Oud-eindredacteur Jan Wagener overleden

Daags na Sinterklaas verloor Ons Amsterdam een van zijn belangrijkste maar ook bescheidenste oud-redacteuren: Jan Wagener. In de jaren zeventig en tachtig speelde hij een centrale rol in de totstandkoming van ons blad.

In oktober publiceerde we nog fragmenten uit het oorlogsdagboek dat hij in 1944-1945 als 14-jarige bijhield en in de jaren tachtig al eens zelf in Ons Amsterdam vrijgaf. Contact met hem daarover mislukte tot onze frustratie: zijn laatst bekende adres in Osdorp klopte niet meer. Afgelopen zaterdag lazen we met schrik in Het Parool het 'familiebericht' dat hij op 6 december overleed, bijna 85 jaar oud.

Omdat hij toen 'in de Ziektewet' was, kon ik pas een paar maanden na mijn aantreden als hoofdredacteur in Ons Amsterdam met hem kennismaken. Een kleine, tengere, bebrilde man met een snorloos grijs ringbaardje. En met een 'Let maar niet op mij'-houding. Maar in de maanden daarna leerde ik hem indirect kennen, door bestudering van de door hem handmatig bewerkte kopij en zijn zeer betrokken correspondentie met auteurs en abonnees. Daarvan leerde ik veel.
Jan Wagener werd op 9 januari 1930 geboren in de Staatsliedenbuurt en groeide op in Betondorp. Hij bezocht in Watersgraafmeer de lagere school en later de HBS. Daarna werd Wagener corrector bij dagblad Het Vrije Volk, later medewerker reclame van platenmaatschappij Phonogram. In 1971 werd hij hoofdcorrector bij de Stadsdrukkerij Amsterdam (SDA). Dat deed hij goed en snel. Sterker nog: hij begon zich een beetje te vervelen. Enfin, de directeur van de Stadsdrukkerij wist nog wel een klusje voor hem, bij het gemeentelijke maandblad Ons Amsterdam, gewijd aan de geschiedenis van de stad. Dat werd door de Stadsdrukkerij gedrukt en zakelijk geëxploiteerd.
Ons Amsterdam was in 1971 zojuist gereorganiseerd, na de opheffing van de Gemeentelijke Commissie Heemkennis. Spil van het blad was de voormalige VVV-perschef L.C. ('Wiet') Schade van Westrum, een wandelende Amsterdam-encyclopedie en vermaard verzamelaar van prentbriefkaarten. Al een jaar of tien was hij in gemeentedienst, nu als perschef van het Amsterdams Historisch Museum. Hij had niet aan een universiteit gestudeerd, maar was als telg uit een gefortuneerd katholiek Amsterdams geslacht een man met flair. Bij het AHM had Schade ook de redactionele verzorging van Ons Amsterdam als taak. Hij heette eindredacteur/redactiesecretaris en voorzitter van de redactie. Die redactie bestond verder uit jonge academici (historici en kunsthistorici) in dienst van de Universiteit van Amsterdam en het Gemeentearchief, en ook de directeur van Stadsherstel. Zij droegen in een maandelijkse vergadering, onder leiding van Schade van Westrum, ideeën aan en becommentarieerden ingekomen kopij. Maar het dagelijks werk (redigeren, begeleiding opmaak, contact met auteurs en lezers) kwam op hem neer. En hij werd een dagje ouder. Omdat Schade het niet meer alleen aan kon, werd Jan Wagener in 1972 diens assistent, met de titel redactiesecretaris. In de praktijk deed hij steeds meer de bureauredactie. Schade beperkte zich tot het leggen van contacten en het in losse stijl voorzitten van vergaderingen.

Op de bres voor amateur-historici
Schade gaf Wagener een spoedcursus Amsterdam-kunde. Al de eerste dag nam hij hem mee naar de Nieuwendijk, waarover hij net een stuk had geschreven, en wees Wagener alle bijzonderheden. Het duo raakte zeer op elkaar ingespeeld.

