"Een zee van haat": Amsterdam, 9 mei 1945

Op 10 mei 1945 schreef Tjerk de Boer (1909-2001), procuratiehouder bij de Algemeen Handelsblad, aan zij naar Friesland geëvacueerde vrouw en kinderen. Daarin dees hij verslag van de afgelopen weken in Amsterdam.
Op woensdag 9 mei was De Boer vanuit een raam van het Handelsbladgebouw op de Nieuwezijds Voorburgwal getuige van de afvoer van Duitse krijgsgevangenen. “Er waren weer duizenden menschen op de Voorburgwal. Toen de auto’s wegreden heeft deze menschenmassa zoo’n afschuwelijk geloei aangeheven, met zulk een schel en sissend geluid van wel 100 fluitjes, dat het me door merg en been ging. Hier werd een zee van haat afgereageerd.

Verder werden in de stad allemaal volksgerichten gehouden. Meisjes die met Duitsche soldatn hebben verkeerd werden ’s avonds ten aanschouwe van honderden buurtbewoners kaalgeknipt, waarna met zwarte lak of roode menie een hakenkruis werd geschilderd. Dinsdagavond was ik bij Arjan en Marie. Ik was er toen getuige van Mevrouw P., vlak naast hun, een dergelijk oordeel trof. Na de behandeling viel mevrouw flauw. Onze gehele buurt is nu van N.S.B. gezuiverd. Ze werden verschrikkelijk bespot en vernederd, echter geen handtastelijkheden.”
(Uit: Ons Amsterdam, mei 2010.)