Nummer 1: Januari 2008



Bet van Beeren: bijna-mythische kroegbazin

Tekst: Karin Lakeman
012008_Cafe

Ze is al veertig jaar dood, maar blijft de tongen beroeren: Bet van Beeren, de flamboyante eigenaresse van café ’t Mandje op de Zeedijk. Openlijk lesbisch en stoer, maar ook eenzaam en drankzuchtig. “Bet kon drinken als de katten melk”, aldus haar onlangs overleden zus Greet. Vorige maand werd bekend dat haar café waarschijnlijk dit voorjaar weer open gaat.

Sterke verhalen te over. Bet die de stropdassen met een slagersmes afhakte van praatjesmakende klanten, Bet die op een motor en in leren pak door de stad scheurde, Bet die een paar biefstukjes ging halen en vervolgens twee weken weg bleef en de kroegen in de kop van Noord-Holland op stelten zette, Bet die in de oorlog katten liet slachten om toch maar erwtensoep met vlees te kunnen verkopen. Ze kreeg jenever aangeleverd van de Duitsers in de oorlog, maar had ondertussen joodse onderduikers in de kelder en de wapens van een verzetsgroep op zolder. En niet te vergeten: Bet van Beeren wordt gezien als een belangrijke voorvechtster van de homo-emancipatie.
Bij leven kreeg ze misschien niet de erkenning die ze graag wilde, maar na haar dood werd dit ruimschoots goedgemaakt. Zo werd ’t Mandje in het klein nagebouwd in het Amsterdams Historisch Museum, wijdde de lesbische theatergroep Mevrouw Jansen een voorstelling aan Bet en figureerde haar persoon onlangs nog in de musical Wat zien ik?!. Ook is het boek Bet van Beeren. Koningin van de Zeedijk van Tibbe Bosch opnieuw uitgegeven en bovendien is er een speelfilm over Bet in de maak.
Deze film - geproduceerd door Victor Tiebosch en Jan Bruinstroop – gaat naar verwachting in 2009 in premiere. Op dit moment werken Ton Vorstenbosch en Kiek Houthuysen aan een scenario. De film spitst zich toe op de oorlogsperiode, toen de Zeedijk een bijzonder gebied was omdat er geen Duitse soldaten mochten komen. De bezetter wilde waarschijnlijk niet dat de soldaten zich te buiten zouden gaan aan drankgebruik en ander vermaak en bijvoorbeeld geslachtsziekten zouden oplopen.
Kiek Houthuysen deed intensief onderzoek naar Bet van Beeren en ’t Mandje. Ze sprak veel met Bets zuster Greet en kreeg veel nieuw materiaal te zien, onder andere over broer Co die gelieerd was aan de verzetsgroep van Gerrit van der Veen. Er wordt beweerd dat de wapens voor de overval op het bevolkingsregister bij Bet op zolder lagen. Door het overlijden van haar zuster Greet ligt Houthuysens onderzoek al enige tijd stil, maar we kunnen waarschijnlijk nog nieuwe gegevens uit Bets oorlogstijd verwachten.

Geboren kasteleinse
De inmiddels bijna-mythische kroegbazin werd in 1902 in de Boomstraat in de Jordaan geboren. Haar moeder had daar een logement; haar vader was stratenmaker. Als oudste dochter in een gezin van twaalf kinderen moest ze al vroeg uit werken. Ze kwam terecht in een blikkenfabriek aan de Haarlemmerweg, waar ze het tot voorvrouw schopte, maar het caféleven trok haar meer. Af en toe hielp ze mee in het café van haar oom op de Zeedijk Ze was als ‘kasteleinse’ in haar element en wist de klanten uitstekend te vermaken. Op die manier wist ze veel omzet te draaien.
In 1927 kon ze het café overnemen. Bet had geen geld, maar met leningen van de gemeente en van brouwerij Oranjeboom – die al snel had gezien dat ze centen in het laatje wist te brengen – kwam het café toch in haar bezit. Ze baatte het etablissement veertig jaar uit en maakte het tot ver buiten Amsterdam beroemd. Ze bleef al die tijd trouw aan Oranjeboom, ook al klopten Heineken en andere brouwerijen voortdurend aan haar deur.
Het was bijzonder dat ze zich als vrouwelijk ondernemer op de ruige Zeedijk tussen pooiers, hoeren, zeelui en penose meer dan staande wist te houden. Als ze het nodig vond, sloeg ze iemand eigenhandig de zaak uit. Nog opvallender was dat homo’s en lesbiennes in haar zaak openlijk voor hun geaardheid mochten uitkomen. ’t Mandje was overigens geen echt homo-café: iedereen mocht er komen en iedereen kwam er.
De Amsterdammer Onno Boers bezocht ’t Mandje vanaf de jaren vijftig regelmatig. Voor homoseksuelen waren er in die tijd verder alleen besloten clubs, zegt hij. “Bij Bet van Beeren kon je als homo jezelf zijn. Dat kon in die tijd in geen enkel café. Niet alleen niet in Amsterdam, maar nergens in de wereld. Bij haar kon dat allemaal wel. Dat was uniek.” Alleen zoenen en ‘klef’ gedrag mocht niet van Bet. “Dat hield ze allemaal wel in de gaten”, zegt Boers. Hij heeft vooral goede herinneringen aan Koninginnedag in ‘t Mandje. Dan ging het biljart eruit en mocht er gedanst worden. De dames met de dames en de heren met de heren. Ook dat was bijzonder, volgens Boers. “Vrouwen mochten in normale uitgaansgelegenheden wel met elkaar dansen, maar voor mannen was dat uitgesloten. Het was op Koninginnedag afgeladen vol in ‘t Mandje.”

