Amsterdam doet denken aan Efeze

Kusadasi had een eeuwenoude karavanserai voor thee en waterpijpen en een haven waar de vissers netten boetten, de meander was er anderhalve meter breed en zat vol schildpadden. ’s Nachts trokken er trommelaars door de straten om je aan hun ramadan te herinneren. De dolmus bracht je waar je wezen moest, Priene, Milete, Efeze.

Efeze is net als Kusadasi een aardig stadje, met een haven, mooie huizen, cafés, restaurants, een sauna, een spectaculaire bibliotheek en een bordeel. Maar in tegenstelling tot Kusadasi zat alles potdicht. Om de een of andere reden is Efeze al eeuwen verlaten en toen wij er, meestal als de enige bezoekers, ronddwaalden, dwaalden we door een dode stad, schitterend maar dood. Amsterdam doet denken aan Efeze, dezer dagen. Hele straten liggen verlaten zoals ze dat anders alleen in de zomervakantie zijn, bij de cafés hangen gordijnen voor de ramen, veel winkels zijn gesloten en in de winkels die niet gesloten zijn, zie je geen kip. Af en toe trekt men massaal naar Kalverstraat en Nieuwendijk, maar lang mag het feest niet duren. Binnen de kortste keren wordt ingegrepen en keert de stilte weer. Het is akelig, en verontrustend.

Om de stad in leven te houden, ben ik plattegrondjes gaan schilderen van de straten en buurten waar ik heb gewoond. Plattegrondjes heb ik van mijn juffrouw uit de derde, die we geen juffrouw maar mevrouw mochten noemen. Zij liet ons de plattegrond van onze buurt tekenen. Dat doe ik nu dus weer en ik geloof dat ik het nu moeilijker vind dan toen. Het lijkt niet zo ingewikkeld, een plattegrond, maar het is het wel. Hoe zet je een huizenblok in een straat? Hoe zorg je ervoor dat er een stoep is? Hoe maak je een pleintje? En hoe stak het allemaal ook alweer precies in elkaar, want het moet uit het hoofd natuurlijk, niet afkijken van bestaande plattegronden.

Het leukste zijn de winkels. Beneden zat de Spar, eerst van meneer Pas en later van Van der Peijl. Hoe heette de kolenboer aan de overkant? Heezik. En de sigarenboer? Geen idee. De kaaswinkel op de hoek met de Egidiusstraat was van Corel, maar het winkeltje daar tegenover, voor inktlappen en pennendozen, potloden en stripboekjes? Had-Geen-Naam geloof ik.

De fijnste winkel was die van de schoenmaker, schuin bij ons aan de overkant. Natuurlijk weet ik hoe de schoenmaker heette, het wil me alleen even niet te binnen schieten. Maar als ik het geluid van zijn hamer op de leest hoor, komt de hele buurt tot leven, en hij heette Buur, Buur heette hij.

Januari/Februarinummer 2021

Delen:

Editie:
Februari Januari
Jaargang:
Rubriek:
Column