130 jaar Carre - tijdelijk in nieuwe Schatkamer van Stadsarchief

Carre reclameprentOp 9 maart werd in de monumentale voormalige bankkluizen van het Stadsarchief in de Vijzelstraat (ooit hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij en later de ABN) de vernieuwde Schatkamer geopend: een keuze uit de allermooiste archiefschatten!
Daar is ook steeds ruimte voor een tijdelijke expositie.  Tot 11 juni is die gewijd aan het roemruchte theater Carré, dat in 1887 (dus 130 jaar geleden) als circustheater een stenen gebouw kreeg aan de Amstel. Het Carré-archief is nu overgedragen aan het Stadsarcheif en daar voor iedereen toegankelijk.  
Bij de heropening van de Schatkamer en de opening van de Carré-expositie hield Carré-historica Mariette Wolf een juweel van een toespraak.  Lees die hieronder!

 

130 jaar Carré:  Stadsarchief koestert nu theatererfgoed

1.

Het zal op de kop af 7 jaar geleden zijn geweest, in maart 2010, dat ik in Carré werd rondgeleid door toenmalig directeur Hein Jens. Kort daarvoor had hij me de eervolle opdracht verstrekt de geschiedenis van Carré te boekstaven vooruitlopend op het 125 jarig bestaan van het theater in december 2012. Aan het einde van de rondleiding toonde hij me een kamertje tegenover zijn directiekantoor, niet veel meer dan een veredelde bezemkast. Hierin bleek het archief van Carré te zijn ondergebracht.

Een hokje van 3 bij 5 meter, tot de nok toe volgestouwd met papier. Het zag er niet uit, je kon er je kont niet keren, maar in de daaropvolgende tweeënhalf jaar zou ik deze bezemkast leren kennen als De Schatkamer van Carré.

In die ruimte – en later ook in een enorme decorloods in Sloterdijk– trof ik een schat aan bronnen aan:

  • honderden mappen met materiaal over voorstellingen, variërend van foto’s van circusartiesten en andere sterren, tot programmaboekjes, brandbrieven van en aan producenten en wanhoopskreten van niet uitbetaalde artiesten.
  • tientallen notulenboeken ook, knipselmappen en niet te vergeten een complete reeks recetteboeken waarin de administrateur in een oogstrelend handschrift vijftig jaar lang bijhield hoeveel kaartjes er per voorstelling waren verkocht.

2.

Toen de Carré-geschiedschrijving in december 2012 was voltooid, kreeg ik van Madeleine van der Zwaan, dat jaar aangetreden als directeur van Carré, het verzoek om advies uit te brengen over het archief. Dat was niet zo lastig. Omdat de geschiedenis van Carré onlosmakelijk is verbonden met die van Amsterdam, lag een overdracht aan het Stadsarchief voor de hand. Bovendien zijn ook de archieven van andere cultuurtempels als het Concertgebouw, de Stadsschouwburg en het Stedelijk Museum hier al langer ondergebracht, en beheert het Stadsarchief nog veel meer collecties die raakvlakken vertonen met het archief van Carré:

  • Zo liggen hier al veel langer honderden originele programma’s en affiches van Carré, vanaf de begintijd van het Circus Wilhelm Carré in 1867, toen het nog optrad in houten circustenten op het Amstelveld en andere locaties.
  • Of neem het archief van Artis, met daarin de levendige briefwisseling tussen Oscar Carré en Artis-oprichter Gerard Westerman, die getuigt van de hechte banden en de vruchtbare samenwerking tussen de dierentuin en het circus. Terwijl Carré met Artis kan beschikken over een tijdelijke stalling voor zijn olifanten, vormen de exotische logees van Carré een extra publiekstrekker voor de dierentuin.
  • En wat te denken van het archief van Wim Polak. Oud-burgemeester, maar bovenal: de redder van Carré. De affaire rond projectontwikkelaar Reinder Zwolsman, die Carré in 1963 in handen krijgt en 5 jaar later doodleuk aankondigt het theater te zullen slopen, was al uitstekend gedocumenteerd in het archief-Polak, maar is nu – in combinatie met de stukken uit het archief-Carré – nog beter te reconstrueren.

En zo kan ik nog wel even doorgaan met de dwarsverbanden.

 

3.

Kortom: de keuze voor het Stadsarchief lag voor de hand en gelukkig waren beide instellingen daarvan evenzeer overtuigd. In de zomer van 2013 werden daarom de 120 verhuisdozen met archief en de nog eens ruim 2.000 affiches hierheen getransporteerd. Aangezien er nog aanvullende financiering moest worden gevonden voor de conservering en de inventarisatie, bleef het geheel voorlopig onuitgepakt.

De jaren daarop bleef het – althans voor mij – stil rond het Carré-archief, tot ik een maand geleden bericht kreeg dat de collectie vrijwel geheel was beschreven en het Stadsarchief hieruit een kleine expositie voorbereidde. Ik was opgetogen over dit nieuws, en mijn euforie is de afgelopen weken alleen nog maar groter geworden.

Dat heeft alles te maken met de rondleiding die ik kreeg door de magazijnen waarin het Carré-archief inmiddels ligt te pronken: optimaal geklimatiseerd, strak in het gelid, keurig verpakt in zuurvrije mappen en dozen, geschoond van schimmels en andere ongewenste indringers, en … sinds vandaag: van A tot Z beschreven! In het geval van het voorstellingsarchief ook letterlijk: Van Acda en De Munnik tot en met de Jos Brink-musical Zzzinderella.

