet in het liedje ‘Naatje van de Dam’.

Header: Stadsarchief Amsterdam