Vrijzinnige dominee stichtte 'Paradiso': ds. P.H. Hugenholtz (1834-1911)

Hugenholtz_010003033380v-_klnPrecies een eeuw geleden stierf ds. P.H. Hugenholtz, in 1877 grondlegger van de Vrije Gemeente, in het pand aan de Weteringschans dat we nu kennen als Paradiso. Als godsdienstduider was hij zijn tijd ver vooruit. Ter gelegenheid van zijn 100ste sterfdag citeren we een portretje van hem in het Ons Amsterdam-themanummer over religie, november 1993.









Petrus Hermannus Hugenholtz (1834-1911)

Stichter van de Vrije Gemeente

Poptempel Paradiso aan de Weteringschans, geopend in 1968 , is gehuisvest in een voormalig kerkgebouw. De continuïteit is groter dan ze lijkt, want het betreft niet zomaar een kerk. Het is het gebouw van de Vrije Gemeen­te, opgericht door de gebroe­ders Philip Reinhardt en Petrus Hermannus Hugen­holtz. En vooral P.H. Hurgenholtz stond in zijn tijd bekend als een charismatische maar bovendien zeer vrijzinnige predikant.
Deze Herman Hugenholtz werd op 31 juli 1834,dertien jaar na genoemde broer, in Rotterdam geboren als zoon van de predikant P.H. Hugen­holtz sr. In zijn studietijd raakte hij onder invloed van de modernistische theoloog C.W. Opzoomer, die geloof en wetenschap wilde verzoenen. Als predikant in Hoenderloo schokte Hugenholtz al in 1860 zijn kud­de door in zijn paaspreek de lijfelijke op­standing van Christus in twijfel te trekken. Via Leeuwarden werd hij in 1866 te Amsterdam beroepen. Daar maakte hij zich verdienstelijk alsbestuurder van de Vereeniging totVeredeling van het Volksvermaak, maar zijn onorthodoxe visies vie­len slecht. Zo noemde hij het christendom slechts een moment in de ontwikkeling vanhet godsdienstig bewustzijn der mens­heid en zag hij God niet als een persoon. In 1878 werd hij tot aftreden gedwongen. Op 3 februari 1878 vond de eerste dienst van de kersverse Vrije Gemeente plaats. In 1880 werd het door architect G.B. Salm ontworpen gebouw op de Weteringschans geopend. Broer Reinhardt was toen al naar Den Haag verhuisd. In zijn prediking onder­scheidde Hugenholtz zich onder meer door zijn levendige belangstelling voor niet-westersegodsdiensten. Behalve uit de bijbel las hij geregeld voor uit de koran en hin­doeïstische en boeddhistische geschriften. Een van zijn preken droeg als titel: 'Buddha of Jezus?' Het viel zijn critici nog mee dat hijeen lichte voorkeur had voor Jezus. - PPdB