Achter hoge muren. Huis van Bewaring Havenstraat heropent als school.

In 1891 stond Strafgevangenis Nieuwer-Amstel in een drassig weiland tussen de koeien. Amsterdam vouwde zich pas 25 jaar later om de hoge muur heen. Onderdeel van de stad werd de bajes nooit. Nu betrekt de British School of Amsterdam het gebouw.

Hans de Graaf Bierbrauwer woonde van 1961 tot 1982 in de Lomanstraat. Als hij zijn ouderlijk huis uitstapte, lag ‘de gevangenis’ rechts in zijn uitzicht. “Mijn eerste herinnering is dat ik er als kind met mijn oma langsloop. Het schemert. Alle ramen en de koepel zijn verlicht. Er is geen mens te zien. Toch zaten die er wel. ‘Daar zitten de boeven’, werd me verteld. Fascinerend, al die tralies, dichte deuren, poorten. Dat contrast van ‘heel aanwezig’ en toch ‘gesloten’. Eng maar ook toverachtig.”

De gevangenis aan de Havenstraat stond destijds al driekwart eeuw onverzettelijk op zijn plek. Architect Willem Metzelaar moest voor Justitie in korte tijd veel gevangenissen en gerechtsgebouwen bouwen. De bevolking was sterk gegroeid – de criminaliteit dus ook – én er was in 1886 een nieuwe grondwet aangenomen met een humaner strafsysteem dat noopte tot een nieuw soort strafinrichtingen. Geen lijfstraffen, dwangarbeid of vieze tuchthuizen meer, maar vrijheidsstraffen in ‘cellulaire’ gevangenissen. In isolement zouden gestraften tot inkeer en genezing komen. Ze kregen een nummer, luchtten in een kooi met een kap over het hoofd, mochten niet praten, fluiten of zingen. Ze aten en werkten in de cel.

Zijn plannen voor ‘de Havenstraat’ moest Metzelaar afstemmen op de specifieke omstandigheden ter plekke. “De kostbaarheid der terreinen [...] en de slapte van de bodem, die dure fundering ten gevolge heeft, dwingt hier nog meer dan elders om zoo beknopt mogelijk te bouwen. De ondergetekende heeft dan ook niet geaarzeld, om de cellen vleugels kort, doch 4 étages hoog te maken.” Woonblokken waren er in 1891 in de wijde omgeving nog niet. De stad lag nog aan de horizon, de strafgevangenis aan de onverharde ‘Amstelveenscheweg’. In het jaar dat de gevangenis zijn deuren opende én vergrendelde, liep Jacob Olie de weg af, draaide zich om ter hoogte van de huidige Olympiakade en maakte een foto: een bomenhaag, drie knechten, een handkar, een boer met pijp op klompen, een gezin aan de wandel. Heel in de verte links de fonkelnieuwe gevangenis met 200 cellen – de voorbode van een oprukkende stad en een nieuwe tijd.

Boevenwagens

De strafgevangenis Nieuwer-Amstel kreeg een bakstenen ringmuur van vijf meter hoog die de contouren van het kruisvormige gebouw volgde met een ‘droge gracht’ ertussen. Voor de muur stonden vier dienstwoningen, voor de directie en de hoofdbewaarder. Links van de hoofdingang bood een poort van blank gelakt Amerikaans grenen doorgang naar de binnenplaats (‘de remise’). Metzelaar: “Het cellulair rijtuig kan [daar] de veroordeelden opnemen of afgeven, zonder door het publiek gezien te worden.” Aan die binnenplaats lagen ook het lijkenhuis en de stortkamer voor de uitwerpselen. Aan de andere zijde van de muur was de keuken van de directeursvilla. Langs de Amstelveenseweg stond een rij van zes bewaarderswoningen; in de Vaartstraat kwamen er in 1905 nog zes bij.

Vanuit zijn loods aan de overkant van de Havenstraat zag een handelaar de boevenwagens komen en gaan. “Ik zag en hoorde ook geregeld vrienden en familie buiten bezoekuren op stevig volume nababbelen. Dat ging vaak in codetaal, zodat je ze wel kon horen, maar niet begrijpen. Ik heb ook gehad dat jongens die vrijkwamen hun plunje bij mij dumpten. ‘Kijk maar of er wat bijzit.’ Was nooit het geval.” Oud-buurtbewoner De Graaf Bierbrauwer: “Toen ik ouder was vielen me de mensen op die zich er rond etenstijd ophielden. Types met bontjassen, lange haren in Ford Capri’s, Opel Mantra’s, Mercedessen, Amerikaanse sleeën die naar bekenden stonden te schreeuwen. Het kon er druk zijn.”