Mijn euforie nam nog verder toe tijdens de voorbezichtiging van deze geheel nieuw ingerichte en prachtig vormgegeven Schatkamer. Hier wordt de geschiedenis van Amsterdam verteld aan de hand van een schitterende serie iconische foto’s op de bovengalerij – van Jacob Olie via Cor Jaring tot en met hedendaagse fotografen – en 12 aansprekende verhalen, hier beneden in de wandvitrines: van het ontstaan van Amsterdam rond 1200 tot en met de meest recente stadsuitbreidingen. En niet te vergeten de 8 fraaie kofferkluizen, waarin historische animaties het verleden tot leven brengen.

4.

Het mooie is dat de eerste wisselexpositie over Theater Carré – die zich uitstrekt over de achterwand en 6 grote vitrines – een natuurlijk onderdeel vormt van de vernieuwde Schatkamer. Dat is niet zo gek, want zoals gezegd zijn Carré en Amsterdam innig met elkaar verbonden. Van de  12 verhalen in de wandvitrines zijn er dan ook verschillende die direct of indirect aan de geschiedenis van Carré raken, zoals die over Artis of de Wereldtentoonstelling.

Maar …. in deze Schatkamer is ook een minder voor de hand liggend aanknopingspunt met de geschiedenis van Carré verborgen. En daarmee doel ik op de opstelling over Vondelingen.

Deze opstelling illustreert de gevolgen van de bittere armoede in de eerste helft van de 19e eeuw. Een periode waarin per dag 2 tot 3 Amsterdamse kinderen te vondeling werden gelegd. De vitrine toont enkele hartverscheurende voorbeelden uit het vondelingenregister, afkomstig uit het archief van het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht, het latere Paleis van Justitie, dat 2 jaar geleden voor meer dan 61 miljoen euro in handen kwam van een Chinese investeerder, en dat momenteel wordt getransformeerd tot een super de luxe hotel. Het kan verkeren …   

Sommige vondelingen hebben een afscheidsbriefje meegekregen  waarachter een wereld van doffe ellende schuilgaat. Op 21 oktober 1808 wordt bij de meisjespoort van het weeshuis de zes maanden oude Johanna Tirset gevonden. Op het briefje dat haar vergezelt staat te lezen:

'In de naarste omstandigheid, in gebrek en behoeftigheid gekomen zijnde en de schrik voor de naderende winter, heeft mij in de bittere noodzaaklijkheid gebracht om dit kind niet meer te kunnen onderhouden, en gedwongen aan het huis over te geven. (...) God zegene en behoede zijn weldoener.'


Een enkele keer dragen vondelingen de helft van een doormidden geknipte speelkaart bij zich (waarvan de ouders dan de andere helft behielden) of een laatste ouderlijke raadgeving. Zoals de 8 maanden oude Cecilia Kroon, die de praktische instructie meekrijgt: 'met een vijg in de mondt is het schreeuwen van dit kind te stillen'.

Dat de vondelingen lang niet altijd baby’s zijn, bewijst de registratie van de twee zusjes:

- Anna van Attacom, oud 4 jaare en

- Betje van Attacom, 2 jaare, en is ziekelijk

Allebijde gereformeert gedoopt  

Hoe het Anna en Betje is vergaan weten we niet. Afgaande op de schrikbarende sterftecijfers in het overvolle weeshuis is er weinig reden tot optimisme. Hooguit 20% van de vondelingen bereikt de volwassen leeftijd, wat vooral voor de ziekelijke Betje het ergste doet vrezen.

5.

Nu wil het toeval dat de Nederlandse geschiedenis van de familie Carré met een soortgelijke wanhoopsdaad is begonnen. Gelukkig is de afloop hiervan wél bekend, én – zoals een échte circusfamilie betaamt – is hier wél sprake van een onwaarschijnlijk happy end.

In augustus 1830 besluit ook de straatarme en alleenstaande Adriana de Gast haar 6-jarige dochtertje Cornelia af te staan. Niet aan een weeshuis maar aan het kleine rondreizende circus van Christian Gärtner, in de hoop dat haar daar een betere toekomst wacht dan in de sloppenwijk waar zij opgroeit. Het is een wanhoopsdaad met grote gevolgen, niet alleen voor de ontwikkeling van het Europese circus maar ook voor die van het Nederlandse amusementsleven.

De kleine Cornelia groeit onder haar artiestennaam Kätchen uit tot een van de beste circusamazones van Europa, treedt in 1842 in het huwelijk met de Pruisische circustelg Wilhelm Carré en schenkt 3 jaar later het leven aan Oscar, de latere naamgever van het in heel Europa befaamde Koninklijk Nederlands Circus Oscar Carré, die Amsterdam tot zijn thuishaven zal kiezen en hier aan de Amstel in 1887 zijn stenen circuspaleis laat verrijzen.

Hoewel de plaats van handeling niet Amsterdam is maar Rotterdam, en de originele afstandsverklaring van Adriana de Gast niet hier wordt bewaard maar in het Nationaal Archief in Den Haag, moeten de eerste levensjaren van de gevierde circusdiva en de zusjes Attacom veel op elkaar hebben geleken. Het mag duidelijk zijn: Cornelia de Gast heeft geluk gehad … en wij met haar.

Het mooie van het Stadarchief is dat dergelijke grote en kleine mensenlevens en geschiedenissen hier worden gedocumenteerd en dat een ieder er vrijelijk in kan ronddwalen. Zonder al die archieven zouden wij de opzienbarende, droevige, vrolijke, beschamende en leerzame verhalen uit het verleden niet kunnen navertellen. Het is een groot goed dat ze hier, in deze instelling, in deze wonderschone Schatkamer worden gekoesterd.