In memoriam Rob van Reijn (1929-2015): woordloos oneindig welsprekend

Rob van ReijnAfgelopen zondag 15 november overleed Rob van Reijn (86 jaar). Hij was de grootste pantomimekunstenaar die Nederland heeft gekend. In de Kerkstraat, waar zijn vader een bontatelier had, werd Van Reijn in 1929 – helaas met een hazelip, die een begeerde ‘gewone’ toneelcarrière verhinderde. Over zijn (Roomse) jeugdjaren vertelde hij in 2003 in onze rubriek ‘De vaste route’.
In 1950 richtte Van Reijn met Lizzy Sara May en Jan Bronk de Nederlandse Pantomime Stichting op en vanaf 1952 trad hij solo op. Zijn eerste bekende creatie was ‘Mannetje Maccus. In 1974 verwierf hij mede door de tv nationale roem met zijn voorstelling Exegese, een zeer geestige pantomimische weergave van het bijbelse scheppingsverhaal.

In 1979 begon hij op Haarlemmerdijk 31 zijn eigen Rob van Reijn Theater, dat helaas in 1992 door nieuwe bureaucratische regels van het gemeentelijk Grondbedrijf om zeep werd geholpen. ‘
In 2000 gaf hij zijn afscheidstoernee, al trad hij ook daarna incidenteel op, zoals op de Dag van de Zwembadpas (2001) en de Theo Thijssen Sport- en Speldagvan het Theo Thijssen Museum, samen met acteur Hans Dagelet. In 2000 publiceerde hij bovendien een historische roman over een 18de-eeuwse pantomimespeler: Voetlicht & vetpotten. Roman over Jan van Well in en om de schouwburg. Een kroniek van Amsterdam 1772-1818. (Hij vertelde er uitvoerig over in Ons Amsterdam van september 2000.) Daardoor raakte hij in de ban van de Amsterdamse geschiedenis, met name die van de oude omwalling. Dat leidde niet alleen tot het samen met OA-medewerker Maarten Hell geschreven boek De ommuurde stad. Langs de 17de-eeuwse bolwerken en stadspoorten van Amsterdam (2014), maar ook (al in 2011) tot plaquettes op de plekken van al die 26 verdwenen bolwerken. Op een daarvan, nu het Max Euweplein, vertelde Van Reijn er geestdriftig over op de Derde Dag van de Amsterdamse Geschiedenis. Want geestdrift tot op het laatst zijn handelsmerk, in combinatie met ontroering en humor.