25 november 1969. Kunstenaars demonstreren tegen het Van Gogh Museum

Op dinsdag 25 november 1969 wordt de eerste paal van het Van Gogh-museum de grond ingeslagen. Een feestelijke ceremonie is het niet. De bijeenkomst wordt ruw verstoord door leden van de actiegroep Beroepsvereniging Beeldend Kunstenaars (BBK), die komen aanzetten met een enorm, bloederig gipsen oor. 

Die ochtend heeft een tiental boze BBK-leden zich verzameld rondom de eerste heipaal. De kunstenaars vinden dat de bouw van het Van Gogh-museum veel te veel geld gaat kosten, en zijn kwaad omdat ‘Holland alleen doje kunstenaars eert’. Op hun protestborden staan teksten als: ‘Kunst in plaats van tanks’, ‘Met meer kunst meer mens’, ‘We laten ons geen oor aannaaien!’ Drie BBK-leden slepen een gipsen oor - ruim twee meter lang en bevlekt met 'bloed' - over het gras. Terwijl Jaap Wagemaker de eerste paal de grond in slaat, gooien de demonstranten met aardappels.

Als enkele genodigden na het slaan van de paal een toespraak willen geven in de aula van het Stedelijk Museum, blijkt die ruimte door de BBK-leden ‘bezet’. De kunstenaars declameren passages uit de brieven van Van Gogh of beginnen simpelweg te gillen wanneer een vertegenwoordiger van de gemeente zijn mond open doet. Als de aanstaande directeur van het museum zijn gasten wil bedanken voor hun komst wordt hij overschreeuwd door een BBK-lid, die op luide toon zijn ‘kosmische, wereldhervormende theorieën’ wereldkundig maakt. Uiteindelijk, zo meldt dagblad De Tijd, ‘zagen de officiële vertegenwoordigers van Rijk en Gemeente zich gedwongen de bijeenkomst vroegtijdig te verlaten.'

Beeld: BBK-leden verstoren het slaan van de eerste paal van het Van Gogh Museum. Stadsarchief Amsterdam/ANEFO.

Delen:

Buurten:
Zuid
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Rubriek:
Actueel
Tijdperk:
1950-2000

Gerelateerd

Het Bijbels Museum gaat op reis
Het Bijbels Museum gaat op reis
Actueel 16 maart 2020