Amsterdam Museum heeft nieuw Collectiecentrum!

Collectiecentrum_AM_klnIn ons geliefde Amsterdam Museum (v/h Amsterdams Historisch Museum) is steevast maar zo'n 15 % te zien van wat het museum allemaal voor moois heeft. Zo valt er ook nog eens wat te wisselen. De rest was tot voor kort bijna geheim en beroerd opgeslagen op vier locaties. Dat is nu radicaal anders. Het hele niet geexposeerde bezit is nu samengebracht in een daarvoor ideaal gebouwd Collectiecentrum in Amsterdam-Noord. Daar kunnen onderzoekers van buiten straks ook objecten bestuderen. Maar alle basisinformatie is nu ook te vinden op internet , en zelfs via de I-Phone.

Mijn eerste werkplek als hoofdredacteur van Ons Amsterdam was een zolderkamertje van het (toen nog) Amsterdams Historisch Museum. Op mijn eerste werkdag leidde een 'huisgenoot' (AHM-PR-man Huub Glerum) me rond door het doolhof dat het voormalige Burgerweeshuis was en is. De depots in de spelonken waren zowel indrukwekkend als schrikwwekkend. Gut wat waren daar veel parchtige schilderijen, prentenm curieuze voorwerpen, historische japons en wat al niet te zien, op planken en hutje-mutje hangend aan uitschuifbare rekken. Maar voor dat uitschuiven moeten we ons wel steeds heel strategisch opstellen, want de ruimte was heel beperkt. Ook qua hoogte: om de haverklap stootte ik mijn hoofd aan verwarmingsbuizen.
En moet je nou eens zien, daar in Noord! Wat een vorstelijke zalen, met (bijna onzichtbaar) de modernste apparatuur voor de regeling van temperatuur. lichtvochtigheid en licht! Wat een heerlijke werkruimten met uitzicht op het IJ! Vanaf het oosten gezien is het een burcht, maar door de rode baksteen toch een stuk 'warmer' dan de witte of zilverkleurige blokkendozen waarin veel andere bedrijven op het voormalige NDSM-terrein zijn ondergebracht. Van voren heeft architect Wim Quist er juist een redelijk open gebouw van gemaakt. Daar bevinden zich de de personeelsruimten.
De openingshandeling liet museumdirecteur Paul Spies verrichten door zijn voorgangster Pauline Kruseman, en terecht: zij nam het initiatief voor de nieuwbouw, haalde - binnen de akelige aanbestedingsregels - Wim Quist binnen als ideale architect en wist nog net voor haar vertrek (en voordat het museum) werd verzelfstandig) de financiering door de gemeente rond te krijgen.