11 mei 1772. Stadsschouwburg brandt af

Maandagavond, 11 mei 1772. In de Amsterdamse Stadsschouwburg aan de Keizersgracht worden die avond twee stukken opgevoerd: De kwalyk bewaarde dochter (over een ongelukkig liefdeskoppel en een man die verliefd wordt op zijn paraplu) en een klucht genaamd De deserteur. Tijdens die laatste voorstelling raakt een gordijnkoortje één van de toneellampen, en binnen enkele minuten ontstaat een brand die zo groot is dat de ‘gantsche stad er door verlicht wordt’. Decorstukken vatten vlam, kroonluchters storten naar beneden en mensen verdringen en vertrappen elkaar om zo snel mogelijk bij de uitgang te komen. 

De Haerlemse Courantes stelt de volgende dag dat de brand Amsterdam in ‘eenen diepen rouw en droefheid dompelt’, maar niet iedereen betreurt het verdwijnen van de Stadsschouwburg. Op 14 mei publiceert een Rotterdammer een pamflet, waarin hij schrijft: ‘Het afbranden van uwen Schouwburg houde ik voor een byzonder oordeel van God over dat goddeloos toneel, welke een kruis is voor alle Vromen, een Pest van den Burgerstaat, eene vyandin der Kerke, een schandelyk Bordeel, een school van Vuiligheden, een Winkel van heillooze gebreken’. Achttien mensen komen in de vuurzee om het leven.

Lees hier het artikel dat in Ons Amsterdam verscheen over Ariana Nozeman, de eerste vrouwelijke toneelspeler die optrad in de Stadsschouwburg.

Beeld: De brand op het toneel van de oude stadsschouwburg. Stadsarchief Amsterdam/Fokke Simon. 1772.

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Rubriek:
Actueel
Tijdperk:
1700-1800