In memoriam Clark Accord


Clark_Accord_032007_Route_HvdBOp 11 mei 2011 overleed de Nederlands-Surinaamse schrijver Clark Accord, vooral bekend door zijn debuutroman De Koningin van Paramaribo (1999), die in 2000 tot toneelstuk werd bewerkt. Om hem te gedenken publiceren we hier nog eens het interview dat Marcella van der Weg in 2007 met hem had over zijn 'Vaste Route' uit zijn eerste jaren in de Bijlmer, kort na 1978.

Overweldigende mondigheid

De vaste route van Clark Accord

In Suriname hoorde Clark Accord dat mensen in de Bijlmermeer in op elkaar gestapelde luciferdoosjes woonden en dat het er niet helemaal pluis was. Maar op de foto’s die zijn zusjes hem toestuurden, stonden mensen voor een auto of waren gestoken in prachtige kleren. “Voor ons gevoel ging het heel goed met de mensen hier.” En op de dag dat hij als zeventienjarige aankwam in 1978 – met een ‘gedwongen’ afrokapsel, “zo dun dat de zon erdoorheen scheen” – had hij alleen oog voor zijn familie. Hij trok in bij zijn oom en oma in Gliphoeve I, op nummer 209.


Accord schatert bij de afgebroken binnenstraat tussen Gliphoeve I (nu Geldershoofd) en Gliphoeve II (nu Gravenstein), waar een van zijn zusters destijds woonde. Hier maakte hij zijn eerste ‘faux pas’ door blootsvoets via de binnenstraat naar zijn zus te lopen. “Er werd schande van gesproken! In Suriname trek je na schooltijd makkelijke kleren aan en loop je buiten op het erf gewoon op je blote voeten. Een tante zei: in Nederland doen we dat soort dingen niet!”
Bij zijn oom en oma kwam Accord terecht in een warm Surinaams bad. Nederlandse mensen leerde hij alleen op het Spinoza Lyceum kennen. Het was de tijd dat zowel Gliphoeve als Surinamers een slechte naam hadden. Accord schaamde zich zelfs als hij zijn adres moest opgeven. “Mensen keken je dan echt aan van ‘zodirect gaat-ie z’n mes trekken’.” Maar ook hij verbaasde zich over het grove taalgebruik dat sommige Surinamers bezigden en over het vuilnis dat van zoveel hoog naar beneden werd gegooid. “Stond je op het achterbalkon en dan vloog er met veel geraas een bankstel langs je heen. Ik kende dat niet van Suriname. Net als in Nederland woonden de verschillende sociale rangen en standen daar niet bij elkaar in dezelfde wijk. Hier trokken alle Surinamers naar dezelfde wijk, dus je kreeg opeens te maken met een manier van leven die je niet gewend was.”
Maar in de flat van zijn oom was het heerlijk vertrouwd. De woning fungeerde als doorgangshuis voor familie die naar Nederland kwam, dus het was altijd druk en gezellig – én er was altijd eten. “Mijn oma kookte gewoon Surinaams, heerlijk! Ook in Suriname onbekende groenten als andijvie maakte ze op z’n Surinaams klaar, met een gebakken uitje en knoflook.”

Grauwe bakstenen
Via de kinderboerderij – waar destijds menige haan verdween om dienst te doen bij winti-rituelen – lopen we naar de Harriët Freezerstraat, waar Accord zich nog goed het sombere winkelcentrum Ganzenhoef herinnert (nu vervangen door het nieuwbouwproject Ganzenpoort). Surinaamse producten waren er wél te krijgen; voor het Surinaamse puntje kwamen mensen zelfs van heinde en verre. “Gaandeweg werd het hier minder. Toen de Nieuwmarkt werd schoongeveegd, kwamen al die junks hierheen. Maar tegenwoordig kun je hier weer heel mooi wonen.”
We slaan linksaf naar het vernieuwde metrostation Ganzenhoef – en de metro, dat wás wat. Toen Accord in de Bijlmer kwam te wonen, was het metrostelsel nog gloednieuw. Van de verloedering waar station Ganzenhoef later aan ten prooi viel, was nog geen sprake. Maar vooral is de metro Accord bijgebleven omdat deze tijdens zijn eerste Nederlandse winter een tijdlang niet reed wegens vorst. “Dus bleef ik thuis. Net als in Suriname: als het regent ga je niet naar school.”
Op het Amstelstation nemen we bus 15, die Accord langs veel “grauw” reed – dat dat de stijl van de Amsterdamse School was, realiseerde hij zich pas later. “Ik zag alleen maar het bruin van die bakstenen.” Tot overmaat van ramp was er ook geen muziek in de bus, zoals in Suriname. “Als de muziek je niet aanstond liet je de bus voorbijgaan en wachtte je op de volgende.”
De halte Olympiaplein voert ons via de Achillesstraat naar de Van Anrooystraat, waar het Spinoza Lyceum op nummer 8 is gehuisvest. Niet echt om de hoek van Gliphoeve, maar een van zijn zusjes had ook op het Spinoza gezeten, vandaar. Accord haalde er “op zijn sloffen” een havodiploma, mede dankzij de mulo in Suriname waar hij zeer goed onderwijs had genoten. “Mensen van mijn generatie die de middelbare school in Suriname hebben gedaan, zijn heel goed terechtgekomen, zoals politica Laetitia Griffith. In Suriname kreeg je echt mee dat je ambitieus moest zijn, dat proef ik minder bij Surinamers die hier de middelbare school hebben gedaan.”

Blinde vinken
Maar wennen was het wel. Al was het maar vanwege dat vrije Daltonsysteem, waarbij hij alles zelf moest uitzoeken. In Suriname had hij op een klassikale school gezeten, met een strenge hoofdonderwijzer (de vader van politica Elvira Sweet). “Daar moest je je vinger opsteken, hier moest je overal doorheen blèren, anders werd je niet gehoord. Ik was hier best stil. Ik moest mijn weg nog vinden en vond het overweldigend om tussen leerlingen te zitten die zo mondig waren tegenover leraren. Dat durfden wij in Suriname niet.”
Maar pas echt “vre-se-lijk” was de werkweek op Ameland. Het hele eiland moest rondgefietst (echte fietstochten zijn in Suriname niet gebruikelijk) en er was Hollandse pot – en ook dat was Accord niet gewend. “We kregen blinde vinken… Ik ben er pas later achter gekomen dat het geen dooie vogeltjes waren; ik vond het zó erg dat ze die blinde vogels ook nog eens opaten. Want dat rolletje leek echt op een vogellijkje. Ik lag ’s nachts gewoon te janken, ik wilde naar huis.”
Toch is het helemaal goed gekomen – en de school is heel bepalend gebleken. “Als ik naar het Augustinuscollege in de Bijlmer was gegaan, was ik misschien heel erg in die Surinaamse setting gebleven. Op het Spinoza zaten veel leerlingen met creatieve ouders, ik heb er een wijdere kijk op de wereld door gekregen.”

Tekst: Marcella van der Weg
Maart 2007