Amsterdam 100 jaar geleden, zaterdag 13 september 1913:

De koninklijke famile verblijft zoals ieder najaar weer een week achtereen in de hoofdstad. Vandaag bezoeken koningin Wilhelmina en prins Hendrik de Internationale Graphische Tentoonstelling Amsterdam (IGTA), het Hoofdbureau van Politie op de Oudezijds Voorburgwal en de Nederlandsch Hervormde Diaconesseninrichting aan de Overtoom, terwijl prinses Emma (moeder van de koningin) wordt ontvangen in kunstenaarssocieteit Arti aan het Rokin. 

 ’s Avonds zien de koninklijke hoogheden in de Stadsschouwburg het toneelstuk Nacht en Morgenrood van J.H. Schimmel. De volgende dag bericht het Algemeen Handelsblad: “H. M. de Koningin was gekleed in een licht, parelgrjs avondcostuum, laag uitgesneden en droeg den diadeem en de juweelen van het nationaal huldeblijk. De Prins droeg het admiraalsuniform. Bij het binnentreden van het Koninklijk Echtpaar in de schouwburgzaal rezen alle aanwezigen van hun zetels op en speelde het orkest het Wilhelmus. Vriendelijk neeg H. M. naar alle zijden en nam aan de zijde van haar Gemaal plaats in de smaakvol gedrapeerde Koningsloge.”
Het stuk van Schimmel gaat over de verdrijving van de Fransen en de aankomst van de toekomstige koning Willem I uit Engeland, eind november 1813.

"Bij het einde van het laatste bedrijf, als in Den Haag het 'oranje boven' weder zegeviert en de menigte het Wilhelmus zingend voor het huis van Van Hogendorp komt, rezen de Koningin en de Prins en alle aanwezigen van hun zetels op.  Nadat H. M. bij wijze van afscheid nog eene naar alle kanten genegen had en Prins Hendrik het militair saluut had gebracht, verliet het Koninklijk Echtpaar den schouwburg."