Adieu Apollohal

Sport, spel en politiek aan het Amstelkanaal

Sinds het stadsdeel Oud-Zuid zijn oog heeft laten vallen op de Apollohal als ideale locatie voor het stadsdeelkantoor is de toekomst van de vooral in basketbalkringen befaamde sporttempel onzeker. Als de deelraadpolitici en ambtenaren hier hun intrek zullen nemen komt er een einde aan een lange geschiedenis van sport, vertier en politieke evenementen. Want de Apollohal is meer dan alleen basketbal. Hier werd in 1935 al tegen de jodenvervolging in Duitsland gedemonstreerd en in 1954 bracht vibrafonist Lionel Hampton het publiek zo tot extase, dat de vloer het begaf.

Op zaterdag 1 mei 1999 lopen de emoties hoog op in de uitverkochte Apollohal. Met een 56-49 zege in de beslissende finalewedstrijd van de play-offs tegen Hans Verkerk Keukens uit Den Helder halen de Ricoh Astronauts na 29 jaar de nationale basketbaltitel weer naar Amsterdam. Coach Ton Boot was er in 1970 bij als speler, toen de Fiat Stars als laatste Amsterdamse club succesvol was. Met het kampioenschap lijkt de eigenzinnige coach ook zijn gram op de stadsdeelpolitici te halen, die het hebben voorzien op het basketbalbastion met zijn bijzondere zwevende vloer van Afrikaans hardhout. Ook de spelers zijn zich bewust dat het kampioenschap op geen beter tijstip had kunnen worden behaald. “Als klein ventje wilde ik hier in de Apollohal in het eerste spelen, daarna het Nederlands team halen en natuurlijk ook eens kampioen worden. Ik heb het allemaal bereikt, maar dit is absoluut mijn hoogtepunt,” aldus Mario Bennes, maker van de twee beslissende treffers in de laatste seconden. Teamgenoot Milko Lieverts: “Hier in deze hal heb ik al mijn skills geleerd en altijd heb ik ervan gedroomd om hier nog eens kampioen te worden.”

Paradoxaal genoeg zorgt juist de internationale opstanding van het Amsterdamse topbasketbal voor een versneld vertrek uit de geliefde hal. Manager Piet Meijer vertelt nog geen jaar later in Het Parool dat de bouw van een nieuw onderkomen essentieel is voor verdere professionalisering. “De Apollohal is daar in de huidige staat niet geschikt voor, ook al is de hal natuurlijk omringd met een sfeer van nostalgie omdat het de bakermat van het basketbal in Nederland is.” In 2000 worden de doucheruimtes een maand lang gesloten als de legionellabacterie wordt aangetroffen. Maar het zijn de strenge eisen van de internationale basketbalbond die ervoor zorgen dat de Astronauts in mei 2001 de Apollohal vaarwel moeten zeggen. Zij het zeer tot onbegrip van Boot, die bij de Europacupduels in de voormalige Sovjetstaten wel minder florissante sporthallen heeft gezien.

Met het vertrek van de boomlange basketballers van de Ricoh Astronauts naar de Sporthallen Zuid lijkt de weg vrij voor de deelraadpolitici en ambtenaren van om hun intrek te nemen Overigens niet vóór er een nieuw onderkomen is gebouwd voor de honderden amateurbasketballers die nog steeds gebruik maken van het sportcomplex. De amateurclubs geven de voorkeur aan een locatie in het nabijgelegen Drenthepark, de politiek denkt aan nieuwbouw bij de Sporthallen Zuid of in Amsterdam Noord.

Het voormalige Tennis- en Tentoonstellingsgebouw Apollo, zoals de hal oorspronkelijk heette, ging in 1934 open. Ze was ontworpen door de architect Albert Boeken (1891-1951), op de plek waar het Noorder- en Zuider-Amstelkanaal samenkomen met de Boerenwetering en zich in het Amstelkanaal voortzetten. Hoe slordig er sindsdien ook mee is omgegaan, is het nog steeds een prachtig voorbeeld van het vooroorlogs functionalisme. Onder invloed van Bauhaus en de Stijlbeweging wilde Boeken een zakelijk en open antwoord geven op de persoonlijke kunstzinnige en gesloten architectuur van de Amsterdamse School. Na voltooiing van zijn studie tot bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool in Delft trad Boeken in dienst bij de afdeling Publieke Werken van de gemeente Amsterdam. In deze stad vestigde hij zich in 1926 als zelfstandig architect en werd later benoemd tot lid van de Amsterdamse Schoonheidscommissie (nu Welstandscommissie). Tot zijn belangrijkste werken naast de Apollohal behoren de woningblokken op de Aalsmeerweg en in de Sassenheimstraat.

