Hoe Albert Heijn Amsterdam veroverde

AH-affiche_kleinOp 14 januari 2011 overleed Albert (Ab) Heijn, kleinzoon van de oprichter van het gelijknamige bedrijf en de man die er een gigantische supermarktketen van maakte.
Sinds wanneer is dit van oorsprong Zaanse bedrijf eigenlijk in de hoofdstad actief en waneer begon het hier echt belangrijk te worden?
Nu op onze website: fragmenten uit een artikel in twee delen over ‘Levensmiddelenbedrijf in Amsterdam’ door Philippe Hondelink, eerder verschenen in Ons Amsterdam van december 1997 (‘Grutters worden grootgrutters’ ) en januari 1998 (‘Opkomst van de supermarkt’).

Albert Heijn (en andere 'grootgrutters' in Amsterdam

Op 14 januari 2011 overleed Albert (Ab) Heijn, kleinzoon van de oprichter van het gelijknamige bedrijf en de man die er een gigantische supermarktketen van maakte.
In Amsterdam blijft AH groeien. Het is niet meer weg te denken uit het stadsbeeld Maar sinds wanneer is dit van oorsprong Zaanse bedrijf in de hoofdstad actief en waneer begon het hier echt belangrijk te worden?

We citeren een paar fragmenten uit een artikel in twee delen over ‘Levensmiddelenbedrijf in Amsterdam’ door Philippe Hondelink, eerder verschenen in Ons Amsterdam van december 1997 (‘Grutters worden grootgrutters’ ) en januari 1998 (‘Opkomst van de supermarkt’):

‘ De eerste winkelketens
Aangemoedigd door het succes van collega’s uit andere branches (bij voorbeeld Vroom & Dreesmann) en verbruikscöperaties als Eigen Hulp en De Dageraad, gingen ook levensmiddelenleveranciers er toe over eigen filialen op te zetten. Zo begon Simon de Wit uit Wormerveer in 1888 een tweede zaak in de Laurierstraat, die overigens maar kort bestond. Van daaruit stichtte hij nieuwe filialen: tot de oudste behoorden Zeedijk 130 en Rapenburg 73En de Zaanse kruidenier Albert Heijn opende in 1895 een tweede zaak in Purmerend en de winkel in Alkmaar volgde een jaar later.

In 1898 zette Heijn zeer eerste schreden in Amsterdam, waar hij op het adres Haarlemmerdijk 32 een sigarenzaakje begon. De klanten kregen er lootjes die kans gaven op een rijwiel. In 1901 kreeg Amsterdam (net als Utrecht) de eerste echte Albert Heijn-zaak ‘in koloniale waren’. (Zo duidden de meeste grotere kruideniers zich toen graag aan): Dapperstraat 71 (nu Dapperplein 13). In 1902 volgden Delft. Den Haag en Rotterdam. Daarna opende Heijn in het hele land gemidddeld vier winkels per jaar. Niet alle zaken waren een succes: Haarlemmerdijk 32 ging in 1904 alweer dicht en in 1911 sloot de zaak in de Dapperstraat.
Met inmiddels meer dan tien filialen in de hoofdstad behoorde Albert Heijn hier weliswaar tot de groten, maar rond 1900 had de Brabantse firma A. Bluijssen, opererend onder de naam ‘Het Wapen van Asten’, al meer dan 130 ‘verkoophuizen’ in Nederland, België en Engeland. Jarenlang was het de grootste detailhandelsonderneming van Nederland, maar in 1907 ging de firma Bluijssen failliet.

Van Amerongen en VANA lang groter dan Albert Heijn
In Amsterdam werden beide bedrijven kort na 1900 overvleugeld door de firma W. van Amerongen G.Azn. Het in 1833 opgerichte eenmanszaakje van G.A. van Amerongen ‘in komenijswaren’, Nieuwe Leliestraat 28 (later 20), was uitgebreid tot een filiaalbedrijf en werd in 1911 omgezet in Nederlandsche Vennootschap v/h W. van Amerongen A.Zn, met als hoofdkantoor Prinsengracht 205. In 1914 had Van Amerongen 59 vestigingen, vooral in Amsterdam, en was toen het grootste filiaalbedrijf van Nederland. In dat jaar viel het bedrijf na een broedertwist uit elkaar: Ferdinand van Amerongen hield het bedrijf van vader Willem, zijn jongere broer Willem jr stichtte het nieuwe bedrijf VANA (= Van A.) In 1938 runde Van Amerongen vanuit het nieuwe hoofdkantoor Haarlemmer Houttuinen 92 en vier pakhuizen in totaal 91 buurtwinkeltjes, waarvan 65 in Amsterdam. De VANA, Stadhouderskade 80, telde dat jaar 69 Amsterdamse vestigingen. Daarmee waren de Van Amerongens de belangrijkste leveranciers van levensmiddelen in de hoofdstad. Ter vergelijking: in 1938 had P. de Gruyter & Zn. (begonnen in Den Bosch) in Amsterdam ‘slechts’ 40 vestigingen, en Albert Heijn maar dertien.
De winkels onderscheidden zich door prijzen en presentatie én soms ook door religieuze of politieke achtergrond. In verzuild Nederland wist je dat De Dageraad rood was’en De Gruyter rooms. (…) Albert Heijn trachtte het welvarende deel van het publiek binnen te halen door zijn assortiment: veel delicatessen en meer koffie dan thee. (…)