Via een stevige houten deur met betralied luikje betrad je het hoofdgebouw. De deur viel dicht en je stond in ‘de sluis’ waar zich het dag- en nachtvertrek van de portier en de wachtruimte voor het bezoek bevonden. Na het afsluithek was je binnen én zat je vast. Door een lange gang die langs kantoren van de directeur, de hogere ambtenaren (commiezen) en de regentenkamer leidde, liep je het licht tegemoet. Op de vloer zwarte en gele keramiektegels, in een regelmatig patroon afgewisseld; de muren: zandgele en rode bakstenen. De voeg kwam wat naar voren, ‘de Amsterdamse knip’.

Doodstil

In het hart van het gebouw lag ‘het vlak’, een achtzijdige ruimte met in de nok een lichtkoepel. In drie windrichtingen strekten de vleugels zich uit, met elk achttien deuren met een luikje en een maaltijdschot. Vier verdiepingen hoog. Ten tijde van het cellulaire regime was het er doodstil. Op de cementvloer in de cellen (11m2) stonden tafel, stoel, bed en po. Tralies hadden een vaste kern met een stalen koker, die meedraaide zodat een zaag er geen grip op kreeg. Voor het hooggeplaatste venster hing een schot om contact met de buitenwereld te beperken.

Ton de Rooij werkte er als bewaarder van 1971 tot 2014: “Eentje weigerde een keer zijn cel in te gaan. Het was geen kleine jongen – zo’n nek. ‘Wacht maar’, zei ik en liep naar de portier. Of die met tussenpozen op de deurbel wilde drukken. Binnen ging er dan een lamp knipperen. Bij de cel zag ik hem kijken. ‘Ze komen eraan’, zei ik, ‘en ik hoop dat ze nog iets van je heel laten.’ En daar ging-ie. Later, in zijn cel, zei ik: ‘Je bent er ingetuind. Er komt niemand.’ Toen begon-ie me te lachen. ‘Jij vuile…’ Daar had-ie respect voor.”

Boekhandelaar Walter F. Lankamp van de Spiegelgracht leverde tussen 1975 en 2000 aan de gevangenisbibliotheken in Nederland: “Bij de Havenstraat kwam ik tweemaal per jaar. Ik moest me bij de portier legitimeren maar werd niet gefouilleerd en de dozen werden niet doorzocht. Na meerdere deuren te zijn doorgelaten – alles met de hand geopend en gesloten – liep ik naar de bibliotheek, een lokaaltje met lange tafel en een paar kasten. Er was budget, zeker in het begin. Ik bracht een doos of acht per keer. Liever twee voordelige boeken dan één dure. Er zaten naast Nederlanders ook Japanners, Vietnamezen, Chinezen, Russen, Turken, Bulgaren. Populair waren detectives, reisverhalen en boeken over gezondheid, ziekte en droomduiding. Dat ik even deel uit kon maken van een wereld waarin je nooit terecht hoopt te komen, dat vond ik speciaal.”

Overtollig

Tot circa 1965 lag boven de entree de cellulaire kerk. Gedetineerden volgden in een van de 140 hokken met halve deurtjes de dienst. Uit Adrianus (Janus) van Emmenes’ feuilleton Fragmenten uit het leven van een boef (1895): “…het spreekgestoelte, een soort tribune, staat zeer hoog, zoodat, daar de schildershuisjes aan rijen amphitheatersgewijze geplaatst zijn, de predikant steil naar beneden moet zien wanneer hij zich in het bijzonder wil wenden tot het voorste gedeelte van z’n zondig auditorium, terwijl hij met de laatste rij op ongeveer gelijken voet leeft.”

Strafgevangenis Nieuwer-Amstel werd kort voor de oorlog tot Huis van Bewaring omgedoopt. In de Havenstraat kwamen veel verzetsplegers terecht, onder wie Hannie Schaft. Op 17 april 1945 werd zij naar de duinen bij Bloemendaal gebracht en gedood. De Sicherheitsdienst wilde haar aanvankelijk op de binnenplaats fusilleren.

