Amsterdam 125 jaar geleden, 21 maart 1890:

'Vrouw Jut' staat na lange tuchthuisstraf weer voor de rechter. Voor kleine vergrijpen, maar ze is wel recidivist, betoogt het Openbaar Ministerie. Ze is immers niemand minder dan de weduwe en voormalig medeplichtige van Hendrik Jut, de Haagse straatarme ontslagen kelner die in 1872 een steenrijke weduwemen haar dienstbode vermoordde en door toedoen van de sensatiepers naamgever werd van een nieuwe kermisattractie: de Kop van Jut, waarop met een hamer zo hard mogelijk geramd moest worden. Toch lijkt dagblad Het Nieuws van den Dag (doorgaans populistisch) enigszins mededogen met haar te hebben. De vloek van het verleden. Christina Goedvolk, de weduwe van Jut, beide namen bekend uit het verschrikkelijke drama, dat nu 15 of 16 jaar geleden te 's-Gravenhage werd afgespeeld, stond heden voor de Amsterdamsche Rechtbank terecht, wegens diefstal van twee parapluie’s en een stukje zeep uit de Fransche Bazaar in de Reguliersbreestraat. De beklaagde heeft 12 jaren in het tuchthuis doorgefbraöht eu dus, zegt het O. M., ruimschoots den tijd gehad om na te denken over de gevolgen van een vergrijp tegen de maatschappij. Dus werden 2 jaar gevangenisstraf tegen haar geeischt. In een humaan en gemoedelijk pleidooi, dat indruk maakte, toonde de toegevoegde verdediger, Mr. Frank van Lennep aan, hoe de vrouw als 't ware door den vloek der misdaad achtervolgd werd. Twaalf lange jaren verbleef zij in den kerker. Zij gedroeg zich daar voorbeeldig, en kreeg bij haar ontslag een extra toelage. Vriendelijke en barmhartige lieden trachtten haar een onderkomen te verschaffen, en zoo gelukte het der vrouw door zwaren, maar eerlijken arbeid, gepaard aan voorbeeldige zuinigheid en ingetogenheid, en onder een aangenomen naam, den kost te verdienen. Door een toeval, een noodlottig toeval, kwam echter een rechercheur van de Amsterdamsche politie voor ecu andere zaak informatiën inwinnen in het huis waar de vrouw 't laatst diende. De rechercheur trof in het huis een ouden bekende aan, zijn tong geraakte los, en zoo verhaalde hij, dat de eenvoudige, stille dienstbode Christina de Graaf eigenlijk de vrouw van Jut was. De meesteres, hoezeer ook met de dienstbode ingenomen, beduidde haar dat zij een anderen dienst moest opzoeken; in de buurt werd bekend wie zij was en daarmede was haar bestaan gebroken. Zij kon niet op straat komen of zrj werd achtervolgd en nagejauwd en aan haar rampzalig verleden herinnerd. Wanhopig door die vervolging, zag zij geen anderen uitweg meer dan dezen: terug te keeren naar de gevangenis, die zij in 1888 verlaten had. De pleiter hoopte, dat de rechter met die feiten zou rekening houden en een barmhartiger oordeel over de arme vellen, dan het O. M. gedaan had. Finaneieele Berichten.

Delen: