Uit het dagboek van kappersdochter Annie van Velsen (18)

18ad8f92-22af-4b67-135f-393212033bf5-3Zaterdag 15 juli [1916]
Elken dag is er weer wat anders waar ik me zenuwachtig over maak en ik voel dan ook dat als het zoo doorgaat ik er ziek van zal woren.
Juffrouw Annie is sinds Donderdag weer terug.
Vanochtend komt Juffrouw Dora mij vertellen dat Juffrouw Annie gisteren tegen haar gezegd heeft: De menschen hebben mij gebid en gesmeekt te blijven, maar ik kan anders nog wel betrekkingen krijgen waar ik veel meer kan verdienen.
Als het waar is dat zij dit tegen Juffrouw Dora gezegd heeft, dan is zij een groote leugenaarster,  want niemand heeft haar gesmeekt te blijven. En hierover moet ik nu juist opheledering vragen, lang geen prettiig werk, want zij zullen natuurlijk weer tegen elkaar op gaan spelen. Ik wou dat ik goed en wel uit al die soesah was! Ik ben er heelemaal zenuwachtig van geworden, van de week was het zoo erg dat ik waar Moe bij was ineens begon te huilen. Hoe er uit te geraken?

's Namiddags zes uur.
Met een bonzend hart begon ik tegen Jufrouw Annie over hetgeen Dora mij van haar verteld had. Zij beweerde echter het niet gezegd te hebben en Dora houdt vol dat zij het wel gezegd heeft. Wie te gelooven?  Ik zal Maandag eens aan Truusje vragen wie gelijk heeft, want die heeft alles mede aangehoord, toen dat gesprek gisteren gevoerd werdt.
Met Elly langs het Rembrandtplein gaande, zag ik Flip Mellenberg, die op het terras van Mille Colonnes zat  [Rembrandtplein 11-15; op foto tweede pand van links - red]; hij nam zijn hoed af toen hij mij zag en ik groettte volgens mijn gewoonte stug tereug.  Hij zal mij wel weer een mispunt vinden, waarom kon ik hem ook niet vriendelijk groeten?
Vandaag belde Mijnheer Croes mij op, om te vragen hoe het met ons ging. Hij zal denkelijk morgenmiddag komen, enfin, ik ben er dan toch niet, daar ik met Germaine naar Bussum ga, tenminste als het mooi weer is.

's Avonds half acht
Arnold is weer thuis gekomen, tot morgenavond. Onder het eten spraken wij over Yvonne en Madeleine, toen Arnold ineens zegt: Madeleine schijnt ook verloofd te zijn, want Yvonne schreef me over de de 'futur-fiancé de Madeleine': Camille.  Dus dat had ik wel goed ingezien, dat zij veel van haar neef hield. Ik misgun het haar helemaal niet, en ik zal vanavond voor haar bidden dat Camille behouden van het front terugkeerd, want ik kan me zoo voorstelen wat een angst ze voor hem moet uitstaan, maar heel even was ik toch een tikje jaloersch, ik dacht: en niemand heeft mij lief, maar dat was niet mooi van me. O God! Wanneer zal dat eens zijn?"