Amsterdam 100 jaar geleden, donderdag 15 augustus 1912:

Al weken lang is het een rotzomer, in het hele land. Koud (vandaag weer krap 15 graden) en veel regen. Volgens de Amsterdamse correspondent van de Leeuwarder Courant is het zelfs zo erg dat vele families die zich een verblijf in een pension in ‘de provincie’ of zelfs in Duitsland voortijdig terugkeerden. Hij vertelt over een Engelsman die op de Dam zó stijf in z’n eentje in de ijskou op het bovendek van rondtoerbus van Lissone (noviteit!) bleef zitten dat hij vraagt: “Ar joe bevroren?”. “Ooh, nooo!” is ijskoud het korte antwoord, na vertaalhulp van een omstander.