Vanaf 1932 richtte de Communistische Partij Holland (CPH) werklozenstrijdcomités (wsc’s) op in arbeidersbuurten door het hele land. Ze kwamen in actie tegen misstanden die werkloze arbeiders na aan het hart (en aan de portemonnee) lagen, zoals bezuiniging op de steungelden, slecht betalende werkgevers en hoge gas- en elektratarieven. De comités werden gepresenteerd alsof ze spontaan ontsproten waren aan de onvrede van de werkende klasse. In werkelijkheid had de CPH de regie vrij strak in handen. Deelname aan deze laagdrempelige buurtcomités moest werkloze arbeiders dichter bij het lidmaatschap van de partij brengen. Hoewel zich relatief weinig werklozen aansloten, bleken de comités niet tandeloos. Het Jordaanoproer (1934) ontstond bijvoorbeeld na een wsc-bijeenkomst op de Rozengracht.

Om arbeidersvrouwen te activeren koos de partij een vergelijkbare, decentrale aanpak. Speciale vrouwenstrijdcomités (vsc’s) richtten zich in Amsterdamse buurten op kwesties die de leefomgeving van de vrouwen raakten. Met name de huisvesting, de kwaliteit van kinderschoeisel en schoolmaaltijden en de wachtrijen bij badhuizen. Ook de opdringerige colportage van NSB-krantjes kreeg veel aandacht. Begin 1935, bijvoorbeeld, voerden de nationaalsocialisten felle colportagecampagnes in Tuindorp Buiksloot (het Blauwe Zand), waar het geregeld tot aanvaringen met antifascisten kwam.

Voor communistische vrouwen was hier een taak weggelegd. Ze werden aangemoedigd om op het goede moment ‘per ongeluk’ kopjes water naar buiten te werpen en ze moesten ook de straat op: “Vrouwen in het Noorden van onze stad, zorg dat je gereed bent als de fascisten komen met lectuur. Ga ze achterna! Bel aan de huizen en vraag de moord-lectuur terug.”

Buurtkrantjes

De vrouwen trokken de wijken in en probeerden met directe actie snelle resultaten te boeken. Als er weer eens een onterecht gekorte steuntrekker geholpen was door een heldhaftig optreden van een vrouwenstrijdcomité, werd dat breed uitgemeten in buurtkrantjes, die de activistes zelf verspreidden. Om de lezeressen te betrekken bij de grotere communistische gedachte, werd er regelmatig bericht over internationale onderwerpen, zoals asielpolitiek, het welvaren van de Sovjet-Unie en de behandeling van antifascistische gevangenen in Duitsland. Het ijverige strijdcomité in Noord aarzelde zelfs niet om in 1935 de Italiaanse consul in Amsterdam een brief te sturen met de eis aan dictator Mussolini om onmiddellijk uit Abessinië (Keizerrijk Ethiopië) te vertrekken. Een antwoord hierop is niet bewaard gebleven.

Midden jaren dertig waren er in ieder geval vrouwenstrijdcomités actief in Noord, de Indische buurt, de Kinkerbuurt, de Oosterparkbuurt, de Haarlemmerpleinbuurt en de Jordaan. De groepen kwamen nadrukkelijk alleen bij elkaar voor werk (het moesten geen theekransjes worden!), maar bij speciale gelegenheden was er ook vertier. Communistisch gezinde artiesten als harmoniegezelschap Avanti, agitproptroep Komsomol, zangeres Lien van Assen, Louis Contran en het antifascistische ballet van Florrie Rodrigo traden op bij grotere bijeenkomsten. Leden van de vsc’s organiseerden ook jongerendagen, met voorstellingen van de kindertoneelgroep De Vrolijke Brigade van Ida Last (de echtgenote van schrijver Jef Last) en het balletgezelschap Dynamo van Ulco Kooistra en Maja Magoby.

Schoolmaaltijden

De gestencilde krantjes van de buurtcomités droegen slagvaardige titels als De vrouwenstrijdkrant tegen oorlog en fascisme of De vrouw in de strijd. De oplages zullen veelal in de honderden hebben gelopen, maar er zijn slechts weinig krantjes die de weg naar een archief hebben gevonden. Opruiend proza in communistisch strijdjargon domineerde de pagina’s.

Zo luidde de conclusie van een artikel over de slechte behandeling van een jonge arbeider in Veenhuizen: “Arbeidersvrouwen, moeders, als wij bovenstaande aanklacht lezen, gloeit er dan niet een gloeiende haat tegen de onderdrukkers en hun verrot systeem, dat de bloesem van ons leven vergiftigt? Laat die aanklacht niet tevergeefs zijn. Het antwoord van ons moeders is onverzoenlijke klassehaat tegen die onderdrukkers met hun klassejustitie.” Het is niet verwonderlijk dat de comités en enkele actieve medewerksters in geheime rapporten van de nationale Centrale Inlichtingendienst figureren.
Het comité in Noord had het meest in z’n mars. De vrouwen brachten diverse onderwerpen aan in de gemeenteraad, zoals het voorstel om een ziekenhuis in Noord te bouwen. De ambulances moesten immers met de pont het IJ oversteken om de hulpbehoevenden te bereiken, wat voor de nodige problemen zorgde.

