7 mei 1945. Straatorgel Het Snotneusje ving ‘moordende kogels’ op

De drukte op de Dam was enorm, 7 mei 1945. Britse gevechtswagens rolden onder gejuich het plein op. En toen ging het mis. Duitse militairen schoten met scherp op de menigte vanuit De Groote Club. Er vielen doden. Sommigen vonden dekking achter een straatorgel: Het Snotneusje.

Op 7 mei 1945 trok Joop van Beek uit de Barentszstraat, vijftien jaar oud, naar de Dam: het gerucht ging dat de Bevrijders daar hun intocht zouden maken. “Aangekomen op de Dam heerste er een feestelijke stemming. Er draaide zelfs een draaiorgel.” De feestelijke stemming sloeg, zoals bekend, om in een bloedbad. Duitse militairen openden vanuit het gebouw van De Groote Club (hoek Paleisstraat / Kalverstraat) het vuur op de menigte. In paniek zochten de feestvierders dekking, maar het open plein bood nauwelijks toevlucht. Men verschool zich achter lantaarnpalen, achter de kioskjes in het Damplantsoen, achter een camerawagen die met de Canadezen de stad was binnengereden, en achter dat draaiorgel. Joop van Beek hoorde toen hij thuiskwam dat zijn buurmeisje Rika Overdijk was omgekomen.

Journalist Wiel van der Randen stond aan de andere kant van het plein op het dak van de sacristie van de Nieuwe Kerk, vanwaar hij goed uitzicht hoopte te hebben op de komst van de Canadezen. Hij deed op 8 mei verslag in de Katholieke Illustratie. De dag begon met de reguliere aflossing van de wacht in De Groote Club: “Onder doodse stilte werd op de zonbeschenen en druk bevolkte Dam de Duitse wacht in de Groote Club afgelost. De Duitsers zongen ditmaal niet, ze hadden inderdaad een excuus, maar het rhytmische geluid van met ijzer beslagen soldatenzolen op het plaveisel, dat vijf jaren op onze zenuwen had gewerkt, irriteerde nog even erg. Er was één troost: het zou de laatste wacht zijn.”

 

Vuurstoot

Vervolgens was het wachten op de bevrijders. “Plotseling rolden onder luid gejuich zes kleine Canadese gevechtswagens de Dam op. Ze waren zo bedolven onder bloemen en wriemelende jongelui, dat de bestuurders moeite hadden de weg te zien. [...] De drukte op de Dam was enorm. De B.S. [Binnenlandse Strijdkrachten, red.] in blauwe overalls, gewapend met stenguns paradeerde voor het paleis. Pierementen op het plein en in de zijstraten zorgden voor muziek. Een gezelschap dronken mannen en vrouwen zetten beneden de boel op stelten. Iemand maakte een schampere opmerking over zwarte handel en drank. Hij was nog niet uitgesproken, toen salvo’s weerklonken van de zijde van de N.Z. Voorburgwal. Het moet toen ongeveer drie uur geweest zijn.”

En toen ging het mis, zag Van der Randen. “De daverende knallen volgden elkaar nu snel op en de feestvierders van de N.Z. Voorburgwal drongen verschrikt door de Mozes en Aaronstraat op naar het veilige plein. Ook op de Dam werd de menigte onrustig en alle aandacht ging uit naar de richting van de N.Z. Voorburgwal, waar de salvo’s klonken. Ik keek naar de reactie van de Duitsers, die in de ramen en op het dak van De Groote Club stonden, toen het plotseling bliksemde op het balkon; een donderende vuurstoot volgde en een bundel zware-machinegeweer projectielen veegde over het plein. In hun krankzinnige angst raakten kinderen en vrouwen onder de voet, moeders verloren hun kinderen, en vrouwen raakten hun mannen kwijt. [...] In ongelofelijk korte tijd was de Dam leeg. Een scheefgezakt pierement, welks laatste vrolijke tonen door de moordende kogels werden gesmoord, bleef eenzaam achter.”

 

Kogels

Ook Louise Selter (1927) herinnerde zich de schietpartij. Het was haar achttiende verjaardag; ze liep met een collega van haar werk in de Bonnetterie naar de Dam: “We sloegen vanaf het Rokin de hoek naar de Dam om, liepen een meter of zeven, en toen klonken plotseling de schoten. Twee Duitse soldaten, met van die weerzinwekkende petten op hun hoofd, maaiden met hun machinegeweren over de Dam. Het leek alsof ze extra getergd waren door het kleine draaiorgel dat speelde.”

