Annexaties 1921. De verrader van Sloten. Bijna geen mens wilde bij Amsterdam horen

De inwoners van Sloten waren verbijsterd. Hun eigen wethouder sprak zich als lid van de Tweede Kamer vóór annexatie uit.

De Tweede Kamer der Staten-Generaal, vrijdag 5 november 1920. “Mijnheer de voorzitter!” De Kamerleden kijken op. Ze gaan er eens voor zitten. Willem de Buisonjé staat op het spreekgestoelte, hij is betrekkelijk nieuw als kamerlid, maar spreken kan hij.

Ook de ervaren Reinhardt Snoeck Henkemans is benieuwd. Zojuist heeft hij zijn voorstel gepresenteerd om het Noord-Hollandse Sloten als zelfstandige gemeente te laten voortbestaan. “Onnodig”, heeft hij de volledige annexatie door Amsterdam genoemd. En “onverstandig” ook: het zedelijk verval zal toenemen als het “gezonde platteland” verdwijnt. Bovendien gaat de annexatie volledig voorbij aan de wensen van de inwoners, die volgens Snoeck massaal tegen zijn. Laat Amsterdam zich beperken tot het deel van Sloten dat aan de stad grenst, de nieuwe wijk rond de Admiraal de Ruijterweg.

De Buisonjé bepleit het tegendeel. “Ik kan u verzekeren dat een grote minderheid van de gemeenteraad van Sloten, waar ik zelf deel van uitmaak, vóór de aansluiting bij Amsterdam is.” De Tweede Kamer heeft de keus. Of het regeringsvoorstel: Amsterdam lijft de gemeente volledig in, het hele poldergebied tussen de Kostverlorenvaart en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Of het alternatief van Snoeck Henkemans: alleen het gebied rond de Admiraal de Ruijterweg en de wijk rond de Theophile de Bockstraat, voor het overige blijft Sloten zelfstandig.

De Slotenaren zijn verbijsterd dat De Buisonjé zich voor volledige annexatie uitspreekt. Hij is nota bene wethouder van Sloten, en bijna geen mens in de gemeente wil bij Amsterdam. “Die verrader”, noemen zij hem...

REGATA

Willem Hendrik de Buisonjé (1878-1952) was een reclameman, een organisator van jaarbeurzen, iemand met dadendrang. Hij was geboren en getogen in Nijmegen en ging al jong in zaken. In 1908 werd hij onderdirecteur van de Maatschappij voor Goede en Goedkope Lectuur, die al gauw de Wereldbibliotheek ging heten. Hij organiseerde daarnaast beurzen en zag zichzelf ook als politiek talent. Nadat hij met zijn vrouw Emily was verhuisd naar een nieuwe etagewoning aan de Maarten Harpertsz Trompstraat in Sloten, werd hij daar in 1917 lid van de gemeenteraad, een mengelmoes van stadsbewoners, warmoezeniers en boeren. Al snel was hij ook wethouder van financiën. In 1918 vroeg oud-minister Willem Treub hem het verkiezingsprogramma te schrijven voor de nieuwe liberale partij die hij had opgericht, de Economische Bond. De verkiezingen leverden de Bond driezetels op. De Buisonjé, nummer twee op de lijst, was nu ook Kamerlid. “Een goed organisator en een man van initiatief”, schreven de kranten over hem. Hij leek gearriveerd.

In 1919 vatte De Buisonjé het ambitieuze plan op voor een grote themaexpositie over reclame, opgezet als een jaarbeurs mét kermis op een groot terrein aan de Admiraal de Ruijterweg dat eigendom was van de Wereldbibliotheek. Hij richtte een naamloze vennootschap op onder de naam REGATA, Reclame- en Grafische Arbeid-Tentoonstelling Amsterdam. Hij wist de burgemeester van Sloten, Anthon Hendrik Peter Karel jonkheer van Suchtelen van de Haare, voor zijn plan te winnen. In de kranten verschenen er dankzij zijn goede contacten berichten over.

Debacle

“De aan de expositie verbonden festiviteiten zullen waarlijk grandioos zijn”, meldde De Telegraaf in mei 1919. “De expositie zal een overzicht geven van de voornaamste reclameproducten op grafisch gebied. Achter het eigenlijke tentoonstellingsterrein zal een groot Lunapark komen, waar wij zullen aantreffen luchtschommels, carrousels, een feestgebouw en een palais de danse.” Zelfs de tramverbinding werd voor de expositie aangepast. Lijn 12 reed vanaf de Admiraal de Ruijterweg voortaan niet tot het Haarlemmerplein, maar naar de Dam.

De opening was op 12 juli. Al in mei en juni merkte De Buisonjé dat zich nauwelijks gegadigden meldden voor de stands. De kermisexploitanten stonden evenmin in de rij. Zij gaven de voorkeur aan een plek bij de ELTA, de grote luchtvaarttentoonstelling die enkele weken later begon aan de overkant van het IJ in Noord. Vanaf de eerste dag was de opkomst van het publiek matig, terwijl de ELTA nog moest beginnen. De Buisonjé sloot een aanvullend krediet af om ook vliegtochten te kunnen presenteren. Een noodsprong die verkeerd uitpakte: de vluchten leverden louter ongelukken op.

