Zwarte Piet en Ivanhoe

Sint_Nikolaas_en_zijn_knechtZwarte Piet is voor de meeste Nederlanders een vertrouwde figuur, al is niet iedereen dol op hem. Ivanhoe is nog steeds een begrip voor de vijftigers en zestigers die een halve eeuw geleden op zaterdagavond keken naar de gelijknamige tv-serie met de bloedjonge Roger Moore (later James Bond en The Saint) in de titelrol. Literatuurkenners weten bovendien dat die serie was gebaseerd op een van de oudste historische romans, door Walter Scott geschreven in 1821.
Maar wat hebben Zwarte Piet en Ivanhoe in ’s hemelsnaam met elkaar te maken? Henk van Benthem (kenner bij uitstek van het Sinterklaaslied door de eeuwen heen) heeft daar boeiende ideeen over.

(Dit is een uitgewerkte versie van een deel van een rijk geïllustreerd artikel over drie Sint-Nicolaasliederen dat Van Benthem schreef voor de glossy Sint, dezer dagen nog in de kiosken.)


TEKST: Henk van Benthem

In mijn boek Sint-Nicolaasliederen (eerste druk 1991, zijn de liederen chronologisch geordend. Daaruit blijkt dat het lied ‘Zie ginds komt de stoomboot’ wezenlijke veranderingen markeerde in de manier waarop men het feest vierde. Dit lied vormt de opening van Sint Nikolaas en zijn knecht, een boekje uit 1850 met 16 gedichten en bijbehorende illustraties van de Amsterdamse schoolmeester en veelschrijver Jan Schenkman, vol humor, een combinatie van de toen heersende traditie met wat toen modern was. Vanwege het belang van dit boekje had ik het in zijn geheel in mijn boek opgenomen. Sindsdien hebben vele klazologen hierover gepubliceerd. (Zie o.a. Ons Amsterdam nov.-dec. 2009).
Nieuw bijvoorbeeld was dat Sint Nicolaas, voor het eerst zichtbaar als persoon, door een hele groep kinderen ontvangen werd. Het werd daarmee veeleer een aangelegenheid van de gehele burgerij en minder een individueel familiegebeuren.

Nieuw ook, was dat hij met een stoomboot kwam, toen een modern vervoermiddel van zeilen en machine-raderen. Al in de jaren ‘40 was er een vaste stoomboot-lijn Rotterdam-Londen.
Sint Nicolaas’ stoomboot arriveerde in de haven van Amsterdam, maar van waar vertrok hij; waar kwam hij vandaan? Uit Spanje. Waarom uit Spanje? Mogelijk omdat het 15de eeuwse gedicht ‘Het land van Cocagnien’ als volgt begint: Ver in zee bij West-Spanje, is een land dat heet Cokanje. Cocagne is Luilekkerland (denk weer aan De Génestets De Sint-Nikolaasavond). Sint Nicolaas komt niet rechtstreeks uit Luilekkerland, hoewel dat misschien niet eens zo heel onlogisch zou zijn, want op veel Nederlandse afbeeldingen en plaatjes is hij te zien op een paard met een grote zak lekkers, zonder dat er sprake is van ‘inkopen doen’. (Onwillekeurig moet ik denken aan het lied ‘Ego sum abbas Cucaniensis’ uit de Carmina Burana (13de eeuw) over de abt van Cucanje die met zijn broeders van veel drinken houdt.) Bij Schenkman bezoekt Sint Nicolaas eerst wel degelijk de middenstand; blasfemische nieuwigheid: de heilige doet zelf boodschappen. Een andere historisch fantasierijke verklaring is: Sint Nikolaas komt niet uit het verre Palestina of Byzantium, zoals de kruisvaarders na hun kruistocht, maar uit het nabije Spanje aan het andere uiterste van de Middelandse Zee (zie het lied van de blootvoet-monnik uit het hieronder geciteerde boek van Walter Scott). Met deze verklaring zou mogelijke de oorsprong van de zwarte knecht kunnen samenhangen.
Namelijk, nog een aspect dat nieuw is: Sint Nicolaas heeft een zwarte knecht. Genoemde klazologen hebben omstandig aangetoond dat zwarte bedienden in Nederland weliswaar zeldzaam maar niet onbekend waren; dat zij in de beste milieus al te vinden waren. En ook dat figuren die kinderen schrik konden aanjagen, boemannen, vooral in Duitsland, zwart geschminkt soms, niet onbekend waren. Maar op de vraag waarom onze Sinterklaas nu een zwarte knecht heeft, daarop geven zij geen antwoord. De ware en enig juiste verklaring lijkt mij de volgende (waarmee ik mij tevens meng in de actuele discussie ‘Kan Zwarte Piet vandaag de dag nog wel?’)
Ivanhoe_RMJan Schenkman was een bovenmeester en ik neem aan dat hij de in zijn tijd actuele literatuur gelezen had. Zeer populair toen was Walter Scotts Ivanhoe uit 1819. Het werd al gauw vertaald met als titel Ivanhoe of de terugkeer der Kruisvaarders,eerste Nederlandse uitgave in 1824, tweede in 1833, opnieuw vertaald en uitgegeven in 1850. Daarna, na het verschijnen van Schenkmans boekje, nog vele malen. Ook in het Duits verschenen vele uitgaven en (her)drukken. Scotts boek begint met de terugkeer in Engeland van ene Brian de Bois-Guilbert, ridder in de orde van de Tempelridders. Deze had in Jeruzalem de tempel verdedigd tegen de Saracenen in de tijd van sultan Saladin (natuurlijk in de fantasie van Scott). Als deze ridder na de derde kruistocht naar Yorkshire komt heeft hij in zijn gevolg (citaat) ‘twee bedienden met donkere gezichten, witte tulbanden en oosterse kleding. Zij droegen zilveren halsbanden en zilveren ringen om hun donkere armen en benen; de een had blote onderarmen en de ander was van de knie tot zijn enkel bloot. Van zijde en vol borduurwerk was hun kleding dat getuigde van de rijkdom en het aanzien van hun meester’. Toen ene Front-de-Boeuf een Joodse bankier gevangen hield en wilde afpersen (citaat) ‘betrad hij de kerker gevolgd door de twee Saraceense bedienden van de tempelridder. Deze zwarte slaven hadden hun prachtige kleren uitgetrokken en waren nu gekleed in wambuizen en broeken van grof linnen, de mouwen opgestroopt tot boven de ellebogen’. Geïnspireerd door Scotts beschrijvingen heeft Schenkman Sint Nicolaas een zwarte knecht gegeven. Niet in een prachtige oriëntaalse uitmonstering, maar in werkkleding, passend bij de Nederlandse zakelijkheid en bescheidenheid, tevens lijkend op matrozenkleding uit 1850.
Let op, lezer: welke functie krijgt die knecht? Thesaurier! Hij draagt de geldkist. Zoiets draag je niet zomaar aan een slaaf op, ook niet aan een slaafje of een kind. Saracenen waren de bewoners van Palestina en de landen daaromheen. Saladin, de sultan die ook in Scotts tekst genoemd wordt, was een Saraceens heerser. Saracenen hadden aanzien. Saraceense slaven waren bedienden met een onvoorwaardelijke trouw.