Begin 1935 stond de kwaliteit van de schoolmaaltijden op de agenda. Voor de communistes was dit onderwerp prijsschieten, want het stadsbestuur had er net flinke bezuinigingen op doorgevoerd. In het communistische dagblad De Tribune was al flink over de kwaliteit van het eten geklaagd. De NSB sloeg munt uit de situatie door bij scholen gratis snert uit te delen. Het was de hoogste tijd voor een linkse aanval op de slechte schoolvoeding: “Moeders, arbeidersvrouwen, kent je taak, vecht voor je kinderen!”

Enquête

Op 22 februari verscheen in de Vrouwenstrijdkrant in Noord een ophitsend artikeltje met de titel ‘Kinderen krijgen bij de schoolvoeding hun buik niet vol’. Leerlingen zouden maar liefst drie keer per week rijst moeten eten (in werkelijkheid was dat maximaal twee keer per week, de communistes overdreven dus een beetje). De ene dag dat er stamppot op het menu stond, was die “dun als water”. Terwijl de rijke heren zich vijfgangenmaaltijden lieten serveren, stierven arbeiderskinderen bijna van de honger!
De week daarop kregen kinderen van minstens elf verschillende openbare scholen in Noord dit krantje toegestopt in een gesloten envelop. Er was een enquêteformulier bij gevoegd waarop moeders al hun grieven over het schoolvoedsel kwijt konden. Mejuffrouw Johanna Meulemans, die de verspreiding bij de openbare IJboschschool aan de Meeuwenlaan voor haar rekening nam, werd gesnapt door de directeur. Hij wilde graag weten wat ze uitdeelde. Johanna zei dat ze dat zelf ook niet wist, maar dat ze helaas geen exemplaar aan de directeur kon verstrekken. Toen hij haar verder uitdelen wilde verbieden, verklaarde ze dat dit niet kon, omdat ze op de openbare weg stond. De directeur moest met lede ogen aanzien hoe de naar huis lopende kinderen enveloppen in de hand geduwd kregen.
Twee schooldirecteuren stuurden het krantje door naar de wethouder van onderwijs. Moest er actie worden ondernomen? In het weekmenu zijn de drie vermelde rijstgerechten gemarkeerd met een streep. Rijst, nota bene! Een van de hoofdingrediënten voor het Aardappeloproer van 1917 en in 1935 nog altijd geen geliefde arbeiderspot. Een nieuw voedseloproer was in deze barre economische tijden niet denkbeeldig. Arbeidersvrouwen mokten al tijden over de tekorten in hun keukens. Volgens De Tribune liet de ‘bourgeoisie’ gewassen massaal vernietigen om de prijzen kunstmatig op te drijven. Bovendien was kameraad Bertha de Vries – een van de aanvoersters van het Aardappeloproer – een veelgevraagd spreekster voor de vrouwencomités.

Elastiekjes

De ambtenaren moeten, met het Jordaanoproer nog vers in het geheugen, nattigheid gevoeld hebben. Alsof de situatie nog niet zorgwekkend genoeg was, werden er op 7 maart ook nog elastiekjes gevonden in de andijviestamppot van de Floraschool (aan de gelijknamige weg). Het bewijs ging met stamppotresten en al linea recta naar de wethouder.
Een spoedonderzoekje onder de leidsters van de eetlokalen in Noord moest helderheid verschaffen. Er bleken eigenlijk nauwelijks klachten binnen te komen over de kwaliteit van het eten. De meegegeven enquêteformulieren hadden ook slechts minimaal effect gehad op de moeders of de kinderen: alleen de leidster van de lagere school in de Ribesstraat bespeurde iets meer onrust dan normaal. Er werd besloten geen verdere actie te ondernemen. Terwijl in een lade van het stadhuis de klomp elastiekjes en stamppot langzaam uithardde, bleef de revolutie uit – ook op de scholen in Noord.

In het najaar van 1936 werd het stil rondom de vrouwenstrijdcomités. Ze verdwenen uit de kolommen van De Tribune en lieten ook geen sporen meer na in de lokale politiek. Waren ze niet succesvol genoeg? Heeft de partij ze een stille dood laten sterven? Met onder andere een speciale vrouwenrubriek in de partijkrant bleven de communisten vrouwen aansporen om zich in te zetten voor de goede zaak.

Beeld: Envelop met hapje schoolvoeding vol elastiekjes, Collectie Stadsarchief Amsterdam Oktobernummer 2019