Het publiek bleef weg, de REGATA werd een debacle en De Buisonjé zat met de schulden. Tot overmaat van ramp overleed in april 1920 zijn echtgenote. Om zijn financiën op orde te krijgen gebruikte hij zonder toestemming geld van de Wereldbibliotheek om met Duitse aandelen te speculeren. Met de winst hoopte hij uit de problemen te komen en het geld aan de uitgeverij te kunnen terugbetalen voordat iemand het doorhad. Het plan mislukte. In 1921 zouden de pijnlijke malversaties aan het licht komen.

Afwezig

De berichten over de discussies in de Tweede Kamer op 5 november 1920 leiden in de Slotense gemeenteraad tot grote opwinding. Ineens lijkt de opheffing van de gemeente dichtbij. Heeft hun eigen wethouder een verraderlijke rol gespeeld? De raad komt de dag erna in spoedzitting bijeen. Grote afwezige is wethouder De Buisonjé zelf: hij blijkt naar Berlijn te zijn afgereisd. De raad veroordeelt zijn opstelling in een motie en besluit opnieuw bijeen te komen op 9 november.

De motie wordt naar de Tweede Kamer gestuurd. De tekst liegt er niet om: de wethouder wist dat de meerderheid in zijn gemeente tegen annexaties was, hij heeft de Kamer “op schandelijk misleidende wijze” overtuigd van het tegendeel, zijn houding was “verraderlijk en hoogst afkeurenswaardig”, hij kan geen dag langer als wethouder aanblijven. Aan De Buisonjé gaat een telegram uit dat hij moet verschijnen, maar ook op 9 november is hij afwezig. Daags erna is er opnieuw een ingelaste raadsvergadering en nu met hem er wel bij.

De vergadering verloopt in een sfeer van verwijten. Niet ter sprake komt dat op hetzelfde moment de Tweede Kamer in Den Haag vergadert en stemt over het amendement van Snoeck Henkemans en het regeringsvoorstel: de raadsleden beseffen misschien al dat de uitslag vaststaat. Inderdaad verwerpt de Kamer het amendement van Snoeck Henkemans (met 42 tegen 25 stemmen) en geeft zij het regeringsvoorstel zonder hoofdelijke stemming alle steun.

De Nieuwe Rotterdamse Courant merkt de afwezigheid van De Buisonjé in de Kamervergadering op: “De heer De Buisonjé, die door zijn eigen gemeenteraad zoo onbarmhartig afgestraft is, scheen nog in Duitschland te vertoeven. Ook de motie der vroedschap van Sloten echter zal het landelijk deel dier gemeente niet tegen den [...] landhonger der hoofdstad kunnen vrijwaren. Had die gemeenteraad zijn zin gekregen, het zou op zijn hoogst uitstel van executie zijn geweest.”

Weg

Maar dat laatste is nog helemaal niet zo zeker. Als De Buisonjé in de Tweede Kamer op die 5de november had gezegd hoe het werkelijk zat, namelijk dat de meerderheid van de gemeenteraad en van de ‘commissie van ingezetenen’ tégen de volledige annexatie was, had een meerderheid van de Kamerleden misschien wél voor het amendement van Snoeck Henkemans gestemd. En dan was in 1921 de grens van Amsterdam slechts een stukje verlegd. Dan waren de Sloterpolders, de Osdorperpolder, de Akerpolder, de dorpen Osdorp, Sloterdijk en Sloten niet bij Amsterdam gevoegd. Dan had Cornelis van Eesteren zijn plannen in de jaren dertig anders hebben moeten tekenen – en was Nieuw-West niet ontstaan.

Willem de Buisonjé meldde zich in mei 1921 vanwege een “lichte ongesteldheid” af voor de vergaderingen van de Tweede Kamer. Op 4 juni gaf hij zijn zetel op. Enkele dagen later, op 16 juni, deed hij afstand van zijn plek in de (na de annexatie nog even aanblijvende) gemeenteraad van Sloten. In augustus 1921 sprak de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam zijn faillissement uit; op 16 juli hadden de aandeelhouders van de Wereldbibliotheek hem al ontslagen als onderdirecteur.

Hij week uit naar Berlijn. Pas in 1925 keerde hij terug in Nederland en werd direct gearresteerd: een boekhandelaar in de Langebrugsteeg had aangifte tegen hem gedaan wegens verduistering. De Buisonjé werd vrijgesproken, wegens gebrek aan bewijs, maar zijn publieke carrière was definitief voorbij. Alleen in de politiedossiers uit de bezettingstijd komt zijn naam nog een keer voor: op 28 augustus 1944 deed ene W.H. de Buisonjé, “chef van de redactie van uitgeverij Westland”, aangifte wegens diefstal van tien boeken. Uitgeverij Westland was met Duits geld opgericht voor de publicatie van nationaalsocialistische boeken. De ambitieuze wethouder was diep gevallen.

 

JAN LOOGMAN IS SCHRIJVER. DIT ARTIKEL IS EEN BEWERKING VAN EEN GROTER VERHAAL IN DE BUNDEL NIEUW WEST SIDE STORIES, UITGEGEVEN DOOR BOEKHANDEL MECK & HOLT IN OSDORP.

Delen:

Buurten:
West
Editie:
December
Jaargang:
2020 72
Tijdperk:
1900-1950
Rubriek: