Nummer 8: September 2017

Bob Bouber maakte de nederbeat groot Inhoud-5-platenhoes

Met ZZ en de Maskers was hij in de jaren zestig hét gezicht van de Nederlandstalige popmuziek. Maar Bob Bouber raakte in vergetelheid. Zijn liedjes gelukkig niet. En hij was meer dan alleen een nederbietheld. Een kleurrijke Amsterdamse duizendpoot, die ook op veel andere terreinen zijn stempel heeft gedrukt in de naoorlogse stad. Een telg uit een vermaard Amsterdams toneelgeslacht bovendien.

Boris Blom alias Bob Bouber alias ZZ verdient een prominente plaats in de Nederlandse Rock and Roll Hall of Fame. Hij is een van de aartsvaders van de Nederlandse popmuziek en hoort in één adem te worden genoemd met Peter Koelewijn (Kom van dat dak af) en indorocker Andy Tielman. Met ZZ en de Maskers was Bouber de wegbereider van de nederbiet, het Nederlandse antwoord op de Britse beat boom. Zijn betekenis voor de Nederlandstalige popmuziek is groot. Hij liet horen dat Nederlandse songteksten niet suf hoeven te zijn. Die historische rol is later onderbelicht gebleven.
Na een kort leven in de schijnwerpers verdween hij in de anonimiteit. In de jaren negentig stond hij gewoon in het telefoonboek. Niet onder de B van Bouber, maar de B van Blom. Nog steeds op hetzelfde adres (Overtoom 383) waar jonge fans in 1965 voor de deur postten in de hoop een glimp van hun idool op te vangen. Zijn artiestennaam Bob Bouber had Boris Blom (geboren 6 september 1935) in de jaren vijftig aangenomen als eerbetoon aan zijn grootouders, het bekende toneelechtpaar Herman en Aaf Bouber.

 

EXTRA: Popmusici over Bob Bouber

Henny Vrienten (Doe Maar), Dave von Raven (The Kik) en Frans de Wit (De Volle Pont) over de grote betekenis voor de Nederlandse popmuziek van Bob Bouberen zijn bands ZZ en de Maskers en Het.

 

Flipperbal
Net als oma Aaf 50 jaar eerder debuteert Boris Blom als tiener in Carré. In 1953 staat hij er op de planken in het door zijn opa geschreven toneelstuk De Jantjes. Hij heeft een opleiding gevolgd voor kapper en theatergrimeur. Hij werkt niet alleen in de theaterwereld, maar is ook van de eerste (semi-)profvoetballers van Nederland als doelman bij Beroepsvoetbalcub (BVC) Amsterdam. Na de fusie met DWS (1958) kiest hij voor het theater en zet hij een punt achter zijn voetbalcarrière.
Tot diep in de jaren zeventig volgt zijn loopbaan het springerige parcours van een flipperbal. Bouber staat aan de wieg van de Akademie voor Kleinkunst. In 1958 ontstaat het idee voor deze 'Cabaretschool' en het jaar daarop gaat de opleiding van start. Hijzelf is – naar eigen zeggen tegen wil en dank – directeur. De eerste jaren in de Albert Cuypstraat zijn rommelig en moet hij het stellen zonder subsidie. Toch brengt de academie in die beginjaren latere beroemdheden voort als Rob de Nijs, Jasperina de Jong, Ronnie Bierman, Martin Brozius en Frans Halsema. In 1962 vraagt hij Johan Verdoner (onder meer oprichter van het Amsterdams Ballet Lyceum) om het directeurschap over te nemen.
ZZ en de Maskers wordt Boubers volgende avontuur. Het ontstaan van de beatgroep is nauwkeurig beschreven door de veelgeprezen gitarist Jan de Hont in zijn vorig jaar verschenen biografie. In oktober 1962 had Bouber in het clubgebouw van Speeltuinvereniging Frankendael de rock-'n-rollband The Apron Strings zien spelen, met onder meer de gebroeders Jan en Hans de Hont uit Amsteldorp in Oost. The Apron Strings genieten faam als de Nederlandse Shadows en vormen dan de begeleidingsband van een andere jongen uit Oost: Rob de Nijs. "Tussen de 150 druk dansende tieners nam hij (Bouber, FV) zijn besluit: met deze jongens kon hij zijn droom verwezenlijken", schrijft De Honts biograaf René van den Abeelen.

