"Amstel is toch één echte rivier!"

Jarenlang hield hij zich buiten het debat, maar nu kiest hij toch openlijk positie. Jerzy Gawronski, hoofd van de afdeling Archeologie van Bureau Monumenten & Archeologie, gelooft niets van de theorie dat het rechte stuk van de Amstel tussen Blauwbrug en Omval een in de 12de of begin 13de eeuw gegraven kanaal is dat twee natuurlijke stromen met elkaar verbond. Een gedachte die steeds meer gemeengoed begon te worden...

Het was de Wageningse bodemkundige Leen Pons die heel voorzichtig voor het eerst opperde dat het rechte stuk in de Amstel in de beginjaren van de stad is gegraven om twee natuurlijke stromen te verbinden. Dat was in 1972. Daarna bleef het decennialang stil, tot in 2007 taalhistoricus en amateurarcheoloog Piet van Reenen het idee oprakelde in een door Ons Amsterdam gepubliceerd concepthoofdstuk van een boek over de Diemense geschiedenis. Veel argumenten gaf hij niet: de verrassende rechtheid van de Amstel tussen Blauwbrug en Omval was het voornaamste.
Net als Pons veronderstelde ook hij dat de natuurlijke Amstel ten zuiden van de Omval oorspronkelijk niet noordwaarts maar zuidwaarts stroomde, van een kleine voorloper van de Watergraafsmeer via de Angstel naar de Vecht en de (Oude) Rijn. De bron van de noordelijke Oer-Amstel (nu deels bekend als Rokin en Amstel) lag bij de Stopera en het water stroomde net als nu noordwaarts, maar mondde niet uit in het IJ, want dat was in zijn optiek tot eind 12de eeuw vol gegroeid met veen. De 'Noorder-Amstel' kon die ondiepe geul moeiteloos doorsnijden en verder stromen naar Waterland, waar de rivier later bekend kwam te staan als de Waterlandse Die (waarvan nu onder verschillende namen alleen kleine stukjes over zijn). De monding lag ergens bij Uitdam in het Almere, de voorloper van de Zuiderzee (nu IJsselmeer). Onze publicatie over Van Reenens veronderstellingen baarde in 2007 veel opzien.

Barrière
Met heel wat meer onderbouwing vanuit zijn kennis van ontginningsprocessen nam historisch geograaf Chris de Bont het merendeel van deze ideeën over in zijn proefschrift over de ontginning van Amstelland uit oktober 2008. Zijn uitgangspunt was het bewaard gebleven slotenpatroon op de oudste precieze kaarten van het gebied, voor militaire doeleinden gemaakt in de 19de eeuw. Uit die kaarten is nog veel af te leiden over de ontginningsrichtingen van zeven tot negen eeuwen eerder en over de toenmalige wisselende hoogten van het landschap.
Harde bewijzen voor de theorie van Pons en Van Reenen leverde dit niet op, maar het patroon van de sloten haaks op het rechte stuk Amstel was zeker niet in strijd met de kanaalhypothese. De Bont vermoedde dat het kanaal was gegraven omdat door afdamming van de Oude Rijn bij Wijk bij Duurstede in 1122 de zuidelijke afwatering niet meer lukte. Via het kanaal en de 'Noorder-Amstel' (Rokin/Damrak) ging die dus voortaan noordwaarts naar het IJ en zo naar het Almere. Maar hij geloofde hij niet dat de Amstel doorstroomde naar Waterland. In zijn optiek was het (oostelijkste deel van) het IJ in de 12de eeuw wel degelijk een barrière.
Op één punt was stadsarcheoloog Gawronski het destijds openlijk met De Bont eens: het oudste Amsterdam was geen gehucht van "vissers en boeren", iets wat bijvoorbeeld nog altijd staat in De Canon van Amsterdam (2010). Het begon allemaal in de 11de eeuw met ontginnende boeren, die aan weerszijden van de Amstel afwateringssloten groeven en op de kavels daartussenin akkers aanlegden. Maar door inklinking en oxydatie daalde de grond en werden de kavels weer te nat, zodat deze boeren er weiland van maakten en meer landinwaarts (dus hoger) nieuwe grond ontgonnen voor akkerbouw. Eerst nadat de Amsteloevers kort na 1200 waren bedijkt, kon daar opnieuw en nu blijvend gewoond worden: díe nederzetting was de kiem van het huidige Amsterdam, zonder boeren maar wel met handwerkslieden, vissers en schippers.

