Wie waren de vorige 800.000sten? (En de 750.000ste?)

Weth_Polak_op_kraamvisite_Jan_Nauta_klnGisteren (30 november 2012) werd de 800.000ste Amsterdammer geboren. Volgens de gemeente is dat Alex Westerbos, geboren in het AMC, waar burgemeester Eberhard van der Laan hem liefdevol in de armen nam. Zijn ouders wonen in Gein.

Het is niet de eerste keer dat de grens van 800.000 inwoners werd doorbroken. Dat gebeurde al op 1 december 1939, maar dat werd pas een paar maanden later vastgesteld. En wie het was, zal eeuwig onbekend blijken. De grens werd namelijk doorbroken doordat de minister van Binnenlandse Zaken decreteerde dat 4595 vluchtelingen werden overgeschreven van het Verblijfsregister voor Vluchtelingen naar het Bevolkingsregister.

[Foto: Wethouder Ed. Polak feliciteert de moeder van Jan Nauta, de 750.000ste Amsterdammer, Korenbloemstraat 56, februari 1930. (Spaarnestad Photo.)]

In de Tweede Wereldoorlog daalde het inwonertal weer tragisch tot 771.661 in 1943. Na de bevrijding begon de 'babyboom' en op 7 februari 1947 waren er opnieuw 800.000 Amsterdammers. Maar "doordat de verwerking van de vele gegevens veel werk vergt" reconstrueerde het Gemeentelijk Bureau voor de Statistiek dat pas in april, en wie het feestvarkentje geweest was, viel toen niet meer vast te stellen.
In mei 1972 werd de grens opnieuw doorbroken, maar dan in neerwaartse richting, dus geen reden voor feest. (Het hoogte peil was bereikt op 7 februari 1958: 872.428 inwoners. Dieptepunt werd: 675.570 in 1985.).

Maar de komst van de 750.000ste Amsterdammer trok uitbundige nationale aandacht. Zorgvuldige telling leerde het Bevolkingsregister dat in de vroege ochtend van donderdag 3 februari 1930 er nog maar zeven geboorteaangiften ontbraken om de 800.000 vol te maken. Een hoge ambtenaar posteerde zich in het pand van het Bevolkingsregister aan het Singel en stelde vast dat Jan Nauta, aangegeven door zijn vader Frans Nauta, de gelukkige was. Die vader was een werkloze stoffeerder, vader van nu acht kinderen, die verklaarde dat zijn zoon woensdagmiddag ter wereld kwam in zijn woning Korenbloemstraat 56 in Noord.
Een verslaggever van het Algemeen Handelsblad, die er per taxi heengaat, stelt vast dat dat ongeveer het einde van de wereld is, en heel klein huisje in een verschrikkelijke gribusbuurt. De broodmagere moeder, met een zenuwtrek om de mond, blijkt nog geen geld te hebben voor een brief, maar die krijgt ze prompt cadeau van Woltering’s Meubileeringsmaatschappij, Nieuwendijk 235. Een reeks andere middenstanders volgt. De Fa. P.H.L. de Ridder in de Hartenstraat levert bijvoorbeeld een kinderwagen en slager J. van Tijn in de Van Woustraat stuurt veertien dagen achtereen een slagersjongen naar Noord op een biefstuk af te leveren.
De huisbaas schenkt de Nauta’s een week huur kwijt. Maar als wethouder Eduard Polak op kraamvisite komt, beperkt die zich tot felicitaties namens het gemeentebestuur.
En hoe ging het met Jan Nauta? We weten alleen dat hij een halve eeuw later, in 1980, nog leefde en woonde in de Makassarstraat.

[Foto: Wethouder Ed. Polak feliciteert de moeder van Jan Nauta, de 750.000ste Amsterdammer, Korenbloemstraat 56, februari 1930. (Spaarnestad Photo.)]

In mei 1972 werd de 800.000-grens opnieuw gepasseerd, maar dan in neerwaartse richting, dus geen reden voor feest. (Het hoogte peil was bereikt op 7 februari 1958: 872.428 inwoners. Dieptepunt werd: 675.570 in 1985.)

Maar de komst van de 750.00ste Amsterdammer trok zondermeer uitbundige nationale aandacht. Zorgvuldige telling leerde het Bevolkingsregister dan in de vroege ochtend van donderdag 3 februari 1930 er nog maar zeven geboorteaangiften ontbraken om de 800.000 vol te maken. Een hoge ambtenaar posteerde zich in het pand van het Bevolkingsregister aan het Singel en stelde vast dat boreling Jan Nauta, aangegeven door zijn vader Frans Nauta, de gelukkige was. Die vader was een werkloze stoffeerder, vader van nu acht kinderen, die verklaarde dat zijn zoon woensdagmiddag ter wereld kwam in zijn woning Korenbloemstraat 56 in Noord.
Een verslaggever van het Algemeen Handelsblad, die er per taxi heengaat, stelt geschrokken vast dat dat ongeveer het einde van de wereld is, en heel klein huisje in een verschrikkelijke gribusbuurt. De broodmagere moeder, met een zenuwtrek om de mond, blijkt nog geen geld te hebben voor een brief, maar die krijgt ze prompt cadeau van Woltering’s Meubileeringsmaatschappij, Nieuwendijk 235. Een reeks andere middenstanders volgt. De Fa. P.H.L. de Ridder in de Hartenstraat levert bijvoorbeeld een kinderwagen en slager J. van Tijn in de Van Woustraat stuurt veertien dagen achtereen een slagersjongen naar Noord op een biefstuk af te leveren.

De huisbaas schenkt de Nauta’s een week huur kwijt. Maar als wethouder Eduard Polak op kraamvisite komt, beperkt die zich tot felicitaties namens het gemeentebestuur.

En hoe ging het met Jan Nauta? We weten alleen dat hij een halve eeuw later, in 1980, nog leefde en woonde in de Makassarstraat.