Nummer 5: Mei 2008

Hoe eeuwig is eeuwige rust?
Begraafplaatsen tobben over al dan niet ruimen
Tekst: Liesbeth Vermeulen

052008_GravenBegraafplaatsen zijn niet langer plekken waar stervelingen alleen noodgedwongen komen. Steeds meer wordt hun cultuurhistorische en landschappelijke waarde ontdekt. Toch dreigen belangwekkende graven soms te verdwijnen. Door onverschilligheid, onoplettendheid of onwetendheid. Ons Amsterdam vroeg enkele begraafplaatsbeheerders hoe zij het Amsterdamse funeraire erfgoed bewaken.

Enigszins schoorvoetend komen de beheerders desgevraagd met verhalen over missers – onder het bewind van hun voorgangers, natuurlijk. Het is nog maar een jaar of tien geleden, dat men op Zorgvlied het familiegraf ruimde van schrijfster Elisabeth Zernike (1891 – 1982) en haar broer Frits Zernike (1888 – 1966), in 1953 winnaar van de Nobelprijs voor natuurkunde. Een zoon van Frits, die in Amerika woont, had de rechten teruggeven. Elisabeth Zernike komt nog wel voor op de lijst van ‘bekende literaire Nederlanders’ van Zorgvlied, maar haar graf is dus ‘geschud’, net als dat van haar geleerde broer. Dat wil zeggen dat het grafmonument is weggehaald en dat boven de diep onder de grond liggende beenderen weer nieuwe grafkisten zijn geplaatst. Beheerder Arpad Nesvadba: “Toen waren de beheerders minder goed doordrongen van de culturele betekenis van graven, had toevallig niemand hier van de Zernikes gehoord en werd er nog niet ‘gegoogeld’ op mogelijke bekendheid.”
Nobelprijswinnaars hebben het kennelijk moeilijk op begraafplaatsen, constateert Marie-Louise Meuris, directeur van De Nieuwe Ooster. Hier ruimde men bijna het familiegraf van de wereldberoemde natuurkundige prof. J.D. van der Waals (1837-1923; Nobelprijs 1910), samen met dat van zijn te vroeg gestorven dochter Jacqueline (1868-1922), een zwaarmoedige maar geliefde dichteres. In 1984 is afstand gedaan van het graf en werd de grafbedekking verwijderd. Begin jaren negentig heeft de Universiteit van Amsterdam de verantwoordelijkheid voor het graf overgenomen en een nieuwe steen laten plaatsen. Gelukkig waren de stoffelijke resten er nog.
Ook het grafmonument van Jan Jacob Lodewijk ten Kate (1819-1889) is verdwenen. De naam van deze 19-eeuwse dichter-dominee is nu nog slechts bekend door de Ten Katestraat en de daar gehouden markt. Maar bij leven was hij beroemd door zijn gedicht De Schepping, dat door Richard Hol op muziek is gezet, en nog lang nadien door de spotverzen van Cornelis Paradijs oftewel Frederik van Eeden: “Dankt den Heer met snarenspel/Voor Ten Kate, J.J.L.” In 1985 deden de nabestaanden afstand van de grafrechten. De bedekking werd verwijderd maar het stoffelijke overschot is niet geruimd. De Nieuwe Ooster is nu van plan om de graflocatie opnieuw te markeren.

