Amsterdam aan zee

Amsterdammers kan irritante kolonisatiedrift niet ontzegd worden. Zandvoort heet dan Amsterdam aan Zee. Camping Amsterdam is de camping voor iedereen in de duinen van Bakkum. En ik herinner me van een woeste winter in 1967 Amsterdam-Bloemendaal aan Zee, toen een schip op het strand was aangespoeld.

Mijn Amsterdam aan Zee is Bergen aan Zee. In 1994 was ik gaar van de inspanningen voor de Tweede Kamer-verkiezingscampagne van de PvdA, die ik leidde als partijvoorzitter. Meteen begon de kabinetsformatie; op alle zaterdagmiddagen in juni ging ik met mijn verloofde naar Bergen aan Zee. Lopend over het strand in blauw confectiepak leek ik op een lid van een strenge gereformeerde gemeente.

Een keer gingen we na zo’n strandwandeling een visje eten bij het familiehotel Meyer. “Waarom blijven we niet logeren”, zeiden we tegen elkaar. Zo begon het. Jaren achtereen waren we gasten bij de familie Meyer, totdat ik, verslaafd aan zee en duinen een magnifiek huisje vond achter de zeedijk in een dorp enkele tientallen kilometer ten noorden van Bergen aan Zee.

Twee maanden geleden nam ik de fiets ernaartoe. De tocht voerde over het fietspad naar Wijk aan Zee, dat niet mag ontbreken in het rijtje ‘Amsterdam aan Zee’: de zee is daar een walhalla voor surfers. In Wijk aan Zee begint het kortgeleden geasfalteerde fietspad richting Petten. Ik moest slim schakelen, want mijn zwarte Van Moof-fietsje verliest de concurrentieslag met Gazelle als het om het batterijvermogen gaat. Rond vijf uur arriveerde ik voor een avond- en nachtstop bij Hotel Meyer.

Gerard Meyer senior ontving me joyeus. Ik bestelde een ijskoude korenwijn, de tweede kreeg ik van Gerard. We namen (niet voor het eerst) de toestand in de wereld door. En dan wil ik altijd weer hun familiegeschiedenis horen. De vader van Gerard was melkboer en had buiten Schiedam begin jaren vijftig een paar koeien op een weiland staan. In de krant zag hij een advertentie: “Ter overname: melkzaak in Bergen aan Zee.” De Meyers verhuisden. De nog jonge Gerard trok met een elektrische melkkar door het dorp aan zee. In gestaag tempo – het begon met de verhuur in het hoogseizoen van een paar kamers boven de melkzaak – ontstond een hotel met veertig kamers en acht appartementen.

De keuken houdt met iedereen rekening: ik was weer gelukkig achter een bordje met zeeduivel uit de oven en gewokte groenten. Maar kip met satésaus en frites kan ook. Het fijne van het logeren bij de Meyers – dochter Sandra en schoonzoon Mark zwaaien nu de scepter – is dat iedereen met dezelfde professionele aandacht en warmte wordt behandeld. “Jullie zijn onbewuste sociaaldemocraten”, zei ik tien jaar geleden, omdat jullie de spaarpot van jullie klanten eerbiedigen. “Top”, zei Gerard.

 

Foto: Henk Thomas

 

Felix Rottenberg

Juninummer 2020

Delen:

Editie:
Juni
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Column

Gerelateerd

De stilte is terug
De stilte is terug
Column 1 juni 2020