Politie-inval in een 'speelhol' (april 1916)

Overtoom 31Een eeuw geleden was de Amsterdamse politie opmerkelijk gebeten op 'speelholen':  geheime adressen waar casinootje gespeeld werd. Regelmatig werden journalisten uitgenodigd van een actie daartegen getuige te zijn. Zo treffen we in De Telegraaf van maandag 17 april 1916 een uitvoerige reportage van een politie-inval in het cafe op Overtoom 31 (dat tot de demping in 1903 Vondelkade 31 heette). (Tegenwoordig zit hier Friday Next, interieurwinkel en restaurantje ineen.)

"Zaterdagnacht omstreeks kwart voor een werd door de Inspecteurs van politie Harrebomée. en Schröder, benevens eenige rechercheurs, een inval gedaan in café Neuf, Overtoom 31, daar men sinds eenigen tijd vermoeden koesterde, dat daar met de roulette om grof geld gespeeld werd. Dit zou niet plaats hebben in het café, maar in een lokaal, daar achter gelegen.
Toen de politie het lokaal binnentrad, verraste zij daar een gezelschap dat aan een tafel gezeten was. De politie nam eenig speelgerei in beslag, terwijl een vijftal personen verzocht werd haar naar het politiebureau Leidsche Plein te willen volgen. De heeren gaven hieraan gehoor.
Het verhoor der verdachten, dat geleid werd door inspecteur Harrebomée, duurde tot ongeveer half vijf in den morgen. De inval geschiedde zóó onverwacht en zóó stil, dat men in de naastbij gelegen cafés er niets van bemerkte. Het bewuste café werd terstond na den inval gesloten. 

Eerst Zondagmorgen vroeg was het verhoor, dat Harrebomée den vijf personen uit café Neuf dced ondergaan, afgeloopen. Uit de verhooren bleek, dat in genoemd café op een achterkamer op de eerste verdieping gespeeld werd en wel met de roulette. Een overtreding aldus van art. 254 bis W. v. S., dat het gelegenheid geven tot hazardspel verbiedt. Die kamer, boven het café gelegen, was tot speelzaal ingericht. De man die de onderneming op touw zette, is een zekere De G., van
beroep bediende in een der confectiemagazijnen hier ter stede. Openbaar was deze
speelgelegenheid begrijpelijkerwijze niet, maar er werd, zooals dat meestal bij
soortgelijke gelegenheden gaat, druk met invitaties gewerkt, waardoor men op de meeste avonden een vrij talrijk gezelschap bijeenkreeg. In den nacht van Zaterdag op Zondag, toen de politie de zaal betrad, waren er slechts vijf personen, waaronder De G., aanwezig. De andere bezoekers waren nog niet verschonen, zoodat hetvermoeden rees, dat zij bijtijds gewaarschuwd waren. Er werd op dat oogenblik niet gespeeld; maar een huiszoeking had tot resultaat, dat de roulette spoedig gevonden en in beslag genomen werd.

De G., in letterlijken en figuurlijken zin de raddraaier, bekende op 't politiebureau dat er op sommige avonden om geld gespeeld werd. Ook een der andere leden van het gezelschap gaf toe, dat meermalen door hem geldsommen waren ingezet. Er werd tegen deze vijf personen proces-verbaal opgemaakt, waarna ze's morgens huiswaarts konden keeren. Nog zullen door de politie gehoord worden de caféhouder en een kellner, die de consumpties in de regel boven bracht."