Uit het dagboek van kappersdochter Annie van Velsen (9)

"Zaterdag 24 juni [1916].
Gisteren avond riep ik Moe in mijn kamer om te laten zien waar ik mijn nieuwe engelsche gravure had opgehangen. Bij mijn schrijfbureau bleef ze staan om mijn inktkoker te bezichtigen. Een penhouder erop ziende liggen, nam zij deze op om te zien of er reeds met de pen geschreven was. Daarna vroeg zij mij: Zit er ook inkt in? en tegelijkertijd tilde zij het dekseltje van de inktkoker op. Zou zij vermoeden dat ik hier wel eens zit te schrijven? 
Enfin, qu' importe!
Volgende week Zaterdag is de maand verlof van [broer] Arnold al weer om. Zou hij mij nog eens vragen of ik mee uit ga? Ik hoop maar van wel, dat is voor mij toch weer gezelliger dan met Pa en Moe mee te gaan."