As en krom staal

Het voortbestaan van de ‘sporttempel’ heeft eerder aan een zijden draad gehangen. In de nacht van 2 op 3 september 1957 breekt er na een explosie in de inpandige Cinema Du Midi brand uit. “Het was onhoudbaar,” aldus waarnemend brandweercommandant De Boer. Als de brandweer aankomt, slaan de vlammen al uit het dak. “Het heeft niet veel gescheeld, of we hadden terug gemoeten. Stel je voor dat de stalen draagbalken het niet hadden gehouden. Ze hadden de hele Apollohal mee kunnen trekken. Levensgevaarlijk!” Als om kwart over twee de brand is bedwongen, stort de opgetrokken dubbele brandmuur tussen de sporthal en bioscoop alsnog in. De Apollohal en het Apollopaviljoen zijn gered. Maar van de slechts drie jaar geleden door burgemeester D'Ailly geopende bioscoop, met 784 plaatsen en een modern panoramaprojectiescherm, rest na het blussen niet veel meer dan een berg as, verkoold hout en kromgebogen staal.

De plannen om een deel van de Apollohal te verbouwen tot bioscoop dateren van 1950. In dat jaar gaat de directie van de NV Sportpark en Tentoonstellingsgebouw Apollohal op zoek naar een nieuwe bron van inkomsten na sluiting van de kunstijsbaan in de hal. “Het is niet mogelijk nog langer de kunstijsbaan te exploiteren,” verklaart directeur Ch.J. de Vilder in De Telegraaf van 22 juni. Die ijsbaaninstallatie van 60 bij 40 meter was in 1940 overgekomen van het Sportfondsenbad Oost, waar in 1934 de eerste kunstijsbaan van Nederland was geopend. In de Apollohal beleeft de ijsbaan in de eerste naoorlogse jaren toptijden. Dagelijks spelen Canadese militairen die in Nederland zijn gelegerd onderlinge competitiewedstrijden waarbij publiek wordt toegelaten. De primeur op 15 januari 1947 van een ijshockeywedstrijd tussen twee vrouwenteams, beide van de nieuwe club de Apollo Pinguins, ziet het communistische dagblad De Waarheid niet als sport, maar eerder als een leuke pauzevulling omdat “hun stick- en stoptechnieken nogal te wensen overlaten”. De Waarheid is wel onder de indruk van de “slanke meisjes en kwieke jongemannen” van de Weense IJsrevue die in 1948 en 1949 het publiek versteld doen staan met hun gelikte ijsshow vol sportieve en artistieke hoogstandjes. Maar in 1950 is het over en uit, omdat volgens De Vilder de ijshockeywedstrijden, die de voornaamste bron van inkomsten zouden moeten zijn, alleen maar geld kosten. “En daar komen dan nog bij de belastingen, arbeidslonen en de sociale lasten. Nee, het gaat eenvoudig niet meer!” Met de sluiting van de kunstijsbaan staan de Amsterdamse kunstrijders en de ijshockeyers van De IJsvogels op straat. Voorzitter Meerhof van de Kunstrijclub Amsterdam is zeer pessimistisch. “Dat het juist nú moet gebeuren, nu het met het Amsterdamse kunstrijden net zo goed gaat.”

De Apollohal is ook vaak het decor voor andere evenementen, zoals tentoonstellingen, herdenkingen en politieke bijeenkomsten. Duizenden kandidaten zweten hier jarenlang op het tentamen Middenstandsdiploma van het Instituut voor Middenstandsontwikkeling. In 1944 viert de Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) grootscheeps haar vijftigjarig bestaan. Op de feestavond is er een optreden van het harmoniekorps Tuindorp en wordt er een toneelstuk opgevoerd dat speciaal voor de gelegenheid door Hella Haasse is geschreven. Ook de Gemeentelijke Universiteit viert hier op 29 mei 1952 met een plechtige zitting haar 64ste lustrum (de 320ste verjaardag). Later gevolgd door een eenvoudige maaltijd voor 1000 “burgers van de universitaire staat” elders in de hal met redevoeringen van burgemeester d'Ailly en de weer tot leven gewekte geleerden Barlaeus en Vossius. In juni 1954 kan het publiek zich vergapen op de expositie De Mens. Volgens Het Parool een “slordige Vlaamse kermistent met een Duits accent”.

Veertig jaar later hebben de media veel belangstelling voor de “bewust ontheemde” Gies Beszelsen, die voor de ingang van het voormalige Du Midi zijn tenten heeft opgeslagen. “Het is hier een druk punt vanwege het Apollohotel. Ik heb dan ook regelmatig Amerikaanse, Franse en Engelse dames op bezoek,” biecht de voormalige boekhouder op tegen een verslaggeefster van het Algemeen Dagblad.

