VOORPROEFJE: Romeyn de Hooghe (1645-1708): kunstenaar, spion, lefgozer

RomeyncreditsRijksmuseumNieuwsprenten, boekillustraties en etsen. Ontwerpen voor beelden, glas-in-loodramen en triomfbogen. Hij maakte het allemaal, veel meer en veel beter dan wie ook in zijn tijd. Lag overhoop met de Amsterdamse regenten, ging in de spionage en bedacht een ‘varende bom’. Genoot een dubieuze reputatie als pornograaf, godslasteraar en kleptomaan. Was getekend, Romeyn de Hooghe.

Maarten Hell

Hij was “een konstryk Schilder en een uytmuntent plaatetser”, zeker. Maar ook een “Viceroy van de Hel” en een “wellustigen Sardanapaal” (naar de decadente 7de-eeuwse Assyrische koning Sardanapalus). De 18de-eeuwse broodschrijver Jacob Campo Weyerman, zelf evenmin toch een brave burgerman, leek terug te schrikken voor Romeyn de Hooghe, de man over wie hij die woorden neerpende. Hij wilde zelfs niet zijn geboorteplaats onthullen, “zynde het een soort van een verwyt voor die Stad, een diergelyk Monster uyt haaren schoot te hebben zien voortkomen”.

 

Amsterdammer van geboorte

Romeyns wiegje stond in Amsterdam. Hij was er in 1645 geboren als derde kind van een timmermansdochter en een knopenmaker met wortels in Gent. Zijn voornaam was uitzonderlijk, maar gebruikelijk in de familie: in Amsterdam woonden er nog zes, deels van een welgestelde tak. Romeyn en zijn zus groeiden op in een eenvoudig ambachtsgezin, in de Nieuwe Hoogstraat. Andere kinderen stierven jong en hun vader verloren ze bij een pestuitbraak in 1664. Romeyn gold als ‘geleerde zoon’ en kreeg klassiek talenonderwijs, maar verder studeren was financieel onmogelijk.

Nieuwsprenten over Michiel de Ruyters tocht naar Chatham

Met zijn tekentalent ging hij vermoedelijk in de leer bij een kunstenaar. In 1667 publiceerde hij zijn eerste ondertekende nieuwsprenten, over de Hollandse aanval tegen de Engelsen op de rivier de Medway (de tocht naar Chatham). De jonge meester portretteerde zichzelf ook: een rijzige, bepruikte artiest, met modieuze jas en een breedgerande hoed. Volgens tijdgenoten was hij aantrekkelijk, goed gekleed, rap van de tongriem gesneden en intelligent. Een gloedvolle carrière lag in het verschiet, mede omdat de markt voor schilderijen was ingestort en het goedkopere, grafische werk juist in de lift zat. Zijn nieuwsprenten waren dikwijls dramatisch geënsceneerde voorstellingen van schokkende gebeurtenissen. Zoals de woeste Franse plundering van de dorpjes Zwammerdam en Bodegraven in 1672. Zijn weergave van de excessen schijnt nauwelijks overdreven te zijn: hij baseerde zich op ooggetuigen en schriftelijke verslagen.

OA-03-2019Het volledige artikel lezen? Je vindt het in ons maartummer.

Nog geen abonnee? Meld je vóór donderdag 14 februari 16:00 u. aan als abonnee, dan krijg je dit nummer thuis.

Word abonnee van Ons Amsterdam en profiteer van introductiekorting + cadeaus

Ons Amsterdam vertelt 10 x per jaar de mooiste, spannendste, wonderlijkste, kleurrijkste verhalen uit de Amsterdamse geschiedenis.

 

 
Beeld: Rijksmuseum