Altijd bereid tot actie

Tachtig jaar is ze alweer, Hedy d'Ancona. Maar denk niet dat een gesprek beperkt blijft tot een terugblik op haar leven. Op haar adembenemende maatschappelijke carrière. De vrouwenstrijd, de acties tegen de dreigende verwoesting van de binnenstad, haar ministerschap. Oh nee.

Het huis van Hedy d'Ancona (1937) aan de Amstel staat er voornaam bij, maar valt niet op. Je loopt er zo voorbij, afgeleid door de boten op de rivier, de Magere Brug en Carré aan de overkant. De tachtigjarige ex-politica heeft net een ingrijpende heupoperatie achter de rug, maar doet opgewekt open. Met een dienblad vol thee en stroopwafels neemt ze de trap naar de woonkamer op de eerste verdieping. Een plofbank biedt er uitzicht op een grote boekenkast, gemaakt door een vroegere studiegenoot van haar zoon aan de Design Academy in Eindhoven. "Hertzberger jr. heeft er maanden over gedaan om hem hier in elkaar te zetten, ik werd er helemaal gek van. Maar ik ben er nu heel blij mee, het is met zoveel aandacht voor detail gemaakt."

De muren zijn bedekt met kunst. Naast de boekenkast hangt een opvallend werk van Lieve Prins, een goede vriendin. "Zij heeft ook het gigantische doek gemaakt dat de muur naast het dakterras bedekt. Een opgeblazen foto van de tuin van haar vader." Overal staan en hangen schilderijen en tekeningen van d'Ancona's partner, Aat Veldhoen. Hij woont elders; zij pendelt onvermoeibaar heen en weer. Normaal met de fiets, nu na de operatie neemt ze voorlopig de taxi.
Sinds haar scheiding in 1977 woont ze aan de Amstel en ze is niet van plan er weg te gaan. Ook haar kinderen houden vast aan Amsterdam. Haar zoon Hajo (getrouwd met een dochter van Veldhoen) woont in de Baarsjes. Dochter Hadassah heeft met haar gezin de Kerkstraat verruild voor de Bijlmer.

Op slot

Amsterdamse sinds tientallen jaren is d'Ancona blij dat haar kinderen een plek in de stad hebben gevonden. De ontwikkelingen baren haar zorgen. "Met mijn salaris als docent aan de Universiteit van Amsterdam kon ik dit mooie huis van vier verdiepingen destijds gewoon in mijn eentje betalen. Dat is nu ondenkbaar. De binnenstad is op slot gegaan. Hier gebeurt niets meer. De grachtengordel heeft ook iets poppenhuizerigs, alsof het niet mee heeft gedaan aan de globalisering. Een vrouw met hoofddoek zie je hier nooit. Bij mijn man in Oost is de bevolkingssamenstelling veel diverser en gekleurder."
Ze is het helemaal eens met de stelling dat je in Amsterdam alleen een huis mag kopen als je er ook zelf gaat wonen. Een lid van het Koninklijk Huis dat hier honderden woningen kan bezitten om te verhuren aan de best betalende, het is een shame. Zelfstandige winkeliers moeten na afloop van het huurcontract opeens het meervoudige betalen. Boekhandel Veenstra in de Utrechtsestraat kon het niet meer opbrengen en is vertrokken. Sociale huurwoningen zijn er veel te weinig, mensen staan tientallen jaren op de wachtlijst. Dat soort praktijken ondermijnen de leefbaarheid van Amsterdam."
Sociale betrokkenheid kenmerkt haar leven. Makkelijk tot verontwaardiging te brengen, is d'Ancona altijd bereid tot actie geweest. "Maar als die actie mislukt, ga ik niet treurend in mijn bed liggen. Ik zet me er vrij makkelijk overheen." In haar autobiografie Het persoonlijke is politiek (Archipel 2003) valt die combinatie van ernst en lichtvoetigheid op als een rode draad door haar leven.

