'Amsterdam' al in Steentijd bewoond!!!

PERSBERICHT
6 januari 2012

.Ons Amsterdam onthult:

‘Amsterdam’ was al in Steentijd bewoond

Al 4600 jaar geleden, aan het eind van de Nieuwe Steentijd, werd er gewoond in het gebied waar later Amsterdam ontstond. Dat blijkt uit het bodemkundig onderzoek onder leiding van stadsarcheoloog prof. dr. Jerzy Gawronski onder het Damrak en het Rokin tijdens de aanleg van de Noord-Zuidlijn.

Gawronski vertelt er uitgebreid over in het nieuwste nummer van maandblad Ons Amsterdam, dat vrijdag 6 januari verschijnt: ‘Door deze vondsten worden millennia toegevoegd aan onze geschiedenis’

In de bestaande overzichtswerken over de geschiedenis van Amsterdam begint het verhaal steevast rond 1200, toen aan de Nieuwendijk voor het eerst vaste bewoning ontstond, of al rond 1000, toen de eerste ontginners het drassige Amstelland introkken. Vaak wordt verondersteld dat in alle eeuwen vóór die tijd de grond hier veel te waterrijk was om bewoond te worden.

Daar denkt Amsterdamse stadsarcheoloog Jerzy Gawronski nu heel anders over. En wel vooral vanwege een aantal vondsten uit de bodem van het Damrak en Rokin, in vroeger eeuwen de monding van de Amstel. Die vondsten van zo’n 6 tot 12 meter diepte konden (tussen 2005 en 2009) worden gedaan dankzij de aanleg van de Noord-Zuidlijn van de metro. Om de metrobuis te kunnen leggen, moest hier tot ongeveer 30 meter diep worden gegraven, door de rivierbedding van de Amstel tot bodemlagen uit de laatste IJstijd, zo’n 100.000 jaar geleden. Dit bood geweldige kansen voor nieuwe archeologische ontdekkingen want een doorsnee-opgraving gaat zelden dieper dan een meter of vier. Sommige vondsten peuterden de archeologen ter plekke uit de bodemlagen. Maar het meeste kwam uit mechanisch opgezogen bagger, die over grote zeven werd uitgestort. Dat leverde 450.000 vondsten op. De inventarisatie daarvan is nog lang niet afgerond. Inmiddels is Gawronski wel genoeg zeker van zijn zaak om met deze conclusies naar buiten te treden.

Wat werd er zoal gevonden? De oudste objecten zijn een stenen strijdhamer en een hamer gemaakt uit een gewei (‘geweihak’) uit de laatste fase van de Nieuwe Steentijd, ongeveer 2600 voor Christus, in 2005 opgezogen vanaf 18 meter onder het straatniveau van het Damrak. Uit ongeveer 2200 voor Christus, zo’n beetje de grens tussen de Steentijd en de Bronstijd, dateren een hamerbijl uit het Damrak en een paar vondsten tien meter diep onder het Rokin: een scherf van een Veluwse klokbeker, een benen priem en botten van rund, schaap, geit, en varken, maar ook beer en bever.

Uit een en ander leidt Gawronski af dat ter plekke van de latere Amstelmonding of daar vlakbij prehistorische bewoning moet zijn geweest. Of er ook een rivier lag waar we nu Rokin en Damrak kennen is minder duidelijk. De bewoners waren het nomadische stadium van de ‘jagers en verzamelaars’ voorbij. Dat wil zeggen: noten en vruchten verzamelen, vissen en een beetje jagen dienden als aanvulling op de nieuwe hoofdbronnen van bestaan: akkerbouw en enige veeteelt.

Ook zaten er vondsten uit de periode daarna in de Amsterdamse bodem. Uit de Bronstijd 900 voor Christus dateren een lanspunt en een maalsteen, en ook uit de vroege middeleeuwen zijn er overblijfselen, in de vorm van aardewerk scherven. Deze resten, niet veel maar wel ter plekke in de bodem geraakt, duiden op een continue vorm van menselijke aanwezigheid en mogelijk bewoning van de Nieuwe Steentijd tot aan de vroege Middeleeuwen, zoals op veel andere plaatsen in Noord-Holland ook is aangetoond. Pas na ingrijpende landschapveranderingen onder invloed van stormen en overstromingen ontstond aan het einde van de 12e eeuw een plek aan de rivier de Amstel en het IJ met een nieuwe permanente nederzetting die zou uitgroeien tot de stad Amsterdam

Het januarinummer van Ons Amsterdam is voor € 6,– verkrijgbaar in vele boekwinkels en kiosken in Amsterdam en omgeving en telefonisch te bestellen op nummer 0522-855 330.

Voor meer informatie:
Peter-Paul de Baar, hoofdredacteur, tel. 020-305 36 56; 06-44 66 3046;