Kleurrijke vrouw
Dat Bet van Beeren nu nog steeds de aandacht op zich weet te vestigen, is vooral ook vanwege haar kleurrijke persoonlijkheid. Ze was voor niets en niemand bang, kon de mensen uitstekend naar haar hand zetten en deed bij voorkeur waar ze zelf zin in had. Daarin was ze vrij schaamteloos. Het leek haar niet te deren als ze weer eens werd uitgescholden voor ‘lollepot’. Ze kon vloeken als een bootwerker, was een kerel van een wijf, maar ze kon er ook heel vrouwelijk uitzien en had zeker ook haar zachte kanten. Verder wilde ze vooral graag gezien worden. Dat lukte haar voortreffelijk.
Bet was geen doetje, zo bleek al op jonge leeftijd. Als tiener ging ze graag de hort op en bleef ze halve nachten weg . Op 19-jarige leeftijd zat ze drie maanden in de gevangenis vanwege betrokkenheid bij diefstal van een partij schoenen en de drank ontdekte ze al ook al vroeg. In het logement van haar moeder moest het bier zelf gebotteld worden. Bet hielp mee het bier uit het vat op te zuigen en in flesjes te doen. Ze vond dat lekker werk, kwam soms aangeschoten op school en werd dan weggestuurd.
Verder wist ze al jong dat ze op vrouwen viel en maakte daar geen geheim van. Aanvankelijk sloeg ze echter vooral mannen aan de haak - en dan graag rijke mannen. Dan moest er geshowd worden en liet ze zich met de betreffende heer in een paardenkoetsje door de Jordaan rijden. Of ze legde het aan met een slager of een banketbakker, zodat het arme gezin Van Beeren van vlees dan wel gebak werd voorzien.
Later verdiende ze meer dan goed met ’t Mandje en werd ze zelf een ‘big spender’. Ze zorgde ervoor dat er altijd wel iets te beleven viel in het café. Ze kleedde zich vaak in een matrozenpak en danste en zong voor haar klanten. Regelmatig haalde ze muzikanten van de Zeedijk, om samen met hen een show weg te geven. Het interieur van ’t Mandje werd in de loop der jaren een bezienswaardigheid op zich. De afgehakte stropdassen bungelden aan het plafond en het hing er tjokvol met souvenirs die door klanten waren meegenomen.
Omzet draaien deed Bet ook door met haar klanten te praten. Vriend Piet vertelt hierover in het boek van Tibbe Bosch: “Zoals Bet in der zaak van de tongriem kon gaan, dat kon er geen een. Wanneer er iemand binnenkwam waarvan ze dacht: dat is een kwartje, dan vertelde ze voor een kwartje, maar als ie een joetje was, berg je maar, want dan vertelde ze voor een joetje. En die vent moest net zo lang zitten luisteren tot ie flink had afgeschoven….” Zus Greet in hetzelfde boek: “Ze kon makkelijk iemand als ie binnenkwam – en ze wist dat ie geld had – versieren; ja, dan werd de geldbuidel leeggehaald, dan werd er gezopen. Al most ze der zelf een vat voor leegzuipen, het geld ging deruit.”

