Nummer 9: September 2017

De vergeten boerderij van de familie Van Loon Langerlust-1-anno-nu

Op zijn vierde verjaardag, 22 september 1927, legt jonkheer Maurits Nanning van Loon de eerste steen van de nieuw op te trekken boerderij Langerlust. Een buitenplaats in Driemond die dan al meer dan 100 jaar in bezit van zijn familie is. De hoeve bestaat nog steeds. Nu als feestlocatie en sociale werkplaats. Verder is er weinig over bekend. Wij gaan op zoek naar een vergeten boerderij, die het weekend van 9 en 10 september meedoet met Open Monumentendag.

"Je waant je ver van de drukte van de stad en snuift de natuur op zodra je het erf opstapt", staat op de site van The Colour Kitchen Langerlust. Daar voelen we wel wat voor. In de sporen van de familie Van Loon trekken Tonko Grever, directeur en conservator van Museum Van Loon, en ik richting de oude hofstede in Amsterdam Zuidoost.
Zij gingen met het rijtuig of te paard over de Middenweg en dijk van de Trekvaart, wij fietsen langs het Amsterdam-Rijnkanaal met zijn wuivende bomen en laten de drukke, stinkende stad langzaam achter ons. Precies zoals geprivilegieerde stedelingen dat in vroeger eeuwen ook deden in de zomer op zoek naar groen, rust en frisse landlucht. Iedere zichzelf respecterende welvarende familie had wel een buitenplaats. Het liefst met een behoorlijke lap grond erbij, gecoiffeerd in Engelse landschapsstijl en bedoeld om te wandelen, jagen, paardrijden en koetstochten te maken. De landhuizen zelf, schrijft Barbara van Vonderen in Deftig en Ondernemend, leken op uitvergrote kopieën van de stadspaleizen aan de Herengracht in Amsterdam en waren een zichtbaar teken van grote rijkdom.
Amsterdam had een lastig achterland voor deze zomerse trek naar buiten, vertelt Grever. Door het vele water was het lastig bouwen en er waren niet veel kastelen waar men zomaar met de hele huisraad in kon trekken. Dus bouwde de oude elite haar eigen optrekjes tussen Amsterdam, Haarlem en Den Haag. "Ze zaten eigenlijk op een kluitje bij elkaar en zochten elkaar ook regelmatig op. Netwerken was een geliefde bezigheid."
Op landgoederen als Boeckesteijn, Schaep en Burgh, Hilverbeek, Jagtlust en Swaenenburgh woonden in de 19de eeuw oude geslachten als Van Loon, Six, Dedel en aangetrouwde families. De 's Gravelandsevaart, waaraan de meeste huizen stonden, was een belangrijke verbindingsroute. "Voor de jaarlijkse verhuizing naar buiten werd vervoer per schip verkozen boven vervoer per rijtuig, omdat de weg bijna nergens verhard was. Het halve huishouden, linnengoed, servies, bestek, speelgoed werd ingepakt en verstuurd via een trekschuit samen met meiden en knechten vanuit het Amsterdamse huis naar de buitenplaats", schrijft Van Vonderen.

Onteigening
Echte herinneringen aan de oude boerenbuitenplaats aan de Provincialeweg 24 in Driemond zijn er bij de familie niet veel, zegt Grever. Ze weten wel om welke hoeve het gaat. Hij werd zelfs gecorrigeerd tijdens zijn belronde. "Wij hadden geen boerderij in de Bijlmer. Wij hadden een boerderij in Weesp." Tot 1967 viel Langerlust nog onder de dan opgeheven gemeente Weesperkarspel. Na de onteigening door Amsterdam vanwege de aanleg van de Bijlmer kreeg de hoeve een gemeentelijke bestemming. Een lid van de familie Dedel had wel een verhaal over die onteigening. Zijn familie – die daar ook een boerderij bezat – ging meteen akkoord met het aanbod van ƒ2,50 per vierkante meter. "Alles voor het belang van de stad", vertelt Grever de anekdote na. Maar de Roëlls (Daisy Roëll-Van Loon had de boerderij geërfd) zijn gaan procederen om het dubbele te krijgen voor Langerlust. Met succes, alleen schoten ze er door de dure proceskosten per saldo niet veel mee op.
Ook de oogst in het familiearchief is mager. Twee foto's van het oude, wat sobere Langerlust en van de compleet nieuw opgetrokken boerderij in 1927, waar jonkheer Maurits als laatste mannelijke nazaat de eerste steen legde. Verder kwam Grever een 'ordinaire' taxatie van de boerderij uit 1947 tegen, waarin de boerenhofstede door Thora Nanna Egidius en Willem Hendrik van Loon werd nagelaten aan hun dochter Daisy, een tante van Maurits dus. De waarde van Langerlust werd toen getaxeerd op f 87.348,-.
De contouren van de boerderij doemen op in het vlakke land zodra we de Provincialeweg opfietsen in Driemond. Langerlust is omringd door weilanden en water. Aan de voorkant stroomt de Gaasp en aan de achterkant liggen het Gaasperpark en de gelijknamige plas. Het park is een erfenis van de Floriade uit 1982. Langerlust diende destijds als kantoor van de internationale tuinbouwtentoonstelling. Sinds drie jaar geeft de hoeve onderdak aan een restaurantketen The Colour Kitchen, waar jongeren met een achterstand op de arbeidsmarkt horeca-ervaring kunnen opdoen.