In 1935 wordt in een overvolle Apollohal door het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen een protestvergadering gehouden tegen de “ontrechting der Joden” in Duitsland. Voorzitter Abraham Asscher: “Men kan vernederen, men kan beledigen, men kan ontrechten, men kan mishandelen, maar niét kan men vernietigen de levenswil van een oud en eerbiedwaardig ras, dat mede de wereld de hoogst geestelijke waarden heeft geschonken.” Dominee J.J. Buskes, die net terug is van een treinreis door Duitsland, citeert met grote tegenzin een paar slagzinnen uit het blad Der Stürmer. “Het is eenvoudig ongelooflijk welke een zedelijke en geestelijke vuilheid in een enkel nummer van dit blad, dat zich aandient als Duits weekblad in de strijd der waarheid, aan het publiek wordt aangeboden.” Onder daverend applaus wordt een motie aangenomen tegen het “ongemotiveerd optreden ten opzichte van eener weerloos gemaakte menschelijkheid” en worden alle volkeren opgeroepen “om niet te rusten alvorens dit onrecht is hersteld”.

Wilde hysterie

Ook op het joodse Poerimfeest in 1937 staat de onheilsspellende situatie in het Duitse Rijk centraal. Zo blijkt uit het wrange Jiddische lied van Herbert Kalmann dat in de Apollohal ten gehore wordt gebracht: “Die Moral von der Geschichte, Joden hangen valt niet mee. Omdat Joden toch een volk zijn, und als solches ziemlich zäh [taai].” Maar de Nederlandse opinie en politiek houden zich doof. Pas op 10 augustus 1940 beleggen de christelijke politieke partijen ARP en CHU een protestbijeenkomst waar de respectievelijke voormannen Colijn en Slotemaker de Bruïne voor het eerst in het openbaar Duitsland bekritiseren.

Tijdens de Golfoorlog (1990-1991) wemelt het op de nationale manifestatie voor solidariteit met Israël wel van de politici. VVD-fractievoorzitter Frits Bolkestein haalt fel uit naar PLO-leider Yasser Arafat die volgens hem “als loopjongen van Saddam Hussein alle laatste restjes van krediet heeft verloren”. De bijeenkomst wordt besloten met het Wilhelmus. Op 1 november 1998 klinkt het Turkse volkslied op de feestavond ter herdenking van het 75-jarig bestaan van de Turkse seculiere staat. Zelfs een knokpartij voor aanvang buiten op de Stadionweg, uitgelokt door Koerden of fundamentalisten, kan de pret niet drukken. Volkszangeres Nuray Hafiftas, popzanger Çelik en musicus Nalan Altinörs brengen de zaal in extase.

Vibrafonist Lionel Hampton bezorgt de Apollohal met twee concerten op 28 oktober 1954 wereldfaam. Het tweede optreden begint veel later dan gepland, omdat de bezoekers van de eerste sessie de zaal niet willen verlaten. Pas als ook de negen fans die zich hebben opgesloten op het toilet zijn verwijderd, kan Hampton beginnen aan een concert dat tumultueus zal eindigen. De jazzmusicus weet de kantoorbedienden en meisjes op blote voeten zo op te zwepen dat de vloer van de hal het begeeft. Hans ‘Bebop’ Bonefaas, beheerder van een Hampton-website, was erbij. “Veel te veel mensen wisten uiteindelijk toch binnen te komen. De uitsmijter Flying Home eindigt met ‘ta ta ta ta ta ta boem’. Dat zijn dus zeven tellen van twee maten en op de achtste springt Hampton op zijn trommels En wij springen in de zaal dus mee. Toen wij omlaag kwamen stonden we in de kelder.” De kelner van de Apollohal kon er minder om lachen. “Morgen moet hier weer worden getennist…” De Volkskrant schrijft: “Lionel Hampton joeg 7000 mensen tot wilde hysterie.” Van het optreden is ook een elpee gemaakt: Lionel Hampton Apollo Hall Concert 1954. Een titel die volgens Bonefaas de lading niet dekt. “Alleen het nummer Stardust is in Amsterdam opgenomen, de rest op een concert in Duitsland.” Het mag de Apollohal ook wel een keer meezitten.

Delen:

Jaargang:
2002 54

Gerelateerd

Hier gebeurde het... Amstelbocht, 30 juli 1650. Stadhouder kon stad niet verrassen
Hier gebeurde het... Amstelbocht, 30 juli 1650. Stadhouder kon stad niet verrassen
Hier gebeurde het 10 juni 2011
Hier gebeurde het… Haarlemmertrekvaart, 20 september 1839
Hier gebeurde het… Haarlemmertrekvaart, 20 september 1839
Hier gebeurde het 10 juni 2011
Rood Amsterdam in zwart-wit
Rood Amsterdam in zwart-wit
16 december 2002