Uit het dagboek van kappersdochter Annie van Velsen, 1916-1924 (1)

Galerij 4Waarom, waarom spreekt hij me toch nooit aan?'

Hunkeren naar liefde: wie kent dat niet?  Hoop en wanhoop, zelfbedrog en ontnuchtering staan beschreven in dagboeken van talloze Amsterdammers van de laatste twee eeuwen. Alleen het decor wisselt.  Kappersdochter Annie van Velsen (1895-1984), niet deftig maar zonder financiele zorgen,  zocht haar Ware Jacob rond 1920 op de terrassen van De Kroon, Het Gouden Hoofd en Americain.
In juni 1916 begon zij haar dagboek. bewaard bij Atria, instituut voor vrouwenstudies, Vijzelstraat 20.  We citeerden er al eerder uit in Ons Amsterdam van oktober 1994. 
De komende tijd volgen we Annie zo'n beetje van dag tot dag, op onze website en Faceboekpagina.

Op 8 juni 1916 schreef Annie van Velsen (21)  de eerste regels in haar dagboek. "om mij zelf te leeren kennen"  en als remedie tegen de eenzaamheid.  Zij bleef schrijven (maar steeds onregelmatiger)  tot zij in 1924 de Ware Jacob gevonden dacht te hebben. 
Annie hield toezicht op het personeel van de chique kapperszaken van haar vader, Van Velsen Frères, in de Galerij 2-4 (van het Paleis voor Volksvlijt) en de Haarlemmerstraat.  De familie woonde boven de zaak in de Galerij  en was bepaald in goeden doen.  Net als haar ouders ging Annie bijna dagelijks uit, doorgaans 'gechaperonneerd' door haar broer Arnold. En in deze jaren zat ze op  zangles, dansles en zwemles en leerde fotograferen en autorijden, destijds dure liefhebberijen. 
Annie leefde in een afgeschermde wereld: over het Aardappeloproer in juli 1917, waartegen het leger werd  ingezet met twaalf doden en talloze gewoncen als resultaat, lezen we bijvoorbeeld geen letter in haar dagboek.  Wel klaagt ze dat met het oog op de energiebesparing de winkels vroeger dicht gaan....

 

"10 juni 1916, halftien 's avonds
Morgen is het weer zondag; ik hoop maar dat het mij meer zal amuseeren dan vandaag, och de zondagen zijn  voor mij nooit prettig, omdat ik geen vriendin heb, wel allerlei kennissen, doch  geen  ware vriendin, dat komt omdat dat niemand voor mij zo kunnen zijn, ik ben nogal lastig. En wanneer ik dan zoo alleen wandel of thuiszit, dan  zijn mijn gedachten nooit van ce vrolijkste, doch zooals ik al schreef,  niemand die dit aan me kan bemerken. "