Laatste nazaat
Negentig jaar geleden vroeg jonkheer Willem Hendrik van Loon (1855-1935), de grootvader van Maurits, op 21 maart 1927 een vergunning aan bij de gemeente Weesperkarspel voor het slopen van de oude boerderij en de bouw van een nieuwe. De nieuwe boerenhoeve moest bestaan "uit een woonhuis annex koestal, wagenloods met paarden- en ziekenstal en 3 roeden hooiberg". Het ontwerp is van de Loener architect en waterbouwkundige Hendrik Hissink. Het moest allemaal wat ruimer en luxer, vermoedt Grever. "Kijk maar eens naar dat grote sierlijke dak. Pure luxe. De ruitverdeling is nog wel 18de-eeuws."
Voor Grever is het de eerste keer dat hij deze boerderij bezoekt. Aandachtig loopt hij het erf op en neemt het oude woonhuis, de voormalige herenkamer en de stal (nu een vergader- en feestruimte) goed in zich op. Zijn oog valt op de herinneringsplaquette in de voorgevel: 'Eerste steen gelegd door JHR Maurits Nanning van Loon op zijn vierde verjaardag, 22-9-1927.' "Die steenlegging laat zien dat deze boerderij meer was dan een kale belegging bedoeld om vermogen te spreiden. Het was een persoonlijk familiebezit. Er zal ook een dynastieke gedachte achter hebben gezeten. Maurits was de laatste mannelijke nazaat. De hoop was toch dat Langerlust binnen de familie zou blijven."
De boerderij was lang in de familie. Meer dan 150 jaar. Vanaf 1816 tot 1967 om precies te zijn. De hofstede kwam bij de Van Loons terecht door een beproefd middel: een strategisch huwelijk met een andere familie. Begin 19de eeuw ging het financieel minder goed met het koopmans- en regentengeslacht, dat tegelijkertijd zijn politieke macht begon te verliezen door de centralisatie van het bestuur, die werd ingezet in de Franse Tijd en voortging in het Koninkrijk der Nederlanden. De Gemeentewet van Thorbecke in 1851 zorgde voor meer uniformiteit en inspraak, Amsterdam verloor haar autonomie. Voor alle gemeentes in Nederland golden nu dezelfde regels. Het was gedaan met de vroedschappen, waar ook de Van Loons generaties achtereen in vertegenwoordigd waren geweest. Het was gedaan met de erfopvolging en de onderling geregelde benoemingen. Er kwamen directe verkiezingen.

