Amsterdam 100 jaar geleden, vrijdag 24 januari 1913:

De gezondheidszorg in Amsterdam (vooral voor 'minvermogenden' laat te wensen over. De beide gemeenteziekennhuizen (BG en WG) kunnen de toestroom van noodgevallen niet aan. Dat blijkt uit deze ingezonden brief in het Algemeen Handelsblad:

”STADSNIEUWS. 'n Ernstig feit. (Ingezonden.)
Hoe nijpend 't plaatsgebrek in onze stedelijke ziekenhuizen is, moge 't volgende geval aantoonen. Het spreekt voor zich. en behoeft niet door breede uiteenzettingen te worden verduidelijkt. Dinsdagmorgen j.l. word ik geroepen bij een patiënt, bij wien – zonder twijfel  – de diagnose acute heftige appendicitis [blindedarmontsteking – red. OA] kon worden gesteld. Patiënt (jongen van ± 15 jaar) behoort tot een groot gezin, zindelijk doch klein behuisd. Met 't oog op de hooge koorts en 't ernstige van het geval, acht ik spoed-opname en operatief ingrijpen noodzakelijk (ik zag patiënt binnen 24 uur na 't optreden der ziekte.) Ik telephoneerde den Geneeskundigen Dienst, doch men zeide mij, dat er nergens plaats was.

 

Ik telephoneerde daarna naar twee ziekenhuizen, doch tevergeefs: ondanks 't feit, dat ik voor patiënt opneming hoogst noodzakelijk achtte en zijn toestand levensgevaarlijk, kon ik zelf voor dit spoedgeval geen plaats krijgen. Intusschen trachtte ik langs den gewonen weg opneming te krijgen, doch  gelukte den volgenden morgen – Woensdag – evenmin, ondanks dat mijne diagnose op 't briefje aan den Gem. Geneesk. Dienst vermeld was. Ik behandelde patiënt thuis, dcch de termijn voor operatie verliep intusschen. Woensdagmiddag werd ik in allerijl geroepen, omdat patiënt stervend heette te zijn. Ik vond den jongen man niet stervend, maar toch zóó ernstig, dat ik 't noodig vond den pastoor te laten ontbieden. Des avonds ± 7 uur mocht ik in 't Katholieke ziekenhuis patiënt eindelijk opgenomen krijgen. Aldaar werd de toestand hoogst ernstig geacht, ook door den in consult geroepen chirurg, die thans geene operatie moer aandurfde. Eene buikvliesontsteking hoeft zich intusschen ontwikkeld en de toestand blijft levensgevaarlijk, al bestaat er nog hoop. dat die buikvliesontsteking gelocaliseerd blijft. Is dit alles niet afschuwelijk, als men bedenkt dat, zoo de opneming Dinsdag reeds had kunnen geschieden, de operatie direct had kunnen plaats hebben, met zéér groote kans van slagen (zooals mij de chirurg mededeelde.) Hoe lang moeten wij nog wachten op een nieuw ziekenhuis? En bewijst 't bovenstaande niet de behoefte aan eene dergelijke inrichting ?
Dankend voor de plaatsruimte
Dr. M. DE HARTOGH."