Fietsers heroveren Rijksmuseum-passage

Ondanks heftig protest van de directie van het Rijksmusem, en laat gesputter van stadsdeel Zuid, ging de veelbesproken onderdoorgang van het Rijksmuseum op gezag van B&W weer dag en nacht open voor fietsers.  En die genoten met volle teugen. De museumdirectie is minder blij. De discussie is bepaald nog niet verstomd.


Dat (zoals vaak verteld) bouwmeester Pierre Cuypers dat verkeer door de passage zelf graag wilde, is overigens niet waar. Hij
ontwierp de passage rond 1880 met tegenzin op nadrukkelijk verzoek van het stadsbestuur, als majestueuze toegang vanuit de binnenstad naar de nieuwe luxewijk die daar gepland was. Maar al in 1925 pleitte een verre voorganger van Wim Pijbes als directeur van het Rijksmuseum, F. Schmidt Degener, voor afsluiting van de onderdoorgang. Het museum had te lijden onder het zware autoverkeer, En ook toen al wilde hij in de passage een centrale ingang situeren. Maar voor een totale afsluiting voelde het gemeentebestuur niet. In 1928 waarschuwden B&W zelfs de museumdirectie dat een afsluiting “op groote tegenstand van het publiek zou stuiten en beschouwd zou worden als een onpopulaire daad.”  Maar sinds 1931 werden wel alle auto's uit de onderfoorgang geweerd.

Zo'n 85 jaar later was het niet anders. Directeur Pijbes zag en ziet in het weer toelaten van fietsers een gevaar voor zijn bezoekers en de beoogde 'grandeur' van zijn museum. De gemeenteraad  zag dat zo somber niet in en koos voor de traditie en het fietsersbelang. 

Lees hierover veel meer in het uitvoerige artikel van historicus Gijs van der Ham in Ons Amsterdam van mei 2000.