Stadsarcheoloog Gawronski: “Amstel is toch één echte rivier!”

Discussie over oorsprong Amsterdams ‘slagader’ kantelt weer

Amstel oude prent

Jarenlang hield hij zich buiten het debat, maar nu kiest hij in een interview met Ons Amsterdam (in ons zojuist verschenen  zomernummer) toch openlijk positie: prof.dr. Jerzy Gawronski, hoofd van de afdeling Archeologie van Bureau Monumenten & Archeologie, gelooft niets van de theorie dat het rechte stuk van de Amstel tussen Blauwbrug en Omval een in de 12de of begin 13de eeuw gegraven kanaal is dat twee natuurlijke stromen met elkaar verbond. En dat terwijl die gedachte steeds meer gemeengoed begon te worden…

Dat vermoeden is al in 1972 voor het eerst voorzichtig geopperd door de Wageningse bodemkundige prof.dr. Leen Pons, maar daarna weer in vergetelheid geraakt. Het uitvoerigst werd de theorie in 2008 uitgewerkt in het proefschrift van historisch geograaf dr. Chris de Bont. Daarmee meenden Pons en De Bont een verklaring te bieden voor het feit dat het stuk Amstel dat tegenwoordig de grachtengordel doorsnijdt zo opvallend recht is.

Oorspronkelijk zouden er twee natuurlijke riviertjes zijn geweest. Het noordelijke zou ergens bij het huidige Watergraafsmeer zijn ontsprongen en via het tracé van Rokin en Damrak i het Almere (voorloper van Zuiderzee en IJselmeer) zijn uitgemond. Het tweede zou is oorsprong vanaf de huidige Watergraasmeer zuidwaarts hebben gestroomd. De stroomrichting veranderde volgens De Bont nadat beide delen ergens tussen 1100 en 1200 door een kanaal werden verbonden.
In diverse recent verschenen boeken over de Amsterdamse geschiedenis (bijv. Fred Feddes, 1000 jaren Amsterdam; Bas Kok, Oerknal aan het IJ) wordt deze theorie als ‘nieuwe consensus’ beschouwd.

Gawronski stoelt zijn ongeloof op het uitvoerige archeologisch onderzoek van de Amstelbodem tussen het Centraal en het Muntplein dat hij kon uitvoeren tijdens de aanleg van de Noord/Zuidlijn, maar ook op boringen en peilingen die in de loop van de laatste halve eeuw door anderen werden uitgevoerd op andere plekken langs de rivier. Daaruit blijken verregaande overeenkomsten. Zo werden overal , ook in het zogenaamde ‘kanaal’, rivierklei-afzettingen gevonden met pollen van zilverspar en fijnspar, die erop wijzen dat de Amstel al ruim vóór 1100 één rivier was, die in rechtstreeks verbinding stond met de Rijn.
Nog belangrijker: oudste bodem van de Amstel bleek overal, dus ook tussen Blauwbrug en Omval, op een diepte van zo’n 10 meter te liggen. Die opmerkelijke diepte en trouwens ook de breedte maken het wel zeer onwaarschijnlijk dat het genoemde stuk een middeleeuws kanaal is.
Gawronski tegenover Ons Amsterdam: “Wat doen gravende mensen? Ze graven net zo diep nodig is voor de scheepvaart en meer niet; ze zijn wel gek! En je moet er natuurlijk ook goed gereedschap voor hebben. De 17de-eeuwse hoofdgrachten zijn drie meter diep en zo’n 20 meter breed. Maar bijvoorbeeld de Recht Boomssloot uit de 16de eeuw is maar half zo breed en zeker niet dieper. En dan zouden ze rond 1200 al een kanaal hebben gegraven van 10 meter diep en 80 meter breed? Kom nou!”

In het artikel wordt de hele geschiedenis van de Amstel gerecontrueerd vanaf het moment dat verschillende getijdegeultjes in het groeiende veenlandschap rond 1000 voor Christus een riviertje met een min of meer stabiele loop begonnen te vormen.