Opwinding
Na maanden intensief oefenen doet de band podiumervaring op door vier weken lang elke avond te spelen in de Rotterdamse nachtclub Las Palmas. Op 4 augustus 1963 staan ze in het Scheveningse Kurhaus als voorprogramma van Chubby Checker, de populaire 'koning van de twist'. Hun debuutsingle Dracula wordt evenals de latere platen opgenomen in het Bavohuis, de voormalige kerk in de Sumatrastraat. Het is meteen een hit, mede dankzij een optreden in de eerste aflevering van het televisieprogramma Voor de vuist weg van Willem Duys.
ZZ en de Maskers is de eerste succesvolle beatband van Nederland. Dracula valt op door de grappige Nederlandse tekst. Het lied combineert een klassiek bluesschema met het galmende gitaargeluid van destijds populaire instrumentale bands als The Shadows uit Engeland en de vele indorockbands in Nederland. Hun volgende hits, waaronder Ik heb genoeg van jou, gaan al meer richting de gortdroge beatsound. Het beatbandje lift in 1964 mee op de explosieve populariteit van The Beatles.
Tekenend voor de opwinding die het nieuwe muziekgenre veroorzaakt, is het berichtje in De Telegraaf (1 februari 1964) dat Nederland "op weg (is) zijn eigen Beatles te krijgen". ZZ en de Maskers mag in het voorprogramma spelen van If I had a hammer Trini Lopez in het Concertgebouw. Maar daar steekt het bestuur van de zaal een stokje voor, omdat "bij een vorig optreden is gebleken, dat zij vooral de meisjes onder het publiek teveel in extase brengen."
Aan optredens heeft de band verder geen gebrek. De jongens toeren door Duitsland en spelen in heel Nederland, uiteraard ook in eigen stad. Zo staan ze begin 1965 met onder meer met Rob de Nijs en Willeke Alberti op het podium van het Citytheater. Het zijn vooral de fans van ZZ en de Maskers die van zich laten horen, meldt Het Vrije Volk. "Een van hen had zelfs een paar kilo spruitjes bij zich, een nieuw geheim wapen in de tienerwereld, waardoor het podium op den duur een fraai bespikkelde vlakte werd." Popmagazine Muziekparade roept ze uit tot de populairste band van Nederland.

Popart
ZZ en de Maskers zijn in meerdere opzichten pioniers van de Nederlandse popmuziek en popcultuur. Ze adopteren niet alleen het eerst de Britse beatsound, maar ook de bijpassende langhaarmode. De Maskers verven hun haar ook nog eens zwart. ZZ werpt zich in de publiciteit herhaaldelijk op als de beschermheer van de langharige jeugd. Met zijn theaterachtergrond zorgt hij ervoor dat de band een wervelende show geeft, met danspasjes en – ook een primeur – een lichtshow.
Niet alles loopt gesmeerd. Het leeftijdsverschil tussen de zanger en zijn band zorgt van het begin af aan voor een flinke afstand. De 30-jarige Bouber is getrouwd en heeft thuis drie kleine meisjes rondlopen. Tijdens de Engelse tour in 1965 groeit de kloof. "Op het persoonlijk vlak boterde het niet", zei Jan de Hont twintig jaar geleden tegen mij. Bouber zelf spreekt op zijn website (De Boubers – 100 jaar theaterpassie) over "opgelopen spanningen" en "uiteenlopende visies". De jongens uit Oost hebben zich inmiddels ontwikkeld tot rasmuzikanten, voor wie popmuziek een ernstige zaak is, terwijl de alleskunner van de Overtoom popmuziek slechts ziet als een van de vele vormen van variété. Na twee duizelingwekkende jaren stapt hij op. De Maskers hebben zonder ZZ nog een paar bescheiden successen.
Nog voor de definitieve breuk gaat Bouber aan de slag met Het, zijn volgende popproject. Nu blijft hij in een regisserende rol achter de schermen. Hij stelt Het samen uit leden van de ruige Amsterdamse beatband The Mads, die in onder meer het Rembrandttheater (de huidige Escape) live een stevige reputatie hebben opgebouwd. Bouber borduurt voort op de trendy popartstijl die zij hebben omarmd. Het popartidee om de commercie te gebruiken voor artistieke doeleinden sluit perfect aan bij zijn eigen visie. "Cultuur is een soort tandpasta en die moet je verkopen", zegt hij jaren later in Het Vrije Volk.

Ledikant
Ik heb geen zin om op te staan is de eerste single van Het en met zijn gevoel voor de tijdgeest verzint Bouber de volmaakte publiciteitsstunt. "Om met een bed midden op een druk kruispunt te gaan staan moet je een beetje vreemd zijn. En vreemde mensen zetten tegenwoordig nogal eens de boel op stelten in Amsterdam, waar wij gistermiddag dit plaatje maakten", schrijft het Nieuwsblad van het Noorden op 5 november 1965. De band ligt in een ledikant op wieltjes voor het paleis op de Dam, omringd door politiemannen en op de achtergrond vrolijk publiek. Al na vier minuten maken de agenten een einde aan de stunt en nemen het bed in beslag, in de overtuiging dat het een provoactie betreft.
Met een luie beat en in simpele, maar doeltreffende bewoordingen vertolkt Ik heb geen zin om op te staan het tijdloze en universele ochtenddilemma: "Met m'n voeten tegen je pyjama aan" of toch maar "Met m'n blote handen naar mijn baas te gaan". Tegelijk weerspiegelt het liedje de rebelse geest van die jaren. En misschien ook wel de overspannen arbeidsmarkt, waardoor jongeren zich gerust eens konden verslapen, omdat ze na ontslag toch meteen weer ander werk vonden.
De single is een groot succes en staat dertien weken in Veronica's Top 40. De band houdt er een toegewijde schare fans aan over, die in navolging van hun idolen een eigen taaltje spreken. (Precies wat 40 jaar later gebeurt na het succes van de single Watskeburt?! met de Amsterdamse rapformatie De Jeugd van Tegenwoordig.) Na de tweede hit, het vrolijk-onzinnige Kejje nagaan (1966), is het gedaan met het succes. Andere Amsterdamse bands (The Clungels, The Softs) volgen het voorbeeld van Het en stappen over op absurde en melige Nederlandstalige teksten. Alleen Ronnie en de Ronnies (1967) hebben er succes mee met Beestjes. Nederlandstalig is 'uit'. De volgende golf Nederlandstalige popmuziek dient zich pas aan in de vroege jaren tachtig.