Onwetendheid en nonchalance
Onverschilligheid en/of geldgebrek van nabestaanden is de eerste oorzaak van het verdwijnen van bovengemiddeld interessante graven. De tweede is onwetendheid of nonchalance van beheerders – en soms ruimtegebrek. Maar anderzijds tonen beheerders soms meer cultureel besef dan de nabestaanden lief is. Dat ondervond Karel de Beurs van de Noorderbegraafplaats: “Ik wilde graag het graf van Fietje Peuk voor het nageslacht bewaren. Zij was een bekend fenomeen in Amsterdam Noord, een vrouw die altijd op straat liep en peukjes opraapte. Maar haar familie gaf daar geen toestemming voor, die vond het geen pas geven dat Fietje als zodanig bekend zou blijven. Het graf is daarom helaas geruimd.
De Beurs draait al tientallen jaren mee in het gemeentelijke begrafeniscircuit. “Je bent een roepende in de woestijn als het gaat om het behoud van graven”, sombert hij. “Het hangt puur van de persoon op een begraafplaats af of een graf geruimd wordt of niet. Je moet er affiniteit mee hebben en bevlogen zijn. Een grote organisatie zal niet per definitie vakbekwaamheid uitstralen. Toen ik, weliswaar decennia geleden, op de Nieuwe Oosterbegraafplaats werkte, heb ik me bijzonder ingespannen om de graven van bekende Nederlanders statuur te geven. Dat werd me toen niet in dank afgenomen.”
Op De Nieuwe Ooster (zoals de begraafplaats, uitgebreid met een crematorium, sinds 1992 heet) waait tegenwoordig een andere wind. Marie-Louise Meuris, die in 1997 aantrad als nieuwe directeur, werd zich pas echt bewust van het probleem, toen ze kort na haar benoeming hoorde dat ooit een van haar favoriete schrijvers, Theo Thijssen, op ‘haar’ begraafplaats had gelegen, maar dat dit graf in 1955, twaalf jaar na zijn dood, was geruimd. Kon dat zomaar, dan? Jazeker, werd haar verteld; dat was helemaal volgens de regels gegaan. Het was een ‘algemeen graf’, waarin drie wildvreemden boven elkaar liggen. In principe worden algemene graven na tien jaar geruimd, tenzij de familie stevig bijbetaalt – maar daarvan hadden de nazaten van Thijssen afgezien en een fanclub van de schrijver van Kees de jongen en De gelukkige klas was er toen nog lang niet. Tóch was het jammer, vond Meuris, en samen met het Theo Thijssen Museum zorgde zij ervoor dat burgemeester Cohen in 2005 op de plek van het verdwenen graf een abstract blauwglazen gedenkteken voor de schrijver kon onthullen, samen met ontwerper Jan Wolkers.
Voor Meuris was het geval-Thijssen een aanleiding om te bedenken hoe dit soort missers in de toekomst het beste voorkomen kon worden. Tot nu toe besliste alleen de directeur over al dan niet ruimen, aan de hand van lange namenlijsten en soms een inspectie ter plekke. Maar een directeur kan ook niet alles weten, vreesde Meuris in alle bescheidenheid. Soms gaat het om de unieke vormgeving of het materiaal van een graf (maar wat is uniek?), dan weer om de persoon die erin ligt. Maar wat wist zij van steensoorten en symboliek? En zou zij in haar eentje van al die duizenden personen spontaan de beroemdheid kunnen aflezen, niet alleen van schrijvers en musici, maar ook van sporthelden, wetenschappers, politici, ondernemers, architecten, modeontwerpers, acteurs en buurtcoryfeeën?
Daarom laat Meuris zich sinds twee jaar bij haar periodieke ‘stenenrondje’ bijstaan door enkele specialisten. Ze beoordeelt de graven waarvan de rechten onlangs zijn verlopen, samen met een materiaaldeskundige, expert op het terrein van ‘funeraire kunst’, een historicus/journalist en een inmiddels gepensioneerde archivaris van De Nieuwe Ooster. Ter plekke wordt een voorlopig oordeel aangetekend op een speciaal ontworpen formulier, met uiteenlopende criteria voor behoud, waaronder materiaal/beplanting monument, tijdsbeeld monument, de persoon, de locatie en de ontwerper. Vanachter de computer en soms in archieven wordt bovendien naar aanvullende informatie over personen gezocht. Prettig is dat de begraafplaatsarchivaris al decennia een ijverig Ons Amsterdam-lezer was en uit het blad geknipte maandelijkse lijstjes van prominente Amsterdamse doden uitknipte op de dossierkaarten plakte. Dat inmiddels de hele procedure behoorlijk tijdrovend is, geeft Meuris graag toe.
Karel de Beurs van de intieme Noorderbegraafplaats kan het nog heel goed alleen af, vindt hij. Het moet ook allemaal niet te bureaucratisch worden. Wat mooi is, dat weet hijzelf wel, en hij overziet zijn doelgroep uitstekend: “Ik ken hier in Noord veel mensen persoonlijk, uit het verenigingsleven bijvoorbeeld. Maar soms word ik ook getipt over een bekend persoon, zoals de kunstenaar Wim Oepts, die hier ligt. Als ik meer informatie nodig heb, ga ik naar het Historisch Centrum Amsterdam Noord. En in Ons Amsterdam worden lokale beroemdheden goed beschreven. Dit is een echte buurtbegraafplaats, waar bijvoorbeeld veel overleden voetballers liggen van een club als De Volewijckers.”
Arpad Nesvadba van Zorgvlied brandt zelf liever niet zijn vingers aan moeilijke keuzen. Hij heeft de gemeenteraad van Amstelveen (want díe gaat erover) gevraagd ‘objectieve criteria’ te handhaven en schort het ruimen intussen maar even op: voorlopig heeft hij nog geen ruimtegebrek. Het aantal graven waarvan de rechten verlopen zijn en die vanaf 2010 geruimd mogen worden is intussen opgelopen tot 1395 stuks. Daar staat een ‘attentiepin’ in de grond, met het dringende verzoek aan rechthebbenden zich te melden.