Puzzelstukjes
Maar dan die Amstel. Waarom sprak Gawronski zich daar niet eerder over uit? "Ik wilde eerst alle puzzelstukjes uit ons eigen onderzoek langs de Noord/Zuidlijn en ook uit eerdere onderzoeken van anderen op een rijtje zetten." We praten erover in een grote hal aan de westelijke stadsrand, waar wordt gewerkt aan de spectaculaire archeologische tentoonstelling die vanaf eind 2017 te zien zal zijn langs de ellenlange roltrappen van metrostation Rokin. Peter Kranendonk, de projectleider van het Noord/Zuidlijnonderzoek, is er ook bij. Hij heeft vele feiten en cijfers paraat, en ook een uiteenzetting van de geoloog Wim de Gans, die een paar jaar geleden de resultaten van soms al lang geleden boringen en sonderingen (peilingen) in en om Amsterdam op een rij zette en analyseerde.
Eerste onderwerp zijn de opgravingen onder Damrak en Rokin. Kranendonk: "Het onderzoek onder het Rokin was het waardevolste, omdat de bodem daar veel minder was verstoord dan onder de kop van het Damrak en er rustig, laag voor laag en over de volle breedte onderzoek kon worden gedaan." Niet verrassend was dat het water in het Rokin achter de rond 1250 gebouwde dam veel minder brak bleek dan in het Damrak: er was minder zeewater doordat het Rokin in grote mate werd afgesloten van de invloed van de zoute Zuiderzee. De schelpjes die hier toch ook werden gevonden, dateren van vóór die tijd. Ze gaan misschien zelfs zo ver terug als een paar honderd jaar voor Christus, toen de Amstel nog via het Oer-IJ rechtstreeks verbonden was met de Noordzee.

Getijdengeul
Interessant is de vondst op twaalf meter diepte van een getijdengeul uit de Jonge Steentijd, zo'n 2500 jaar v. C. In de ondergrond van Amsterdam zijn meer van dergelijke geulen aanwezig, als onderdeel van een levendig estuarium: een trechtervormige riviermonding met eb en vloed. De getijdengeul op het Rokin is een ader die vanuit het IJ bij het Damrak het achterland indringt. Vermoedelijk rond 2000 v. C. heeft er een flinke stormvloed gewoed, waardoor de restanten van een kleine nederzetting zijn verspoeld en ter plaatse van het Rokin in de onderkant van de getijdengeul afgezet. (Zie Ons Amsterdam, januari 2012.) In deze geul heeft zich waarschijnlijk vanaf ca. 1000 v. C. de oudste loop van de Amstel tot zo'n twaalf meter diepte ingesneden, met een veel kronkeliger verloop door het Rokin dan de huidige Amstel.
De Amstel werd in de 14de eeuw door aanplempen half zo breed als oorspronkelijk. Opvallend is dat de monding vóór die tijd breder was dan de rest van het tracé. Dat is kenmerkend voor een getijdenrivier en het bewijst ook dat de Amstel hier van zuid naar noord stroomde – zoals iedereen al dacht overigens.
Maar hoe zit het nou met de Amstel ten zuiden van de Blauwbrug: met dat zogenaamde kanaal tot de Omval, en daar voorbij, met de rivier? Ten zuiden van de Munt volgt de Noord/Zuidlijn niet meer de Amstel, dus dáár is nu niet gegraven. Maar in het verleden zijn wel diepe boringen en sonderingen gedaan tussen de Munt en de Blauwbrug, bij de Hogesluis, de Torontobrug en de Berlagebrug (dus op dat rechte stuk) en in het Martin Luther Kingpark.