Coterie
Rijk was de familie niet meer, maar naam en status had ze nog wel. Met voorouders die betrokken waren geweest bij de oprichting van de V.O.C. en later in de stadsregering van Amsterdam zetelden tijdens de hoogtijdagen van de Republiek behoorden de Van Loons tot de oude elite, de 'eerste coterie', de alleraanzienlijksten. En die status groeide toen koning Willem 1 in 1821 de familie verhief tot de adelstand.
Nu moest er alleen nog geld komen. Willem van Loon (1794-1847) – die op het punt stond zijn heil in Indië te zoeken – werd door zijn moeder overgehaald de gefortuneerde Anna de Winter (1793-1877) ten huwelijk te vragen. Het werd met enige moeite 'ja', schrijft Geert Mak in De Levens van Jan Six. Ze trouwden in 1815. Anna was de dochter van koopman, dichter en kunstverzamelaar Pieter van Winter (1745-1807). Ze verrijkte de familie niet alleen met een aanzienlijk kapitaal, maar ook met een deel van de 17de-eeuwse schilderijencollectie van haar vader, waaronder Het straatje van Johannes Vermeer. Ook boerderij Langerlust was bij de bruidsschat inbegrepen.
Na Anna's dood was er voor haar tien kinderen weinig meer over van het grote kapitaal. Zoon Willem wist de kunstcollectie voor ruim f 1.500.000,- te verkopen aan baron Gustave de Rothschild in Parijs. Het onroerend goed, dus ook Langerlust, bleef binnen de familie en kwam in handen van Hendrik Maurits van Loon, haar jongste zoon. Hij trof zijn toekomstige bruid, de schatrijke Louise ('Louky') Borski, op een bal van sociëteit Het Casino. Een besloten evenement waar alleen de maatschappelijke top welkom was. De vader van Louise was de rijkste man van zijn tijd, een spil in de financiële wereld, die niet met zijn status – hij verkondigde graag dat hij een gewone burgerjongen was gebleven – maar met zijn fortuin lid was geworden. Hun huwelijk in 1854 bracht beiden wat ze zochten: Louise klom op tot de eerste coterie, Hendrik Maurits sleepte het grote geld binnen. Het jonge paar streek later neer aan de Herengracht op 502, de huidige burgemeesterswoning.

Boomgaard
Veel aandacht voor de boerderij zal het echtpaar niet gehad hebben. De flamboyante Louise verbleef liever in villa Hyde Park (uit te spreken als 'heidepark'), dat ze liet bouwen bij Doorn. Een 'chateau' dat qua omvang en uitvoering on-Nederlands was en door de oude elite werd gezien als te protserig. Gebouwd met snel verdiend geld. Later kocht de mondaine dame villa Beaulieu aan de boulevard van Cannes en was ze meer aan de Côte d'Azur te vinden dan binnen de in haar ogen misschien wat bekrompen Amsterdamse grachtengordel. In de Blauwe Salon van Museum Van Loon hangt een portret van deze kapitaalkrachtige vrouw. Als enige dame is ze staand afgebeeld, waarmee ze uitstraalt dat ze een zeker gewicht in de schaal legt.
Als buitenverblijf heeft de familie Langerlust nooit gebruikt, denkt Grever. "Het was een melkveehouderij met koeien, geen weekend- of vakantiehuis. De boer was in dienst van de familie." Maar hij kan zich wel voorstellen dat Thora, de schoondochter van Louise en de grootmoeder van Maurits, de groente van het land en fruit uit de boomgaard gebruikte voor de gerechten die in hun souterrainkeuken aan de Keizersgracht (het huidige Museum Van Loon) werden bereid. Een ideale dagexcursie was Langerlust ongetwijfeld ook voor de familie om hun geliefde paarden wat beweging te geven. Achter het koetshuis zat een manegebak, waar de jonkheer aan dressuur deed. Hij trainde paarden en honden en gaf voorstellingen aan familie en personeel.

Schatbewaarder
In het jaar dat Maurits de eerste steen van Langerlust legde, verliet de familie na 300 jaar de gracht. De stadswoning werd verruild voor een grote boerderette avant la lettre in Laren. Maar de jonge Maurits ging nog wel iedere week naar zijn grootmoeder Thora aan de Keizersgracht, van wie hij bijbelles kreeg en die zich moederlijk over hem ontfermde. Hij raakte onder de indruk van het huis met de hoge plafonds, het stukwerk en de familieportretten. Hij vond er de oude traditie, die in zijn jeugd aan het verdwijnen was. Meer rijke families trokken naar buiten en in de grachtenpanden die ze achterlieten kwamen kantoren en appartementen.
Als schatbewaarder van die verdwenen cultuur opende de laatste mannelijke Van Loon het museum in 1973, waar hij nog jaren boven heeft gewoond. Tonko Grever kende de oude jonkheer. "Dan zaten wij op kantoor te vergaderen en hoorde ik 'tik-tik', het geluid van zijn zegelring en wist ik dat ik de deur voor hem open moest maken. Of hij nog vaak op Langerlust is geweest na de steenlegging weet ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat hij teleurgesteld is geweest over de onteigening door de gemeente. Al had hij The Colour Kitchen zeker een heel mooi sociaal initiatief gevonden."


KATJA KREUKELS IS JOURNALIST.

September 2017