Geld en liefdadigheid
Een gewiekste zakenvrouw dus, maar het zou haar tekort doen om haar alleen maar zo af te schilderen. Ze kon mensen die het moeilijk hadden echt hulp en troost bieden. Bovendien was ze alleen al vanwege het feit dat ze zelf open omging met haar homoseksualiteit een inspiratiebron voor degenen die niet nog ‘uit de kast’ waren. Ze onderhield haar familie en ze deed veel aan liefdadigheid. Ze organiseerde uitstapjes voor de kinderen en bejaarden uit de buurt. Dit betaalde ze deels uit eigen zak, maar ze zamelde ook geld in bij bedrijven, of bij de pooiers uit de buurt. En ze klopte aan bij haar klanten. Elke dag moest er wel voor een andere armoedzaaier de knip open.
Het Leger des Heils kwam elke vrijdag in ’t Mandje zingen. Bet riep dan tegen de klanten: “Allemaal koppen dicht, anders ga je d’r uit, want het Leger komt binnen! En allemaal de beurs trekken, want daarboven kunnen ze niet van de wind leven.” De liefdadigheid was ook wel een beetje ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Ze collecteerde in de buurt bijvoorbeeld af en toe voor de Nicolaaskerk, om dan vervolgens naar het kruis bovenop de kerk te wijzen en te zeggen: “Zien jullie dat kruis, dat heb ik betaald.”
Zelf liet ze het graag breed hangen, vooral als ze op de versiertoer was. Ze heeft veel vriendinnen gehad. Vaak waren dat hetero-vrouwen. Haar favoriete jachtterrein was het Haarlems Koffiehuis voor het Centraal Station, waar ze keurig gekleed in mantelpak op het terras ging zitten en knappe vrouwen ‘uit de provincie’ geraffineerd voor zich probeerde te winnen. Ze slaagde hier vaak uitstekend in, maar haar affaires hielden nooit lang stand. Daar was Bet waarschijnlijk te onrustig voor. Ze kon moeilijk doorzetten in relaties en ging vaak vreemd.
In het boek Majoor Bosschardt. Een leven voor anderen van Eline Verburg komt een uitgebreide passage voor over Bet van Beeren. Bosschardt: “Ze kon zich aan niemand binden. Daarom had ik ook veel medelijden met haar, omdat ze ondanks haar grote mond zo’n eenzame vrouw was. Ze had heel erg de neiging om vriendschap en liefde te kopen. Ze verdiende veel geld en kon heel erg gul zijn. Als ze iemand cadeautjes en geld gaf, verwachtte ze daar vriendschap en trouw voor terug. Maar zo werkt dat natuurlijk niet. Zo zijn heel veel relaties die ze aanknoopte net zo snel weer afgebroken.”
De dames Bosschardt en Van Beeren - ‘Koningin van de Wallen’ en ‘Koningin van de Zeedijk’- hadden een bijzondere band. Ze hebben verschillende keren ruzie gehad, Bosschardt is een keer door Bet het café uitgezet, maar Bet belde haar soms ook huilend van eenzaamheid op. De majoor: “Ze had een heel grote mond, niemand kon tegen haar op. Ik denk dat ik een van de weinigen zal zijn geweest. Misschien dat ze me daarom juist graag mocht. Ik sluit niet uit dat ze zelfs een beetje verliefd op me is geweest.”

Geen lintje
Bets laatste jaren zijn niet gemakkelijk geweest. De drank begon steeds meer z’n tol te eisen. Majoor Bosschardt had het over “wel veertig biertjes op een dag”. Wellicht was Bet enigszins verbitterd geraakt doordat ze niet de waardering kreeg die ze graag wilde. Twee grootse blijken van erkenning zijn aan haar neus voorbijgegaan. Beide keren speelde uitgerekend majoor Bosschardt een cruciale rol. Zus Greet probeerde in 1962 een lintje te krijgen voor Bet. Verdiensten genoeg, zou je zeggen: onderduikers en verzet geholpen in de oorlog, rol in homo-emancipatie, veel voor de buurt gedaan. Maar toen Greet majoor Bosschardt en de pastoor van de Nicolaaskerk benaderde om Bet voor een lintje voor te dragen, weigerden zij dit vanwege de levensstijl van Bet. En toen majoor Bosschardt in 1965 prinses Beatrix over de Wallen en door de rest van de binnenstad rondleidde, werd ’t Mandje overgeslagen. Bet was diep beledigd. “Zeker omdat ik lesbisch ben”, zou ze de majoor hebben toegebeten.
Greet kwam de laatste acht jaren van Bets leven in ’t Mandje werken en nam meer en meer de rol van kroegbazin over. Bet mocht van Greet steeds minder doen en zat voornamelijk aan de bar te drinken én kritiek te uiten op haar zuster, die het in haar ogen minder goed deed dan zij zelf had gedaan. Ze kon haar rol van kroegbazin moeilijk loslaten en stond het eigenlijk niet toe dat Greet en anderen in haar omgeving voor haar zorgden.
In 1967 stierf ze aan een leverziekte. Twee dagen lang lag ze - volgens eigen wens - opgebaard op het biljart in ’t Mandje. ‘Tout Amsterdam’ was bij haar begrafenis. Majoor Bosschardt sprak: dat wilde Bet graag. Zelf had Bet altijd gezegd dat ze 65 zou worden. En ze werd 65. Regelmatig riep ze echter ook: “Ik ben onsterfelijk. Ik kan niet gemist worden.” “Ze heeft gelijk gehad”, zei Greet in een interview. “Ze was onsterfelijk. Iedereen heeft het nog steeds over haar.”