Beroemd of berucht
Voor eenieder blijft het lastig te bepalen wat het behouden waard is en wat niet. Kennis van de ‘kunstgeschiedenis des doods’ is best handig. De vormgeving van graven was en is onderhevig aan modes, veranderend in de tijd en verschillend naar religie en maatschappelijke groep. In de 19de eeuw werden graag wenende muzen op een tombe afgebeeld. Socialisten hielden van vuur-symboliek. En katholieken waren natuurlijk dol op kruizen. Kunsthistoricus Leon Bok, lid van het commissietje van De Nieuwe Ooster, let erop dat in ieder geval de typerendste voorbeelden bewaard blijven. Maar ook a-typische zerken. Op een katholieke begraafplaats kan er best eens een kruisje gemist worden . Maar als er op een algemene begraafplaats een groot kruis op een graf staat, is dat dáár bijzonder en dus wellicht het behouden waard. Het materiaal kan ook een argument voor behoud zijn, zoals een zeer bijzondere marmersoort of een grote kei.
Het subjectiefst is natuurlijk de vraag welke graven behouden moeten blijven vanwege de persoon die erin ligt. Over mensen die bij leven beroemd waren en dat bleven is natuurlijk weinig discussie, maar bovendien leveren die zelden een probleem op. Door hun roem werden ze vaak rijk (soms ook andersom) en ze kregen een particulier graf; de kapitaalkrachtige familie blijft grif betalen en anders het door hen opgerichte bedrijf wel. In Amsterdam geldt Zorgvlied als de begraafplaats met de meeste beroemdheden, op de voet gevolgd door De Nieuwe Ooster. Niet dat je het er altijd meteen aan afziet, zegt Zorgvlied-beheerder Arpad Nesvadba. “Er zijn heel bekende Nederlanders die onder een simpel keitje begraven liggen, en we hebben praalgraven waarvan de naam niemand meer wat zegt.” Roem kan ook heel toevallig ontstaan, zoals wanneer iemand postuum een romanfiguur wordt. “Zo willen de laatste tijd veel mensen het graf van de vrouw van de schrijver Kluun bezoeken”. Nesvadba haast zich overigens te zeggen dat op zijn begraafplaats aan de Amstel heus niet alleen grote kunstenaars of staatslieden liggen. “Iemand kan ook een heel bekende bakker zijn geweest of een grote naam uit de onderwereld”.
Op dat laatste terrein kan Johan Degenkamp, beheerder van de katholieke begraafplaats Sint Barbara, zeker meepraten. Daar liggen, zoals hij het fraai uitdrukt, naast bisschoppen en roomse schrijvers ook diverse “lieden uit het lagere echelon”, zoals de vermoorde crimineel Sam Klepper. Op Vredenhof aan de Haarlemmerweg heeft de eveneens vermoorde Cor van Hout in een opvallend praalgraf zijn laatste rustplaats gevonden. De boven- en onderwereld zijn hier andere begrippen geworden. Het is te verwachten dat als ooit deze grafrechten verlopen, er nog pittige discussies kunnen ontstaan over de wenselijkheid van behoud. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor de zeer luxueuze tombe van de steenrijke oorlogsmisdadiger Pieter Menten op De Nieuwe Ooster. Eén redenatie is: wie evident niet deugde, kan maar beter snel vergeten worden. Maar anderen zullen aanvoeren dat historisch toch zeer interessant is dat dergelijke figuren in hun eigen tijd toch nog zo geëerd konden woorden.

