Hemelvaartsdag in Amsterdam een eeuw geleden

Hoe werd hier een eeuw geleden Hemelvaartsdag gevierd? Per traditie konden Amsterdammers op deze dag voor een kwartje naar Artis. Ook populair: flaneren en picknicken in het Vondelpark! En ‘dauwtrappen’ natuurlijk!
Dat laatste werd met name door de Willemsstraters groots en meeslepend aangepakt – vanaf de dageraad tot ruim na zonsondergang. De Amsterdamse correspondent van de Leeuwarder Courant schreef op donderdag 25 mei 1911 heet van de naald deze impressie, die drie dagen later in zijn wekelijkse rubriek ‘Brieven uit de Hoofdstad’ werd afgedrukt.

“Hemelvaartsdag in Amsterdam is, meer nog dan elders, de dag van potverteren, frissche lucht happen, primitieve pic-nicjes hou­den en in dronkenmansvroolijkheid in een oude victoria met een knokelig paard er voor rond-boemelen, – al te maal dingen, die pas goed van stapel loopen als 't mooi weer is, nl. droog en niet te koud. Dan zit de feestlust den menschen in 't bloed; en zooals ieder vogel zingt zoo als hij gebekt is, zoo feest ieder op Hemelvaartsdag naar de mate van zijn portemonnaie en den lan­gen adem van zijn spaarlust. Je hebt er, om met de kleinste te beginnen, die feestvieren door met een nieuw hoedje op en een wandelstokje in de .hand het Vondelpark in te kuieren en er een glaasje karnemelk -te gaan drinken. Dat zijn de onge­huwde epicuristen. Anderen zijn weelderiger van aanleg en – schijnbare tegenspraak – getrouwd l Ze gaan met vrouw en kinderen het Vondelpark in, zoeken er een gezellig hoekje uit in 't. hooge gras en verzadigen zich er aan melk en krente-broodjes, soms afgewisseld met een slokje uit een apothekersfleschje – terwijl ,de kindertjes lig­gen te ravotten zoodat de luiertjes los raken en speelsche hondjes verbaasd tegen ontbloote geheimenisjes blaffen... Zulke groepjes heeft vandaag het Vondelpark bij tientallen geteld, ter­wijl op de rijwegen de branie-feestvierders het nikkelgefonkel van hun nieuwe fietsen en het manchet-hooge wit van versch gesteven boorden vertoonen.
Maar er zijn meer grootscheepsche feestvier­ders…
We slaan eenige categoriën over, om te belanden bij de Willemstraters, die op 't gebied van Hemelvaartvieren in gróótschheid en langdurige lawaaimakerij niét te overtreffen zijn. Van wan­neer het edel gebruik dateert weten we niet; maar wegens hoogen leeftijd is het den Willemstrater heilig. Om vijf uur 's ochtends als de dauw de velden nog bedekt, ligt de schuit, die de .Willem­straters weg zal voeren, den' polder in, al gereed. Ze komen opdagen, gecostumeerd. De een is ridder, de ander marketentster, weer een ander clown. In vroeger dagen was het fantasievol costuum van ‘de Dood van leperen’ bijzonder in trek.
Bij tientallen te gelijk gaan de gecostumeerden aan boord; en als allen present zijn, dan schettert het koper en bonst de trom van een gehuurd orchest van blaaspoepen; de bruggen gaan open, en de boot stevent in de richting van 't IJ, om »ich te verliezen in de waterige overzij, waarvan de Amsterdammers uit de volksklasse alleen maar nota neemt met Hemelvaartsdag. En eerst ’s avonds laat komen ze terug, nog steeds met muziek en onder luide pret.
De pakjes zijn verflenst, de stemmen zijn schor, de pot is verteerd…”