"De gymnastiekleraar op school was erg eerlijk, en daardoor liep Kees geregeld bij de eerste drie van de rij; en toen op een keer de gymnastiekmeester vroeg: ‘Wie kan er woensdagmiddag een boodschap voor me doen?’ en zowat álle jongens d’r vinger opstaken, toen wees-ie meteen hem, Kees, aan.
Het was een fijne boodschap. Met een briefje naar het 'Turngebouw'. Daar werd-ie in de grote zaal gelaten, een reuzenzaal met ééuwig-hoge rekstokken, en uit een apart hok haalde de conciërge twee schermmaskers en een hele bos van die rare dikke handschoenen en een bos slappe degens. Dat moest naar de gymnastiekmeester z’n huis. 'Haal d’r geen kunsten mee uit, hoor,' zei de conciërge. Kees glimlachte: hij vond de gedachte alleen al iets als heiligschennis en het hoofd vol glorie begon hij z’n tocht."

De 'reuzenzaal' is 39 meter lang, 13 meter breed en 9.50 meter hoog, meldde het Algemeen Handelsblad vol ontzag op 4 november 1887.
Na 1960 werd er steeds minder geturnd in dit gebouw, omdat er elders veel betere accommodatie beschikbaar kwam. Daarom besloot de Maatschappij voor Turnhallen het pand te verhuren aan de Stichting Jeugdtheater Amsterdam (in 1971 opgericht door Hans Snoek, eerder oprichtster van het Scapinoballet) Die opende er in april 1978 Jeugdtheater De Krakeling. Maar boven de rechter buitendeur staat nog steeds 'Turnzaal' te lezen.

Foto: Turnzaal Amsterdam Collectie Stadsarchief Amsterdam