Wie liet de ‘Sibbelwoningen’ bouwen?

Bijzondere arbeidershuisjes op de Hoogte Kadijk

Aan de zuidkant van de Hoogte Kadijk (84-162), tegenover de voormalige bierbrouwerij De Gekroonde Valk, staat een rijtje van ongeveer 40 charmante kleine arbeiderswoningen uit het begin van de 20ste eeuw. Onlangs werden ze gerestaureerd. De huisjes hebben een bijzondere geschiedenis.

Dat ze er nog staan is de danken aan de koppigheid van de bewoners, die al sinds 1978 zich verzetten tegen plannen (eerst van Woningbedrijf Amsterdam, daarna van Woonstichting De Key) om de destijds uitgewoonde huisjes te slopen en te vervangen door koophuizen en/of huizen met een veel hogere huur. Maar ere wie ere toekomt: het is ook te danken aan corporatie De Key, die uiteindelijk bereid bleek tot echt overleg. De huisjes werden niet afgebroken maar gerenoveerd. Het bleven huurwoningen, de bewoners die dat wilden mochten er vanuit hun wisselwoningen terugkomen en over de nieuwe huur werd een redelijk compromis bereikt. Onlangs werden de gerenoveerde woningen (inmiddels rijksmonument) opgeleverd. Feest in de straat! Authentieke details zoals de hardstenen trappen, gemetselde schoorstenen, smeedijzeren hekken en de oorspronkelijke tuinkamers zijn teruggebracht. Er is funderingsherstel uitgevoerd en de tuinen zijn gesaneerd.

De Sibbelwoningen dateren uit 1828; daarover is iedereen het eens. Maar wie liet ze bouwen? Daarover bestaat een hardnekkig misverstand. "In 1828 verrees aan de Hoogte Kadijk een rij huisjes die bestemd waren voor werknemers van de roemruchte bierbrouwerij De Gekroonde Valk," lezen we bijvoorbeeld op de website van buurtkrant De Eilander en ook op de website de Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad staat dat de brouwerij ze liet bouwen, net als in diverse wandelgidsjes. De doorgaans superbetrouwbare Historische Gids van Amsterdam (editie 1971, door H.F. Wijnman) meldt nog explicieter dat het een initiatief was van de sociaal voelende Willem Hovy, directeur van de brouwerij.

Maar nee, zo ging het niet, meldde ons onze abonnee Lo Witte, die al vele jaren gedetailleerd archiefonderzoek doet naar de geschiedenis van de Kadijken en Oostelijke Eilanden.

Wel is het waar dat zo'n anderhalve eeuw lang er ook heel wat brouwerij-arbeiders gewoond hebben. Maar met de bouw van de huisjes had De Gekroonde Valk niets van doen, zo blijkt.

Hoe ging het dan wel? Ten zuiden van de Hoogte Kadijk ligt nu de Laagte Kadijk, Die heette begin 19de eeuw nog Nieuwe Rapenburgerstraat; het water erlangs heette Nieuwe Rapenburgergracht. Hier stonden pakhuizen, een paar katoendrukkerijen en herbergen, en 43 arbeidershuisjes. Maar rond 1820 besloot de regering dat hier een groot Rijks Entrepot gebouwd mmeost worden met een hoge muur eromheen. Voor die muur, langs de gracht die nu Entrepotdok ging heten, moesten de huisje wijken. Tussen 1825 en 1827 werden ze opgekocht. Voor de herhuisvesting van die Nieuwe Rapenburgerstraatbewoners werden iets noordelijker de 'Sibbelwoningen' gebouwd, door de aannemersfamilie Sibbel, in opdracht van rijk en gemeente. In de kelders aan de straatkant was plaats voor kleine bedrijfjes; tot ongeveer 1975 werden die kelders nog apart verhuurd. Achter de huizen kwamen lager gelegen tuinkamers. De familie Moele werd eigenaar. Een klein deel van de huisjes, halverwege de rij, de nummers 108-122, werden in 1928 verkocht aan De Gekroonde Valk, die er een pakhuis neerzette. Zo, dat weten we nu weer.

Ten slotte: waar komt die naam 'Sibbelwoningen' vandaan? Lo Wite vermoedt verband met een familie Sebbelee, die een eeuw geleden panden in de buurt bezat. Maar er is een veel voor de hand liggende verklaring: in de jaren zestig waren ze eigendom van een weduwe Sibbel, die ze zwaar verwaarloosde, tot de gemeente ze omstreeks 1970 opkocht. Vóór die jaren komt de term 'Sibbelwoningen' ook niet voor,

PPdB

(Dit artikel werd niet eerder gepubliceerd.)