Rebecca_and_BrianEen schilderij van Leon Cogniet ‘Rebecca and Brian de Bois-Guilbert’ (1828l), nu in The Metropolitan Museum of Art, New York, laat zien hoe, als het kasteel van Front-de-Boeuf in brand staat, Rebecca, de dochter van de joodse bankier, en Brian de Bois-Guilbert, die dodelijk verliefd op haar is, wegvluchten. "Rebecca zat vóór een van de Saraceense bedienden op het paard. Niettegenstaande alle verwarring vanwege de strijd had Bois-Gilbert alle aandacht voor haar veiligheid." Hier valt nog eens goed op welk een belangrijke functie die Saraceense bedienden hadden: het allerliefste wat de tempelridder bezat vertrouwde hij toe aan zijn Saraceense knecht.

In de latere drukken van Schenkmans boekje veranderen de afbeeldingen van de knecht van Sint Nicolaas sterk. In de druk van 1865 is hij een veel jonger kereltje geworden, met een pofbroekje en een maillotje, in Vlieger-editie van 1907 een heuse neger met opvallend oogwit en rode lippen.
In dat opzicht is een ander fragment van Scott interessant: er komen in zijn Ivanhoe ook Afrikaanse negers voor. Personen van een totaal ander mensenras en oorsprong dan de Saracenen, en met een andere functie. Aan het einde van het boek wordt Rebecca verdacht van hekserij en veroordeeld tot de dood. Naast de brandstapel "stonden vier zwarte slaven van wie de kleur en de Afrikaanse trekken de toeschouwers, die hen stonden aan te gapen als waren zij demonen, angst inboezemden. Als zij een woord met elkaar wisselden deden ze hun dikke lippen (blubber lips) van elkaar en zag je hun enorme witte tanden (fangs), alsof ze grijnsden bij gedachte aan de komende gruwelijke gebeurtenis". Deze negers stonden niet model voor Schenkmans knecht; in Sint Nikolaas en zijn knecht komen Afrikaanse slaven niet voor. Het karakter boeman of schrikaanjager heeft Schenkmans knecht nooit gehad, integendeel, hij is de meest betrouwbare bediende aan wie je je kostbaarste bezit kunt toevertrouwen.

Met het verbieden vandaag de dag van de zwarte knecht ontneem je Sint-Nikolaas zijn meest betrouwbare schatbewaarder. Pas later, na Schenkmans dood in 1863, hebben uitgevers en boekjesschrijvers het beeld van de betrouwbare knecht veranderd in een grappenmaker, een lolbroek die de kinderen schrik aanjaagt. Eerherstel is nodig!

(Meer lezen over het 'Zwarte-Pietvraagstuk? Zie: http://www.onsamsterdam.nl/component/content/article/105-nummer-11-12-november-december-2009?start=3 )

Wilt u reageren? Stuur dan een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Wij spelen uw reacties dan weer door aan Henk van Benthem en vatten de interessants reacties samen onder dit artikel.