Het Huis Kostverloren aan de Amstel

Dit is een van de 23 afbeeldingen die deze zomer (2016) op grote panelen Kostverloren Amstelte zien zijn op grote panelen langs de Amstel: een pracht-initiatief van de Stichting Beschermers Amstellan. Die oude schilerijen, prenten en tekeningen verbeelden het verhaal van de rivier en de groeiende stad.

Kostverloren (aan de westelijke Amsteloever iets voorbij de Kalfjeslaan) was een van de oudste buitenplaatsen rond Amsterdam. Rond 1420 stond hier al een 'begraven hofstede': een stenen hoofdgebouw omgeven door een gracht. Rond 1500 was Kostverloren in bezit van Jan Benningh Jansz, onder meer burgemeester van Amsterdam. Deze Amsterdammer met adellijke pretenties liet de 'kasteeltoren' met de vier trapgevels bouwen. De naam Kostverloren, die al in in 1510 op een kaart voorkomt, is vermoedelijk een verwijzing naar het feit dat het een geldverslindend bouwwerk was, omdat het voortdurend wegzakte in de slappe veengrond.

Toen Jacob van Ruysdael  dit schilderij maakte, was het huis al een ruïne.  Dat kwam waarschijnlijk door de vorming van de Middelpolder in 1629. Met de komst van betere molens daalde het grondwaterpeil en kwamen de funderingspalen droog te staan. Pas later in de 17de eeuw werd het huis als buitenplaats herbouwd, waarbij het onderste deel van de toren bleef bestaan. Dat bouwwerk werd in 1822 gesloopt.
In 1995 had grondeigenaar en aannemer Arie J. Bakker het wilde plan Kostverloren in 15de-eeuwse vorm te doen herrijzen, maar na fel protest van de buren (die komst van volle toeristenbussen vreesden) zag hij er twee jaar later van af.
Over Kostvetloren schreef Marius van Melle in april 1995 een uitvoerig (maar helaas nog niet gefigitaliseerd) artikel in Ons Amsterdam.