Negen jaar na de bevrijding werd een wet aangenomen die een eind maakte aan eenzame opsluiting als norm. Gevangenen kregen recht op sport, onderwijs, arbeid, sociaal werk, bibliotheekbezoek en hulp bij terugkeer in de maatschappij. In 1978 ging de Bijlmerbajes open; ‘de Havenstraat’ was nu overtollig en ging dicht. Het werd een broedplaats, zonder dat dat toen zo heette. Voor f 75,- per maand was er celruimte te huur. Schrijver A. F. Th. van der Heijden huurde een ruimte en schreef er De Slag om de Blauwbrug (1982); op een gegeven moment trok er een Bhagwan-commune in de gevangenis.

Maar in 1987 ging Huis van Bewaring II weer open. “Er was een cellentekort”, zegt oud-directeur Jan van den Brand (1989-2001). “Ik kwam van de anonieme Bijlmerbajes met aparte afdelingen en torens terecht in een klassiek, overzichtelijk gebouw. Ik kende elk personeelslid, ieder hoekje en iedere gedetineerde. Vluchtgevaarlijken zaten hier niet – het gebouw was niet heel veilig.” Dankzij nieuwbouw kon ‘de Havenstraat’ weer even mee. Er was ook een nieuwe bezoekersruimte. “Daar trok op een dag een grote auto met zo’n ‘bullrack’ een raam mét sponning uit de gevel. Een zware crimineel ontsnapte. Aan de tafel naast hem zat een oudere gedetineerde. Die rustige man zag dat gat en liep als in een hypnose zo naar buiten. Kort daarop werd ik gebeld. Een schoenenzaak in de Zeilstraat. Of hij mocht terugkomen. Ik heb hem er niet voor gestraft.”

Hotelgasten

Begin 2000 zag Van den Brand de publieke opinie veranderen. “Gedetineerden zouden als hotelgasten worden behandeld. De politiek volgde. Er kwamen bezuinigingen. Minder personeel, dagprogramma’s werden uitgekleed. Wat enorm steeg, was het kerkbezoek op zondag. Hun enige uitje.” Oud-gedetineerde Y. (2006-2008): “Ik zat beneden vlak bij de containers van de keuken. Je zat met twee op een cel en we hadden handdoeken bij de deur gelegd tegen de muizen. Eten: op de cel. Luchten: uurtje per dag. Je hoorde de straat en soms riep iemand: ‘Gooi ’ns een tennisballetje.’ Dan vloog er een balletje over de muur.’ De ballen waren gevuld met drugs of een mobieltje.” Bewaarder De Rooij: “Je zag niet alles, maar áls je het zag… je vond het niet terug. Je kon de boel afsluiten, iedereen fouilleren... Het was foetsie.”

Huis van Bewaring II sloot definitief in 2013. De Inspectie voor Sanctietoepassing had verouderde systemen geconstateerd, achterstallig onderhoud, een voordeur die niet altijd sloot en een slecht functionerende sluiswerking. De British School of Amsterdam was op zoek naar een ruim onderkomen met ‘karakter en historie’. De gevangenis met zijn stevige fundering werd de ruggengraat waaraan nieuwe sportzalen, lokalen en kantoren zijn bevestigd. Onder het versierde houten dak van de kerkzaal is nu het theater van de British School. Beneden in het oude verblijf van de portier zitten de receptionistes. De school telt 950 leerlingen, er is ruimte voor 1200.

Wie de oude aanblik van de gevangenis zoekt, kan op het Haarlemmermeercircuit plaatsnemen en de handen langs de ogen plaatsen. Dan zie je de vesting van weleer, zonder muur.

Tekst: Ferry Wieringa, met dank aan oud-directeur Joop van Hoorn en archivaris Maarten Helle

Beeld: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam. De vleugel en centrale hal van het Huis van Bewaring, 1980. Vervaardigd door Martin Albers

Juni 2021

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Architectuur
Editie:
Juni
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1800-1900 1900-1950 1950-2000 Vanaf 2000

Gerelateerd

Huis van Bewaring Havenstraat heropent als school
Huis van Bewaring Havenstraat heropent als school
Verhaal 14 mei 2021