Vrijheid

Hedy groeide op in Den Haag, als dochter van een alleenstaande hardwerkende moeder. Ze werd grotendeels opgevoed door haar Nederlandse oma en Russische opa, die als maatschoenmaker de kost verdiende. Toen ze tien was, trouwde haar moeder een weduwnaar met drie kinderen. Na drie jaar kregen ze samen een zoon, weer drie jaar later was moeder weduwe met vijf kinderen. Haar Joodse vader Elias d'Ancona bleef lang een geheimzinnige onbekende. Pas op latere leeftijd ontdekte zij hoe tragisch zijn leven was verlopen en waarom hij het contact had verbroken. Hij verborg voor zijn moeder dat hij een kind had met een niet-Joodse, trouwde een Joodse vrouw, vertrok naar de VS, keerde terug en kreeg twee dagen na de Duitse inval een tweede dochter – alle drie kwamen ze om in een concentratiekamp.
Die bewogen jeugd vormde de basis van Hedy's latere politieke betrokkenheid, waarbij ze met name streed voor een betere maatschappelijke positie van de vrouw. Als tiener was ze daar niet mee bezig, midden jaren vijftig wilde ze vooral meer vrijheid. De strenge meisjes-HBS in Leiden (bij moeders tweede huwelijk was het gezin naar Leidschendam verhuisd) vond ze een verschrikking. Na haar eindexamen zocht ze die vrijheid in Amsterdam, waar ze tevergeefs auditie voor de Toneelacademie deed en dan maar Sociale Geografie aan de UvA ging studeren. Alles, behalve terug naar Leiden.
"Ik ging wonen bij een vriendin van mijn moeder die op zolder nog een kamertje overhad. Dat was in Bos en Lommer, midden jaren vijftig de saaiste buurt die er was. Het is er tegenwoordig veel levendiger. Na een half jaar ben ik in de buurt van het Amstelstation gaan wonen, in een pand dat nu is afgebroken." Ze verhuisde nóg negen keer – van zolderetage via vies en armoedig tot nieuwbouw en chic – voor ze het huis aan de Amstel kocht. Inmiddels was ze getrouwd geweest en moeder geworden en had ze meerdere liefdes achter de rug.

Carrière

D'Ancona's leven ging in sneltreinvaart. Haar turbulente woon- en persoonlijke geschiedenis weerspiegelt haar maatschappelijke carrière. Die verliep adembenemend succesvol. In 1963 studeerde ze af en na een korte tijd als tv-producer bij de VARA werd ze in 1965 wetenschappelijk hoofdmedewerker bij het Instituut voor Sociale Geografie aan de UvA. Ondertussen zette ze een onderzoeksbureau op met Maurice de Hond en raakte ze betrokken bij de actiegroepen in de stad.
"Op het instituut deed ik onderzoek naar de stad en hoe die eruit moest zien. Ik woonde nu al jaren in Amsterdam en was ervan gaan houden. Door mijn vak had ik het gevoel iets in te kunnen brengen. En als je in de ene actiegroep zat, kwam je makkelijk terecht in de andere. Ik deed mee aan acties als 'Ban de bank', eerst gericht tegen de bank in de Vijzelstraat en toen tegen die op het Frederiksplein.
"We waren vooral heel erg tegen heel erg veel. Tegen de komst van de metro, tegen de sloop van oude wijken, tegen de 'verkantorisering' van de 19de-eeuwse gordel. Dat laatste is gelukt. Ook de actiegroep Bouw-es-wat-anders tegen grootschalige bouw bij het Leidseplein had succes. En we hebben het Olympisch Stadion weten te behouden – als minister heb ik het nog tot monument benoemd. Later heb ik ook succesvol actiegevoerd voor de huisjes aan de voorzijde.
"Veel acties hebben ook geen zin gehad hoor, het meeste is er toch gekomen. Achteraf gezien juich ik de meeste veranderingen toe, alleen het Frederiksplein vind ik nog altijd zo zonde. Ik vind dat de stad heel raar met zijn weinige pleinen omspringt. Het zouden 'huiskamers', ontmoetingsplekken kunnen zijn, net als de pleinen in Zuid-Europese steden en dorpen."

Vrouwenstrijd

Haar strijd voor een sociale stad ging hand in hand met die voor vrouwenrechten. Samen met mede-feministe Joke Smit richtte d'Ancona in 1968 Man Vrouw Maatschappij (MVM) op, een organisatie waarin vrouwen, samen met mannen, opkwamen voor een eerlijkere verdeling van werk- en zorgtaken, meer crèches, gelijke kansen in het onderwijs voor jongens en meisjes. En in 1972 begon ze met voormalig Parool-journaliste Wim Hora Adema Opzij. Met z'n tweeën stelden ze al een paar jaar het MVM-nieuws op. "Dat hat in Wims ogen het niveau van een klungelig schoolblad, een vod." Met Opzij konden ze serieus werk maken van de berichtgeving over de vrouwenbeweging.
Het waren de jaren dat vrouwenhuizen en -café's ontstonden, vrouwenuitgeverijen en -boekhandels, blijf-van-mijn-lijf-huizen, vrouwengezondheidscentra en bijna ook een vrouwenpartij. Al die initiatieven steunde d'Ancona, maar ze had moeite met de neiging van sommige vrouwen om mannen buiten te sluiten. Zij geloofde in samenwerking en verbinding en had zich aangesloten bij de PvdA. In 1974 kwam ze in de Eerste Kamer, begin jaren tachtig werd ze staatssecretaris voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en vervolgens lid van het Europees Parlement, met een onderbreking tussen 1989 en 1994 als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Toen ze in 1999 de politiek vaarwel zei, bleef ze maatschappelijk actief als onder meer voorzitter van Novib, Multiculturele Televisie Nederland en bestuurslid van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Burgemeester

