Nieuws en nep-nieuws over 150 jaar Heineken

Heineken-plaatBierbrouwerij Heineken bestaat 150 jaar. In ons februarinummer vertellen we over het prille begin: de overname van brouwerij De Hooiberg in 1863 aan de Nieuwezijds Achterburgwal (nu Spuistraat) door de 22-jarige Gerard Heineken. 

Alle media doken sindsdien op de op 6 februari verschenen biografie van oprichter Gerard Adriaan Heineken: 'Gerard Heineken. De man, de stad en het bier', door Annejet van der Zijl (co-productie van uitgeveriijen Lubberhuizen en Querido).


Van der Zijls ‘onthulling’: Freddy Heineken was biologisch bezien geen kleinzoon van de oprichter en naamgever van diens bedrijf, want Gerard Heinekens eega ging vreemd met ene Julius Petersen. Nieuws? Ach, rond 1890 werd er in schotschriften al uitgebeid over geroddeld, erkende de schrijfster. Maar daarna wist niemand het meer. Onzin! Zowel in Barbara Smits bestseller over Freddy (Heineken. Een leven in de brouwerij, 1996) als het elders op deze pagina besproken ondernemerslexicon is het gerucht te vinden. Wel maakt Van der Zijl het nog wat aannemelijker: ook binnen de familie wordt er niet aan getwijfeld, zo blijkt. Wat maakt het uit? Hij kreeg  de familienaam en erfde het bedrijf dat hij tot een multinational maakte.
Dat er over Gerard betrekkelijk weinig persoonlijks bekend is, is misschien wel een geluk bij een ongeluk. Het bracht Van der Zijl ertoe zich niet tot een levensverhaal te beperken maar eigenlijk de geschiedenis van Amsterdams opbloei na 1850 te vertellen – met Heineken als leidraad: hij was lid van tal van besturen en commissies op economisch, sociaal en cultureel terrein En dat doet ze met veel zwier en oog voor detail. De onvermoeibare Gerard  krijgt intussen wel meer reliëf dan ooit. Al is zijn sociale betrokkenheid als ondernemer iets minder uniek dan de auteur suggereert. Ook vervalt zij te makkelijk in achterhaalde clichés als ze het Amsterdam van véér het optreden van Gerard typeert als “een moeras van stilstand en malaise”. Maar een mooi boek blijft het.

Was Gerard Heineken intussen wel zo’n geniaal zakenman als Van der Zijl denkt? In het zeer welkome lexicon Nederlandse ondernemers 1850-1950. Amsterdam zaait Bram Bouwens twijfel: Heineken had het tij mee en speelde er slim op in, maar: “Zijn financiële beleid is conservatief te noemen. Reserveren en  beperkte winstuitkeringen zijn in zijn ogen belangrijke uitgangspunten om de continïteit van de onderneming veilig te stellen en verdere expansie mogelijk te maken.” Bovendien:  “”Heineken ziet kwaliteit als het belangrijkste sellinggpoint: het bier moet zichzelf verkopen en aan reclame dient zo weinig mogelijk geld besteden worden.”

Des te benieuwder zijn we naar het  Grote Boek over 150 jaar Heineken van genoemde Bram Bouwens en Katja Sluyterman, beiden gerenommeerde academische bedrijfshistorici, dat in april gaat verschijnen bij Uitgeverij Boom: 150 Jaar Heineken. 

 Bezoek intussen vooral ook de prachtige tentoonstelling Heinekens Amsterdam in het Stadsarchief!