In 1984 nam Schade om gezondheidsredenen afscheid. Wagener werd nu eindredacteur-redactiesecretaris. Net als Schade hield hij kantoor op de zolder van het museum, maar bleef in dienst van de SDA. Museummedewerkster Renée Kistemaker werd redactievoorzitter. De jonge intellectuelen in de redactie hadden moeite met de vaak langdradige, anekdotische stukken van de amateur-historici. Zij beschreven liever maatschappelijke structuren en brede ontwikkelingen. In de autodidact Jan Wagener vonden de oudere medewerkers en abonnees een pleitbezorger. "Zoals ik u destijds al meedeelde, is het schrijven van nieuwe artikelen door de 'oude generatie' bij ons blad een riskante aangelegenheid geworden. Andere tijden, andere maatstaven," schreef hij wat bitter aan een oudere medewerker. En: "Ik ben niet in de positie te gaan discussiëren met de wetenschappelijk geschoolden in de redactie."
In de praktijk ging Wagener, net als Schade, zijn eigen gang. Gelukkig maar, want anders hadden we het wellicht moeten doen zonder het heerlijke stuk van H.J.M. Roetemeijer over de geschiedenis van het rolschaatsen in Amsterdam (Juli 1972), waardoor ikzelf op het blad verliefd raakte.
Gekoesterd eigen geesteskind van Jan Wagener was de nieuwe rubriek 'Bewegend Amsterdam'. In twee, drie pagina's beschreef hij bijna iedere maand compact en precies opvallende recente veranderingen in het stadsbeeld, met foto's van toen en nu. Het was een eerste aanzet tot een wat actueler en journalistieker koers van het blad.
Zakelijk gesproken ging het in de jaren tachtig intussen niet goed met het blad. Terwijl het aantal abonnees sterk daalde (de eerste lichting haakte af; aan werving werd niets gedaan; iedereen kreeg tv en het aantal tijdschriften groeide explosief), bouwde de gemeente sinds 1985 in etappes haar jaarlijkse subsidie af. In 1988 gaven B&W de hele uitgeversverantwoordelijkheid aan de SDA, als troost voor de afschaffing van de 'gedwongen winkelnering' (het exclusieve recht van de SDA op gemeentelijk drukwerk). Het Amsterdams Historisch Museum, dat goeddeels buitenspel kwam te staan, en de zittende redactie waren er begrijpelijk niet gerust op. Zij vreesden vergaande commercialisering van het blad en afbraak van de inhoudelijke kwaliteit. Dus trad de redactie terug -- behalve Jan Wagener, die zich als SDA-personeelslid zo'n gebaar niet kon veroorloven en bepaald geen ruziezoeker was. Wel mocht het museum de eerste hoofdredacteur voordragen. Dat werd historicus/journalist Peter-Paul de Baar (ja, de schrijver van deze tekst).
Voor Jan, een gevoelig mens, waren het zware tijden. Hij raakte emotioneel vermalen tussen de strijdende partijen. Halverwege 1988 meldde hij zich ziek; een jaar later werd hij medisch afgekeurd. In de mooie 'uitlui' die oud-redactievoorzitter Renée Kistemaker schreef in het juninummer van 1989 sprak zij de hoop uit dat hij voor Ons Amsterdam zou blijven schrijven. Dat zat er niet meer in. Tegenover mij was hij er duidelijk over. Het was wel mooi geweest. Hij ging zich nu aan zijn andere hobbies wijden. En dat deed hij.
Maar mooi was het zeker. De kolossale toewijding van Jan Wagener heeft er in belangrijke mate voor gezorgd dat Ons Amsterdam in januari al aan zijn 67ste jaargang kan beginnen.

 

P.S.:  Heeft uzelf herinneringen aan Jan Wagener? Laat het ons weten! Stuur een e-mail aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.