100 jaar RIH

De broers Willem en Joop Bustraan bouwden op een zolderkamertje racefietsen. In 1921 begonnen ze het merk RIH. Fietsen van staal. De werkplaats in de Westerstraat werd een pleisterplaats voor kampioenen. 

“Als Onze Lieve Heer een fietsenmaker nodig heeft, dan hoor ik het wel”, zei Wim van der Kaaij. De legendarische Amsterdamse framebouwer stopte ermee in 2012. Maar op filmbeelden van een jaar later bouwt hij weer een stalen frame voor een RIH-racefiets. Het merk waaraan hij heel zijn leven verbonden was geweest, beleefde een herstart dankzij “een paar jonge gasten”. Het deed hem zichtbaar deugd. Op hem konden ze rekenen, als framebouwer en leermeester. Hij bleef geloven in staal, ook al hadden lichtgewicht carbonframes de racefietswereld overgenomen. Op vrijdag 12 december 2014 hadden ze echter in de wielerhemel een mecanicien nodig. Van der Kaaij was 77.
Het wieleravontuur van Wim van der Kaaij begon op een augustusmaandag in 1948. De vader van een vriendje had als cafébaas een racefiets gekocht van een klant en stuurde de twee jongens naar de wielerzaak van RIH in de Westerstraat voor een rolletje nieuw stuurlint. “Stapte opeens Gerrit Schulte binnen, die dat weekeinde op de wielerbaan in het Olympisch Stadion wereldkampioen achtervolging was geworden! Hij klopte de grote Fausto Coppi.” Die wereldtitel moest gevierd worden, met ‘harinkies’. Of Wimpie die even wilde halen bij de haringstal van Stubbe op de brug. “Ik ben er nooit meer weggaan.” Van der Kaaij klom op van loopjongen tot framebouwer. In 1973 nam hij de zaak over.

Karl May
De winkel annex werkplaats in de Westerstraat was jarenlang een begrip in de wielerwereld. Voor een op maat gemaakte racefiets moest je bij RIH in de Jordaan zijn. Illustere kampioenen als Arie van Vliet, Peter Post, Gerrie Knetemann en Leontien van Moorsel behaalden er grote successen mee.

De bakermat van het merk lag op een zolderkamertje in de Tollensstraat, in de Kinkerbuurt. Daar bouwden de wielergekke broers Willem en Joop Bustraan, bankwerker en pijpfitter bij de Westergasfabriek, in hun vrije uren als een van de eersten lichtgewicht stalen racefietsen. De fietsen waren zo gewild, dat ze in 1921 RIH oprichtten en een zaak begonnen in de Eerste Boomdwarsstraat.

‘Ome Joop’ was de framebouwer van de twee, op zijn 13de begonnen in een rijwielhandel. “Uit een ruwe klomp ijzer vijlde ik met de hand tot op de millimeter nauwkeurig een koppelstukje”, vertelde hij aan Het Parool bij zijn 80ste verjaardag in februari 1977. Hij werd in 1921 wielerprof. In de middagpauze maakte hij zijn trainingskilometers, op en neer naar Zandvoort. Na zijn profcarrière was hij 23 jaar gangmaker op de motor van stayers als Aad van Amsterdam, Cor Bleekemolen en Cor Wals.

De naam RIH staat niet voor Rijwiel Industrie Holland, wat vaak wordt gedacht. Evenmin voor Rotzooi in Huis, zoals de broers onderling voor de gein bezigden. RIH verwijst naar de gitzwarte Arabische hengst van de romanfiguur Kara ben Nemsi uit de boeken van Karl May. “Die naam had mijn vader Willem bedacht”, zei zoon Wim Bustraan in 1969 tegen de jonge journalist Paul Witteman van dagblad De Tijd. “Als het woord ‘rih’ in het oor van dat paard werd gefluisterd, dan ging het paard er als een orkaan vandoor.”

Maten

Het succes van RIH begon met de tweevoudige zege van Jan Hijzelendoorn, die in 1924 Nederlands baankampioen werd op de sprint en de kilometer. Maar liefst 63 wereldtitels en olympische zeges werden er op een RIH behaald – en niet alleen door Nederlandse renners. Ook de baanploeg van de Sovjet-Unie bestelde in Amsterdam tientallen fietsen. Wim sprak een beetje Russisch, hij was getrouwd met een Russische. Dat had zo zijn voordelen. “Als ik toch in Moskou ben, kan ik meteen mijn schoonfamilie bezoeken.” Net zo trots toonde Wim een dankbrief van een klant die met zijn RIH op en neer naar Singapore was gefietst. Op de lange reis had de man slechts vijf keer een lekke band moeten plakken.

Toen Ome Joop naar de horeca was overgestapt, zette Ome Willem RIH voort met zoon Wim, die de familiezaak overnam in 1948. Of hij zelf ook fietste, wilde Witteman weten van Wim jr.: “Ja, naar mijn huis en terug. Ik heb nooit wedstrijden gefietst, want ik zeg altijd: ‘Je kunt maar één ding goed doen.’ Ik bouw fietsen.” Na afloop van het interview thuis bij Wims moeder mocht Paul Witteman zich in de winkel vergapen aan de fietsen en de eregalerij met foto’s van wielerkampioenen. De werkplaats lag erachter. Eerst de winkel door, dan door een smal gangetje, trappetje op en dan ben je er. Een langwerpige zolderachtige ruimte, oud maar schoon.”