Met zo'n staat van dienst ligt het burgemeesterschap van Amsterdam voor de hand, sinds het overlijden van Eberhard van der Laan vorig jaar een vacante post. Ze lacht: "Ed van Thijn was burgemeester van Amsterdam tussen 1983-1994 en van hem wist ik hoe ingewikkeld die functie was. Toen hij in 1994 naar Den Haag ging, stond mijn naam wel in de kranten als mogelijke opvolger, maar ik ben nooit benaderd. De tijd is nu zeker rijp voor een vrouwelijke burgemeester. Wie? Nou, Femke Halsema is misschien wel de ideale kandidaat. GroenLinks is nu ook de grootste partij in de stad."
Zou een vrouwelijke burgemeester echt verschil uitmaken? "Niet elke vrouwelijke burgemeester per definitie, maar wel een die feministisch is ingesteld. Neem het arbeidsbeleid: je hebt meer oog voor de scheve positie van vrouwen. De man/vrouwverdeling in topfuncties stemt nog altijd somber, de rechterlijke macht uitgezonderd. Het mannelijke overwicht zorgt voor een vertekende blik. Als werkende vrouw had ik het idee meer aanraking te hebben met de samenleving, met de grond onder je voeten."
Tropenjaren maakte ze, toen ze in de politiek zat en doordeweeks regelmatig in Den Haag en Brussel werkte. "Ik moest zoveel organiseren voor de kinderen hier in Amsterdam, voor school. Een fulltime werkende moeder kan nooit verstek laten gaan, moet zich uitsloven tot en met om te bewijzen dat zij haar kind niet verwaarloost. Ik kan me nog het briefje herinneren dat mijn secretaresse me overhandigde terwijl ik met wethouders van vier grote steden een serieus gesprek voerde over het integratiebeleid. Omdat de beleefd zwijgende heren misschien dachten dat er iets ernstigs aan de hand zou kunnen zijn, vertelde ik maar wat er op het briefje stond: 'Mijn dochter vraagt of de klont die in de vriezer ligt een kip is of iets anders.'"

Roodgekleurd

Ze komt nog even terug op het burgemeesterschap. "Misschien was ik liever wethouder geweest als het zover was gekomen. Een wethouder kan er een eigen programma op nahouden." Ze geeft een opsomming: het consumentisme aanpakken, de bierfiets en het toerisme op de Wallen en de schaamteloosheid van huizenspeculanten; veel meer dingen gratis voor kinderen ("Alles kost geld, de stad is duur.") en het openbaar vervoer goedkoper maken voor iedereen ("Daarmee dring je behalve al die auto's ook het aantal fietsen terug waarmee de stoepen overvol staan."). "De stad moet aantrekkelijk zijn voor alle leeftijdscategorieën. Zorg dat een pleintje prettig en toegankelijk is voor kinderen én voor oudere mensen."
Amsterdam is helemaal de stad geworden van deze geboren Hagenese. "Hoewel ik best veel dingen hopeloos vind, ben ik ook trots op Amsterdam. De open manier waarop asielzoekers welkom zijn geheten, bijvoorbeeld. En dat een VVD-wethouder als Eric van den Burg een beetje roodgekleurd is. Populisme en belangenpartijen hebben hier nooit echt voet aan de grond gekregen. Een partij als DENK vind ik niet ideaal, maar ik hoop dat het een emancipatiefase is. Ik ben ook tegen ouderenpartijen. Democratie is gebaseerd op het idee dat je door de ogen van een ander kunt kijken en niet alleen vanuit je eigen belangen redeneert. Zo probeer ik altijd naar de stad te kijken. Hoe kan die nog leefbaarder voor alle bewoners?"
Ze ziet ook veel verbeteringen. "De Indische Buurt, de Baarsjes, de Hallen – het is allemaal heel erg opgeknapt. Zoals Zuidoost zich ontwikkelt, zo grootstedelijk en spannend. Ik neem er graag de metro voor, die ik ooit zo vermaledijd heb en er gelukkig toch gekomen is."

Delen: