Amsterdam zondagavond 13 oktober 1912:

Paniek bij de heer A.G., consul van van Perzië te Sofia, die om 20.35 uur aankomt op het Amsterdamse Station W.P. (Weesperpoort), voorbij het eind van de Weesperstraat. Bij het verlaten van het station merkt hij ineens dat hij een tasje mist met zeven bankbiljetten van 1000 Franse franc, veertien van 100 Duitse mark, een cheque van 20.000 shilling op een Engelse bankinstelling, en enige gouden jringen met zware diamanten. Hij doet meteen aangifte bij de politie, die snel een onderzoek instelt. Dat lucht op: de consul is niet bestolen; zijn tas is gevonden. Hij heeft die “terwijl hij in den spijswagen eenige ververschingen gebruikte” in zijn coupé laten staan. De conducteur die bij grensplaats Zevenaar de Nederlandse douanebeambte vergezelde, vond de tas onbeheerd en deponeerde diie bij de stationschef.