Het verbaasde hem Witteman dat er achter al die successen geen grote fabriek schuilging.“Een van de frames waar nog geen wielen aan zitten, tilt hij [Wim jr., red.] even op en kijkt er met een soort liefde naar die doet vermoeden dat hij maar moeilijk afscheid kan nemen van zijn fietsjes”, schreef Witteman. De fiets bleek voor de Amsterdamse renner Henk Cornelissen: “Hij kan het zien, aan de maten.” De werkplaats was later ook het heiligdom van Wim van der Kaaij, die de winkel in de ochtenduren gesloten hield. Het bouwen van de frames was precisiewerk, dat niet mocht worden verstoord door een klant voor een nieuw fietsbandje.

Overspuiten

De bescheidenheid van Wim Bustraan over het ambacht - "er is niks aan, iedereen zou het kunnen" - werd gelogenstraft door de renners: ze zwoeren bij hun op maat gemaakte fiets uit de Jordaan. Trots was hij op de anekdote van Cor de Best, die op een trainingsritje een stumperig ronddraaiende wielrenner bijhaalde. Het bleek de grote kampioen Gerrit Schulte, op de fiets van zijn Franse profploeg. "Ik kom er niet op vooruit", verdedigde Schulte zich. Hij mocht later van de ploegleiding op een RIH koersen, overgespoten in de kleuren en met de naam van het Franse fietsmerk dat de ploeg sponsorde. Het kon Wim niks schelen, zo leek het: “Iedereen in Amsterdam wist dat hij op een RIH reed.”

Er waren veel profwielrenners die een voorkeur hadden voor een RIH boven de merkfiets van hun ploegsponsor. Het overspuiten in dienst van de commercie werd Wim Bustraan uiteindelijk toch teveel. De maat was vol toen Leijn Loevesijn op een RIH in 1971 de wereldtitel sprint won, terwijl het logo was overgeplakt met het Raleighmerk Castron, zijn sponsor. Bustraan was furieus en begon een rechtszaak. Hij kreeg zijn gelijk van de rechter, al vond hij de f 25.000,- schadevergoeding in plaats van de geëiste f 200.000,- “wel een beetje teleurstellend”. Eigenlijk was hij het geploeter zat. Hij had leren omgaan met overplakkers, in de hoop dat het tot samenwerking met een groot merk zou leiden. Maar die was tot zijn onbegrip uitgebleven. “Als ik zie wat er op de markt komt. Fietsen, die ik nog niet maak met mijn handen op mijn rug gebonden en met mijn ogen dicht. Een schande. Maar als ik mijn ontwerpen aanbied is er geen belangstelling voor. Een grote fabriek en mijn modellen, daar is goed geld mee te verdienen.”

Overname

Het familiebedrijf ging in 1961 in zee met de Groningse Rijwielfabriek Fongers. Wim Bustraan: “Ze hebben daar grote machines die ik niet kan betalen. Bijvoorbeeld een verstelbare mal. Er zijn wel renners die toch liever een RIH uit de Westerstraat hebben, maar volgens mij is dat een beetje suggestie.” De samenwerking duurde tot de overname van Fongers door het Friese Batavus in 1971.
De overname in 1973 door framebouwer Wim van der Kaaij kwam als een bevrijding – eindelijk had Bustraan weer tijd om te vissen. De merkrechten werden verkocht aan RIH-Cové in Venlo. Van der Kaaij mocht jaarlijks nog 250 RIH-sportfietsen verkopen. Een opmerkelijk hoog aantal, meer dan ze in de Westerstraat bouwden. Die clausule bleek lang een hindernis voor overname. In 2012 ging de deur definitief in het slot en werd het pand verkocht.

Oude exemplaren van RIH zijn gewild – rondom het merk hangt een magische roep. De grootste verzamelaar woont in Den Haag. Lars van der Moolen begon ermee nadat hij Wim van der Kaaij had ontmoet op de wielerbaan in Sloten. Zijn collectie telt 130 RIH’s, louter Amsterdamse exemplaren. De vraagprijzen zijn waanzinnig. “Stokoude, beschadigde, en verroeste karretjes, waarop het woord RIH Sport amper te zien is, worden op de sociale media gepresenteerd als archeologische schatten”, schrijft André Stuyfersant (stuyfssportverhalen.com), de trotse bezitter van een vroege RIH uit 1928. Sommige liefhebbers hebben een RIH als kunst aan de muur hangen.

Sinds 2013 worden er weer stalen frames op maat gemaakt, in een loods in Amsterdam-Noord. Er zijn plannen voor een eeuwfeest. “Hopelijk is er dan voor de tweede keer de Ronde van de Westerstraat, die we in 2019 nieuw leven hebben ingeblazen”, zegt Ab Winsemius, een van de mannen achter de doorstart. Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan heeft framebouwer Dries Baron een jubileumeditie in elkaar gezet, met stalen buizen. Het eerste exemplaar werd getest door oud-profwielrenner Léon van Bon. Zijn testrit door de duinen herinnerde hem aan 1992, toen hij op de Olympische Spelen in Barcelona zilver won op de puntenkoers met een rood-wit-blauwe RIH. Het frame hangt gedeukt en gebutst bij hem thuis aan de muur.

Tekst: Peter de Brock

Beeld: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam, vervaardiger Frans Busselman. Willem Bustraan in zijn beroemde werkplaats op de Westerstraat 150

juli-augustus 2021

Delen:

Buurten:
Jordaan
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1950-2000 Vanaf 2000