De reacties van de pers op het nieuwe station zijn op zijn best gemengd. Een journalist van Het Vaderland hekelt het gebrek aan daglicht in het bureau van de kaartverkoop, en de bedompte lucht op de perrons: ‘Aan de ventilatie der wachtkamers schijnt niet gedacht.’ Zijn collega van De Tijd noemt de verlichting op de perrons ‘bepaald niet schitterend’.

Via ingezonden brieven in de krant laten ook de Amsterdammers van zich horen. Zo klaagt een anonieme schrijver over de prijs van het tramritje Dam-Centraal Station. Zeven en een halve cent ‘is voor dat kleine stukje buitenspoorig’ veel. Ene W. Melgerd stoort zich aan de Europese kaart die in de wachtkamer derde klasse op de muur hangt. Hij vraagt zich af waarom de plaatsnamen niet in het Nederlands, maar in het Duits worden weergegeven: Aachen in plaats van Aaken, Berlin in plaats van Berlijn. Melgerd vindt dat ‘onpatriottisch’: ‘Men had een goede Hollandsche kaart moeten maken en de vreemde namen er niet bij moeten plaatsen.’

Wel tevreden is men over de ‘Hollandsche zindelijkheid’ van het stationsrestaurant en de allure van de ijzeren bekapping. Zoals de reportage in Het Vaderland besluit: ‘Bij vele gebreken, is en blijft het station in zijn geheel een schoon gebouw.’

Beeld: Het Centraal Station in 1889. Stadsarchief Amsterdam.

Beeld: Het Centraal Station in aanbouw, 1888. Stadsarchief Amsterdam.