Volgens de officiële telling vielen er 22 doden en honderden gewonden. De Stichting Memorial voor Damslachtoffers 7 mei 1945, opgericht in 2012, deed uitgebreid onderzoek en stelde vast dat er veel meer doden waren: minstens 32 Nederlanders en zo’n 20 Duitsers. De operaties van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), die belangrijke panden rond de Dam in handen probeerden te krijgen, speelden een rol. Mogelijk was ook het optreden van de BS tegen de Amsterdamse vriendin van een Duitse marinier reden om het vuur te openen.

Het “scheefgezakt pierement”, was Het Snotneusje. Kogels hadden het draaiorgeltje geraakt en bovendien was er in de nasleep van de schietpartij een auto van de Grüne Polizei tegenaan gereden, waardoor een wiel was afgebroken. Omdat er na de bevrijding grote behoefte was aan vermaak, werd het snel opgelapt door de firma Perlee en ging het de straat weer op.

De historische rol die Het Snotneusje op die 7de mei speelde, was in 1992 reden voor het Amsterdam Museum om het aan te kopen. Het ‘48 toets draaiorgel’ was het kleinste type, vandaar de naam ‘Snotneusje’. Karel Struys – schoonzoon van de grote orgelbouwer Gijs Perlee – had het in 1935 gebouwd. Bij een eerdere restauratie waren twee kogels verwijderd; één kogel bleef achter, omdat wegnemen het orgel te zeer zou beschadigen. De kogels werden door Ewout Meulmeester, secretaris van de Schietvereniging Westerpark, geïdentificeerd als 9x19 millimeter patronen, gangbare munitie voor pistolen en pistoolmitrailleurs. De Luger P08 was een pistool met dit kaliber in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, het machinepistool MP38 in de Tweede Wereldoorlog.

 

Bevrijdingsfeest

Het Snotneusje zou een belangrijke rol krijgen in de Oorlogsherdenkingen dit jaar, 75 jaar na de bevrijding. De coronapandemie heeft er een stokje voor gestoken. De afgelopen maanden had het Amsterdam Museum het draaiorgel samen met externe deskundigen onderzocht. Het oorspronkelijke model was gereconstrueerd en had ook weer de beschildering van 1945 gekregen. Op 5 mei zou Het Snotneusje bij de bevrijdingsfeesten op de Dam staan en op 7 mei daar spelen in aanwezigheid van nabestaanden van mensen die omgekomen zijn tijdens de schietpartij 75 jaar geleden. Op de binnenplaats van het Amsterdam Museum stond voor 10 mei nog een bevrijdingsconcert van de Amsterdamse Tramharmonie op het programma, waarbij het Snotneusje mee zou spelen in een voor die gelegenheid gecomponeerd stuk.

De leden van de Tramharmonie (opgericht in 1906) waren tijdens de bezetting min of meer ondergedoken. De instrumenten werden verborgen. Op 5 mei 1945 kwam de Tramharmonie weer triomfantelijk tevoorschijn: “Op zaterdag 5 mei, dankzij het initiatief van den directeur van de gemeentetram, ir. W.B.I. Hofman, doken de trammannen met hun instrumenten op. In hun verfomfaaide uniformen, die als zakken om hun magere ledematen hingen, en met lege magen, marcheerden zij door de hoofdstad. Met grote ontroering haalde de burgerij de blazers in, die nog onder het oog van den Duitser alom de bevrijding met muziek verkondigden.” De Tramharmonie was het eerste orkest dat in Amsterdam in het openbaar het Wilhelmus speelde.

MET DANK AAN ANNEMARIE DE WILDT, CURATOR BIJ HET AMSTERDAM MUSEUM.

 

 

 

HERDENKINGSMOMENTEN

De verhalen over de Nederlandse slachtoffers van de schietpartij op 7 mei 1945 zijn op initiatief van de Stichting Memorial 7 mei 1945 vastgelegd op de website https://de-dam-zevenmei1945.nl/nl/ en in het boek Drama op de Dam (Ludmilla van Santen en Norbert Jan Nuij, 2017). De stichting maakte zich ook hard voor een gedenkteken – stenen met de namen van de slachtoffers –, dat op 7 mei 2016 werd onthuld door burgemeester Eberhard van der Laan. Al in 1992 publiceerde de Haarlemse uitgeverij Focus Publishing het boek De Dam 7 mei 1945 van Flip Bool en Veronika Hekking. Kunstenaar Ronald van Tienhoven ensceneerde op 7 mei 2013 de situatie van 7 mei 1945 met een groep betrokkenen achter een replica van Het Snotneusje op de Dam (foto).

 

 

 

Het Snotneusje. Collectie Amsterdam Museum

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
Mei
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verhaal

Gerelateerd

Almere aan het Leidseplein. De lange strijd om de komst van het Max Euweplein (1959-1991)
Almere aan het Leidseplein. De lange strijd om de komst van het Max Euweplein (1959-1991)
Verhaal 1 mei 2020