Zelfbediening(Red.: ) Na de oorlog kreeg de kleine levensmiddelenwinkelier het steeds moeilijker, beschrijft Hondelink in zijn vervolgartikel in Ons Amsterdam van januari 1997 over de opkomst van de supermarkt. Uitkomst brachtt het zelfbedieningssysteem, hier in 1950 geïntroduceerd door ex-melkboer Dirk van den Broek. De aarzeling van de filiaalbedrijven werd Van Amerongen fataal: in 1953 nam Albert Heijn alle 62 winkeltjes over. Na de zelfbedieningszaken volgden supermarkten, discounters en weidewinkels. Maar in hun schaduw komt de kleine speciaalzaak op.

Het zelfbedieningssysteem sloeg aan. Op 31 december 1958 telde Nederland 1026 ‘ZB-bedrijven’ (7,5% van het totale aantal detailhandelsvestigingen en eind 1963 waren het er al 4291. Het grootwinkelbedrijf keek aanvankelijk de kat uit de boom. Toen bleek dat de consument het systeem waardeerde, volgden Edah (1950), Simon de Wit (1951) en Albert Heijn en De Gruyter (allebei in 1952). De eerste AH-zelfbedieningszaak stond in Schiedam; ze had een voor die tijd zeer groot vloeroppervlak van 290 m2 en was ingericht met hypermoderne koelvitrines voor boter, kaas en vleeswaren. Amsterdam volgde kort daarop en in 1958 had deze firma al 100 ZB-zaken.

AH eindelijk de grootste
Albert Heijn, in Amsterdam altijd was ondervertegenwoordigd, zag in 1953 haar kans schoon en nam de kwijnende buurtwinkels van Van Amerongen over. Dit filiaalbedrijf had vergeefs getracht als zelfstandige keten overeind te blijven. Door de aankoop van die 62 Van Amerongen-zaken werd Albert Heijn in één klap het grootste filiaalbedrijf in Amsterdam.
Uit het zelfbedieningsbedrijf ontstond de supermarkt, waar het hele levensmiddelenpakket te koop is: ‘droge’ kruidenierswaren en verse producten (vlees, groente, zuivel en brood). Amsterdam had de pirmeur. De eerste Nederlandse supermarkt was in mei 1953 Suco, op de hoek van Kinkerstraat en Bilderdijkstraat, al hield die zaak het niet lang uit. Al in oktober nam Dirk van den Broek de zaak over.
Natuurlijk zat de concurrentie niet stil. Albert Heijn begon op 20 april 1955 in Burgemeester De Vlugtlaan 190 een winkel waar je ook voorverpakte groenten, fruit, tijdschriften en banket kom kopen. Veel groter nog waren de AH-supermarkten in de Helmholtzstraat in de Watergraafmeer (1962, 1600 m2) en in het winkelcentrum van Osdorp (1963; 3100 m2). Jarenlang hanteerde de gemeente, ter bescherming van de kleine middenstand, de regel dat in de binnenstad winkels niet groter mochten zijn dan 400m2. Nadat rond 1990 die bepaling was geschrapt sloeg Albert Heijn snel zijn slag. De grootste winkel in het centrum (2000 m2) werd de hypermoderne AH Food Plaza op de Nieuwezijds Voorburgwal. (…) In 150 jaar is de levensmiddelen-detailhandel onherkenbaar veranderd, gemangeld en er weer bovenop gekrabbeld. Gezien die dynamiek zal deze sector van het bedrijfsleven wel blijven voortbestaan. Maar in welke vorm wordt mede door u als Koning Klant bepaald.AH-affiche_klein