Showdans
Bouber hervat zijn leven als duizendpoot. Hij presenteert een radioprogramma, is jurylid in een talentenshow op televisie, manager van verschillende artiesten en producent van eigen theatershows. Tussen de bedrijven door organiseert hij de publiciteit van de actiegroep Artis Moet Blijven tegen de dreigende sluiting van de dierentuin (1971). Ook is hij weer actief als acteur. Zo speelt hij een van de hoofdrollen in Willy Van Hemerts televisieserie Dynastie der Kleine Luyden (1974). Solo brengt hij nog een paar singles uit, waarvan alleen de tranentrekkende countrysong Gratis voor niets (1976) succes heeft.
Wie de krantenarchieven doorwerkt of spreekt met de mensen met wie hij samenwerkte, wordt duidelijk dat de ambitieuze, eigengereide, bij vlagen visionaire Bouber in de kleinkunst- en popwereld niet alleen vrienden heeft gemaakt. Zijn toenmalige vrouw Tinka typeert hem raak in de Volkskrant (1967): "Bob heeft een voortrekkersmentaliteit. Zo'n man die vroeger naar Amerika zou gaan, om iets helemaal op te bouwen. Maar als Bob eenmaal iets heeft opgebouwd, als het helemaal voor mekaar is, dan wil ie iets anders. Ja, dat is zijn tic, zeg ik altijd." Ze krijgen nog een vierde dochter, maar vier jaar later strandt het huwelijk.
Tijdens zijn theatershow Popschuim en Plastic leert Bouber de danseres Maria More (ook wel Maria Moreno) kennen. Met haar vindt hij professioneel en privé zijn definitieve draai. In 1974 beginnen ze op een schip aan de Prins Hendrikkade een 'jazz-dance-centre'. De rest van zijn werkzame leven wijdt Bouber voornamelijk aan de danskunst. Hij treedt uit de schijnwerpers en schrijft en regisseert showdansprogramma's waarmee het stel over de hele wereld toert. Hij doet het management voor More's balletten, die onder meer te zien zijn in de muziekprogramma's Toppop en Op Volle Toeren. In 1984 starten ze de Maria More Akademie. Samen leveren ze zo een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van de Nederlandse showdans. Op 51-jarige leeftijd krijgt hij een hersenbloeding. In de jaren negentig produceren Bouber en More nog een paar showprogramma's voor de Efteling. Dan valt het doek.

Gezondheid
Onder Nederlandse popmuzikanten en -journalisten is de waardering voor Boubers liedjes altijd groot geweest. Neem alleen al de lijst van artiesten die zijn nummers hebben gecoverd. De Amsterdamse garagerockers Claw Boys Claw bijvoorbeeld zetten Dracula van ZZ op hun coveralbum Hitkillers! (1988). Ik heb geen zin om op te staan werd op plaat of live onder meer gespeeld door: The Blizzards uit Duitsland, Arbeid Adelt! uit België, Die Aeronauten uit Zwitserland, Neerlands Hoop in Bange Dagen, Polle Eduard, Skik (met Henk Westbroek) en Ellen ten Damme. Radionestor en neerlandicus Frits Spits noemt het liedje "een van de slimste nummers uit de geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek".
Zelf ben ik ook een grote fan. Na een lange speurtocht lukt het me eind 2016 het telefoonnummer te achterhalen van de 81-jarige man die alweer heel wat jaren als Boris Blom door het leven gaat en ook allang niet meer op de Overtoom woont. Ik spreek een boodschap in. Maria More belt terug, ook zij gebruikt niet meer haar artiestennaam. Haar man is bereid een interview te doen, zegt ze, maar zijn gezondheid laat hem momenteel in de steek. Of ik het over een paar maanden nog eens wil proberen. In april bel ik weer. Het interview kan definitief niet doorgaan. "Dat is een gepasseerd station."


FANTA VOOGD IS JOURNALIST.