Annexaties 1921. Ransdorp. Achtergebleven gemeente

Altijd lagen de verschillende dorpen binnen de gemeente Ransdorp met elkaar overhoop. Tot Amsterdam in de 20ste eeuw zijn oog liet vallen op een deel van het gebied.

 

In 1907 ontving de gemeente Ransdorp een brief van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland met de mededeling dat Amsterdam wensen had geuit voor uitbreiding. De noordelijke grens van de stad zou flink opschuiven door de inlijving van delen van de gemeenten Oostzaan, Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp. Aan de oostkant had Amsterdam alleen de strook grond aan het IJ op het oog, met de bedoeling die te exploiteren, en kwam de nieuwe gemeentegrens langs de Nieuwendammerdijk en de Schellingwouderdijk te liggen, tot aan de Oranjesluizen. Aan de rest hadden de bestuurders geen behoefte.

Zes jaar later keurden Gedeputeerde Staten het voorstel goed. Ransdorp tekende verzet aan. Men wilde uitdrukkelijk dat de gemeente in haar geheel werd opgenomen. De Ransdorpers leken vooral bang dat Amsterdam alleen het rijkere gedeelte in zou pikken. “Men late óf de gemeente Ransdorp ongerept óf men voege haar geheel bij Amsterdam. Immers, het te amputeren gedeelte dezer gemeente is niet zwak of krank, maar integendeel volkomen gaaf en gezond. En tot amputatie van een gaaf, gezond lid mag men, zo meent de Commissie, niet overgaan!”, schreef een ‘commissie van ingezetenen’. De gedeputeerde legden het protest naast zich neer en spraken zich in het concept-wetsontwerp van 1917 uit voor annexatie van slechts een deel van Ransdorp.

Rumoer

De gemeenteraad kreeg andermaal de gelegenheid te reageren. Visventer Jurriaan Porsius – mijn grootvader – was een van de mannen die de Zuiderzeevissers van Durgerdam in de raad vertegenwoordigden. Hij was in 1911 gekozen en probeerde vaak de ruzies in de raad te sussen. Dat was nodig ook, want de raadsvergaderingen in Ransdorp – zes raadsleden, twee wethouders – verliepen meer dan eens chaotisch. De vertegenwoordigers van de verschillende dorpen hadden vaak botsende belangen. Dan was een raadslid het oneens met een genomen besluit en stuurde hij snel een verzoekschrift naar het provinciebestuur, om zo de eigen gemeente buitenspel te zetten.

Door het gebrek aan een krachtig bestuur kwam er weinig van de grond. De wegen die de dorpen verbonden waren nagenoeg onbegaanbaar, de aanleg van elektriciteit bleef uit. Er was nergens geld voor en de belastingen drukten zwaar op de bewoners. De relatie tussen burgemeester Jules Henri jonkheer Wttewaall van Stoetwegen (1903-1907) en de gemeenteraad was zó slecht dat hij niet in de ambtswoning in Ransdorp wilde wonen. De raadsleden weigerden op hun beurt een nieuwe ambtswoning in Schellingwoude te bouwen, zoals de burgemeester wenste. Ze wierpen elkaar zoveel persoonlijke beschuldigingen voor de voeten dat zijn opvolger, Johannes Kastelein (1907-1914), zelfs de rondvraag afgelastte.

Verslaggevers van de regionale bladen, in het bijzonder van De Waterlander, droegen graag hun steentje bij aan het rumoer. Ze deden van vrijwel alle bijeenkomsten in het raadhuis bijna letterlijk verslag van de bekvechtende bestuurders. Jurriaan Porsius bedankte in 1917 voor een herbenoeming van nog eens vijf jaar. Hij kon de vergiftigde atmosfeer in het vergaderzaaltje niet langer verdragen.

Handtekeningen

Het dorpscafé van Schellingwoude was op vrijdag 19 juli 1918 het toneel van een openbare bijeenkomst ten behoeve van de ingezetenen. De toenmalige burgemeester Hendrik Jan Calkoen was erbij. Uit de verslagen valt op te maken dat de bewoners in de annexatie vooral voordelen zagen. Aanzienlijk betere drinkwatervoorziening en gezondheidszorg. Betere verbindingen met Amsterdam ook. De verwachting was dat er bij een volledige annexatie spoedig een tramdienst tussen Amsterdam en de dorpen zou komen; een ‘elektrische verbinding’ die voor het melktransport in de vroege ochtend uitkomst bood. Er waren zelfs plannen om een spoorlijn door het gebied te laten lopen, aldus de burgemeester. De lijn vanuit Utrecht zou door een tunnel onder het Buiten-IJ langs Durgerdam en Ransdorp gaan in de richting van Zaandam. Ook was er sprake van de aanleg van een groot vliegveld bij Schellingwoude.