Vergeten held
Soms is de begravene zelf al bijna een eeuw vergeten, maar kan hij symbolisch worden geacht voor een andere groep of maatschappelijk verschijnsel. Wie kent nu nog de naam van Evert Veldman, remisechef bij de Gemeentetram? Maar toen hij in 1929 werd begraven, eerde de Noord-Hollandsche Postduivenbond haar secretaris met een hoge marmeren steen, bekroond door een vijftal duiven. Het zegt veel over het onvoorstelbare belang van het verenigingsleven in die tijd, en ook nog eens over de populariteit van het duivenhouden in vooroorlogs Amsterdam. Dus ziet De Nieuwe Ooster dit graf graag op de monumentenlijst.
Niet dat zo’n monumentenaanvraag op dit moment erg kansrijk is. Het ministerie weigert voorlopig graven als monument te erkennen. Maar er komt altijd wel weer een nieuwe minister, die er anders tegenaan kijkt. Intussen draait de begraafplaats in kwestie wel op voor het onderhoud, en dat valt weleens tegen als het verval snel gaat. Nu en dan lukt het om dan een particuliere inzamelingsactie voor behoud op te zetten: zo werden in de jaren negentig op Zorgvlied bijvoorbeeld de graven van circusbouwer Oscar Carré en de beroemde acteur Louis Bouwmeester gered. Op Sint Barbara zou het graf van schrijver/boekhandelaar Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) wel een opknapbeurt kunnen gebruiken. Daarvoor is Degenkamp nu in gesprek met een stichting die dat hopelijk kan bekostigen.
Als een grafsteen mooi is, maar de persoon eronder vergeten, is er nóg een optie die de laatste jaren steeds populairder wordt: hergebruik. Op Sint Barbara gebeurt het al tijden. Wie dat wil, kan rusten onder of in een eerbiedwaardig monument waaronder ooit een notabel rustte, wiens naam niemand meer kent en die geen betalende nazaten heeft. Het scheelt een hoop steenhouwerswerk en tegelijk blijft erfgoed bewaard. De inscriptie wordt dan wel natuurlijk aangepast aan de nieuwe eigenaar. Op deze manier is het prachtige monument van mgr. Poppen gerestaureerd en behouden gebleven. Maar er is ook kritiek: voor sommigen ligt het op de rand van geschiedvervalsing.
Alle beheerders pleiten intussen voor meer discussie over behoudscriteria (liefst gemeentelijk of landelijk), maar daar komt nog weinig van terecht. Daarvoor spelen concurrentiedrift en angst voor verlies van zelfstandigheid nog een veel te grote rol. En ook de grote verschillen tussen de situaties van de begraafplaatsen (groot/klein, arm/rijk, gemeentelijk/particulier) maken een gezamenlijk beleid moeilijk. Duidelijk is wel dat elke beheerder, op zijn of haar eigen manier, het bijzondere funeraire erfgoed van de hoofdstad een warm hart toedraagt en er voor wil zorgen dat grafmonumenten niet in een onbewaakt ogenblik aan de vuilnisophaler worden meegegeven.


Grafrechten verlopen
In Nederland kent men twee soorten graven: eigen graven en algemene graven. In die laatste soort worden een of meerdere personen begraven die elkaar niet kennen. Zo’n graf mag na tien jaar worden geruimd, de minimale wettelijke termijn van grafrust. Een eigen graf neemt men vaak voor twintig of vijftig jaar en kan met telkens tien jaar worden verlengd. De rechthebbende bepaalt wie er in het graf komt te liggen. ‘Eeuwige graven’ worden eigenlijk niet meer uitgegeven. Als grafrechten verlopen, moeten houders van begraafplaatsen vaak flink speurwerk verrichten om eventuele rechthebbenden te achterhalen. Niet iedereen denkt er aan om de begraafplaats bij een verhuizing te verwittigen. “We gaan wel drie burgerlijke standen ver om nabestaanden te achterhalen”, aldus beheerder De Beurs van de Noorderbegraafplaats. Beheerders willen niet graag dat er een rechthebbend familielid op komt dagen en het graf geruimd blijkt te zijn. Aan de andere kant is het ook gewoon een zakelijke kwestie: voor de rechten moet wel betaald worden.