Diep en breed
"Overal bleek sprake te zijn van een kronkelende waterloop die tot zeker tien meter diepte in het landschap was ingesneden", zegt Kranendonk. "Alleen pal ten zuidwesten van de Blauwbrug was het slechts drie meter, net als in de aangrenzende Herengracht. De middeleeuwse Amstel liep daar hoogstwaarschijnlijk net iets oostelijker dan nu. Hoewel we geen dateringen hebben van afzettingen van deze plekken, sluiten de dieptegegevens in elk geval naadloos aan op die van het Damrak en het Rokin."
Bij de Hogesluis is op verschillende plekken geboord over de hele breedte van het water aan weerszijden van de brug. Dat heeft een tamelijk gedetailleerd beeld opgeleverd. Kranendonk: "Het diepste deel van de bodem bleek een licht slingerende geul, net als in het Rokin. Dus moet dat rechte stuk oorspronkelijk minder recht geweest zijn dan nu. We wisten al dat de oever daar rechter is getrokken bij de aanleg van de grachtengordel in de 17de eeuw. De Amstel is toen versmald. Maar het belangrijkste argument tegen de kanaaltheorie lijkt me toch de diepte en de breedte van ook het rechte stuk."
Gawronski vult aan: "Wat doen gravende mensen? Ze graven net zo diep als nodig is voor de scheepvaart en meer niet – ze zouden wel gek zijn! En je moet er natuurlijk ook goed gereedschap voor hebben. De 17de-eeuwse hoofdgrachten zijn drie meter diep en zo'n twintig meter breed. Maar bijvoorbeeld de Recht Boomssloot uit de 16de eeuw is maar half zo breed en zeker niet dieper. En dan zouden ze rond 1200 al een kanaal hebben gegraven van tien meter diep en 80 meter breed? Kom nou!"
Er zijn meer argumenten. Zoals Wim de Gans eerder aanstipte, zijn op alle onderzoeksplekken in de Amstelbodem rivierkleiafzettingen gevonden, met pollen van zilverspar en fijnspar, die wijzen op een verbinding met de Rijn. Dat moet wel betekenen dat we te maken hebben met één rivier die van zuid naar noord stroomde. "En sowieso is het nogal raar dat zo'n megaproject, als dat er werkelijk was, geen enkel spoor heeft achtergelaten in schriftelijke bronnen", zegt Gawronski.

Tijdreis
Hoe valt al die geschiedenis van de Amstel samen te vatten? Kranendonk doceert: "Het begon zo'n 3500 voor Christus met een lagune (met eb en vloed) achter de vroegste duinen, het Oer-IJ. Die mondde eerst uit bij het huidige Zandvoort, sinds de Romeinse tijd bij Bergen of Castricum. Dat Oer-IJ had allerlei kleine uitlopertjes, zoals die getijdengeul uit de Late Steentijd die we vonden onder het Rokin, waaraan zo'n 1500 jaar later een nederzetting moet hebben gelegen."
Deze geul raakte verbonden met het ingewikkelde natuurlijke afwateringssysteem van sponzige veenbulten in de lagune, dat vanaf ongeveer 1000 v. C. indirect werd gevoed door water uit de Rijn via de Vecht en de Angstel. "Zo ontstond een riviertje met een min of meer stabiele loop: onze Amstel", vervolgt hij. "Eerst stroomde dat nog via het Oer-IJ uit in de Noordzee, maar rond 350 v. C. werd dat door verdere duinvorming minder en uiteindelijk in de eerste eeuwen na het jaar 0 onmogelijk. Al vanaf ongeveer 100 v. C. ging de Amstel steeds meer via het IJ uitwateren op het Almere. In de Middeleeuwen nam de indirecte voeding vanuit de Rijn af en werd de Amstel weer een trage veenrivier. Er was nog wel wat getijdenwerking, omdat het Almere intussen Zuiderzee was geworden."
Die Zuiderzee liet zich in de 12de eeuw steeds meer gelden, haakt Gawronski in. "Tegen het eind van de eeuw kwamen er steeds meer grote stormvloeden. Het IJ werd daardoor weer breder. Intussen was de ontginning van Amstelland begonnen en moesten er dijken komen, ook vanwege de inklinking van de gewonnen grond. Vanaf ongeveer 1225, denken we. Het verbrede IJ en de ruime Amstelmond vormden intussen een mooie natuurlijke haven. En daarmee was de basis gelegd voor een nederzetting met toekomst. Zeker toen rond 1260 er een dam in de rivier was gelegd, die het al te woeste water tegenhield."
De rest van het verhaal is bekend. In 1882 werd het Damrak tussen Dam en Oudebrugsteeg gedempt en tussen 1934 en 1937 het halve Rokin. Al bleef het water er via duikers onderdoorstromen. Gawronski: "In die zin is en blijft het een rivier. Maar wel een getemde rivier, ja."

Delen:

Jaargang:
2016 68

Gerelateerd

Rokin: Maria de Medici krijgt groots onthaal, 3 september 1638
Rokin: Maria de Medici krijgt groots onthaal, 3 september 1638
Hier gebeurde het 9 januari 2017
Rokin Extra 8: Tussen Spaarpotsteeg en Gapersteeg
Rokin Extra 8: Tussen Spaarpotsteeg en Gapersteeg
Herinneringen 1 december 2016
Gedeelde Geschiedenis: Hoe Noraly Beyer haar Amsterdamse wortels ontdekte
Gedeelde Geschiedenis: Hoe Noraly Beyer haar Amsterdamse wortels ontdekte
Actueel 22 november 2016