Het onderwijs ging erop vooruit, want kinderen konden gemakkelijker naar scholen in de hoofdstad. Ouders buiten Amsterdam moesten tot dan toe voor een opleiding in de stad – als er al plaats was – driemaal zoveel schoolgeld betalen. Werkzoekende arbeiders kregen meer kansen, aangezien de werklozen van het platteland voorheen niet bij de Amsterdamse gemeentewerken werden aangenomen. Ten slotte waren de belastingen in de gemeente Ransdorp erg hoog – die zouden als deel van Amsterdam nu ongetwijfeld omlaaggaan.

Na de bijeenkomst gingen in de hele gemeente lijsten rond waarop de inwoners hun goedkeuring voor annexatie van de gehele gemeente konden laten blijken. Praktisch iedereen tekende. In Ransdorp verzamelde men 83 handtekeningen, in Schellingwoude 170, in Durgerdam 151 en in Holysloot 52.

Succes

Nu moest de altijd zo verdeelde gemeenteraad in actie komen. Zij vormde een commissie om een bezwaarschrift aan Gedeputeerde Staten op papier te zetten, dat dan mét de handtekeningen naar Binnenlandse Zaken moest gaan. Bij uitzondering ontstond er geen heibel over de tekst: alle raadsleden vonden gedeeltelijke annexatie onacceptabel.    

Ze waren het erover eens dat totale inlijving een aanzienlijke verbetering van de elektriciteitsvoorziening, het waterleidingnet en de onbegaanbare wegen tot gevolg zou hebben. Ook zagen ze nut voor Amsterdam. Een voordeel was de aanleg van een belangrijke verkeersweg met trambaan langs de Waterlandse Zeedijk ten behoeve van de verbinding met de nieuwe Zuiderzeepolders. Een ander de demping van het Kinselmeer met bagger uit de Amsterdamse grachten en afval uit de stad, wat ruim 125 hectare goede tuinbouwgrond kon opleveren. De nadelen van een gedeeltelijke annexatie waren niet te overzien. In de officiële brief werd geopperd dat het overgebleven deel van de gemeente dan onder grote financiële druk kwam te staan.

In november 1920 besloot de Tweede Kamer om heel Ransdorp bij Amsterdam te voegen. De protesten hadden succes opgeleverd. De allerlaatste vergadering van de gemeenteraad vond plaats op 31 december 1920, ’s avonds om 10 uur. Burgemeester Calkoen hield een roerende speech. Hij wees op periodes van rampspoed – de overstromingen van 1916, de voedseltekorten tijdens de Eerste Wereldoorlog, de Spaanse griep – en eindigde met een woord van waardering voor “de genoeglijke en aangename samenwerking” met de raadsleden. Waarschijnlijk werden daarbij de nodige wenkbrauwen gefronst en tenen gekromd. De werkelijkheid immers was anders geweest, héél anders.

Opgelucht

De raadsleden bleven nog enige tijd bijeen, totdat het historische ogenblik zich aandiende “en twaalf doffe, dreunende slagen vanuit de oude toren het doodvonnis verkondigden over de gemeente Ransdorp en haar gemeenteraad”, aldus De Waterlander. Buiten het raadhuis namen tal van inwoners blij gestemd afscheid van de stervende gemeente. Even voor middernacht maakten ze een rondgang door het dorp met muziek, uitgevoerd door het plaatselijke fanfarekorps Wilhelmina, en om klokke twaalf hield de stoet halt voor het raadhuis. Aan het eeuwenlange eigen bestuur was een einde gekomen. De bevolking was opgelucht: de vette jaren lagen immers in het verschiet.

ARIJAN PORSIUS IS EMERITUS HOOGLERAAR FARMACOTHERAPIE EN SCHREEF OVER DE LOKALE GESCHIEDENIS IN: VLEKKEN IN WATERLAND, TOORN IN RANSDORP, RANSDORP, TERUGBLIK IN HET VERLEDEN EN OP BLAZEN IN RANSDORP, DE GESCHIEDENIS VAN EEN FANFAREKORPS.

Annexatienummer, December 2020

KADER

HOOFDDORP

Ransdorp was tot begin van de 19de eeuw het hoofddorp van ‘de ban Ransdorp’, met daarin ook Durgerdam en Holysloot. In 1811 gingen de drie dorpen samen in de gemeente Ransdorp. In 1857 kwam Schellingwoude er nog bij.

Fragment van Gezicht op Ransdorp, ca 1894-1900; foto B.W. Stomps. STADSARCHIEF AMSTERDAM

Delen:

Buurten:
Noord
Editie:
December
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950

Gerelateerd

Annexaties 1921. Het Fort, Nieuwendam
Annexaties 1921. Het Fort, Nieuwendam
Verhaal 1 december 2020
De politiepost van Buiksloot
De politiepost van Buiksloot
Verhaal 1 december 2020
Annexaties 1921. Alles of niets. 'Buiksloot is reeds een buitenbuurt van Amsterdam'
Annexaties 1921. Alles of niets. 'Buiksloot is reeds een buitenbuurt van Amsterdam'
Verhaal 1 december 2020