Mijn Amsterdam EXTRA: De vooroorlogse Hugo de Grootbuurt

Molen_Ottert_vd_Bijl_010122011399(Dit artikel werd niet eerder gepubliceerd.)

Als Henny Jansen-van Huystee (geb. 1927) terugkijkt op haar Hugo de Grootbeeld van haar jeugd, buitelen de herinnering over elkaar heen

Heel mijn lange leven heb ik in de Hugo de Grootbuurt gewoond.
Eén van mijn oudste herinneringen is dat er bij de tegenwoordige Beltbrug (ja, ooit was hier de gemeentelijke vuilnisbelt) een fabriek van schoolmeubels was, die in brand vloog.


Wat later, begin jaren dertig, nadat die Beltbrug gebouwd was, verrezen daar bij de Jan van Galenstraat de Centrale Markthallen voor groente en fruit. De groentemarkt aan de Marnixstraat, waar tuinders uit de Sloterpolder met bootjes hun groenten heenvoeren werd opgeheven.
De overdekte Markthallen werden in 1934 geopend met een grote tentoonstelling in de nog bestaande grote hal, de AMATO. Gebouw Marcanti aan de zuidkant van het terrein was de kantine voor de marktkooplui.
Een jaar daarop werd de volgende brug gebouwd. En ook bioscoop Het Hallentheater, bedoeld voor de bewoners van het toen nieuwe Plan-West.

In de winter kon je veilig schaatsen op het jarenlang ongebruikte en dan ondergelopen land, het voormalige kermis- en circusterrein dat nu Marcantilaan heet. In strenge winters (en die had je vroeger vaak) konden wij ook schaatsen op de dichtgevroren Singelgracht.
Er werden dan trappetjes gemaakt om vanaf de Nassaukade beneden op het ijs te komen. En natuurlijk waren er ‘koek-en-zopie-tentjes’. ‘Een cent voor de baanveger’ was de kreet van de man die de ijsbaan
Over die Singelgracht was vroeger een pontje, van die Nassaukade naar de Nieuwe Tuinstraat. Voor 1 cent mocht je overvaren naar de Jordaan; dat scheelde een stuk omlopen over de Raampoortbrug of de Zaagpoortbrug.

In de Frederik Hendrikstraat had je het Schoolkinderbad anno 1901; het gebouw staat er nog en is nu een gemeentelijk monument. Daar gingen kinderen o.a. uit de Jordaan klassikaal onder de douche. Bijna niemand had een douche of bad thuis.
In het Bilderdijkpark had je het katholieke kerkhof De Liefde, dat geleidelijk geruimd werd nadat het Sint Barbara-kerkhof aan de Spaarndammerdijk in 1893 gereedgekomen was. Op de Hugo de Grootkade was de Gereformeerde kerk, die afgebroken is voor verpleeghuis De Poort.

Een blikvanger was paltrokmolen De Otter uit 1631 aan de Kostverlorenkade (en de Gillis van Ledenberchstraat). In mijn jeugd stond ze er zonder wieken; die kreeg ze pas terug in 1996. Het was de houtzaagmolen van houthandel Van der Bijl en het wemelde er van de ratten.
En dan die wonderlijke van Reigersbergenstraat! Aan één kant de huizen die er nu al meer dan 100 jaar staan met achter gebouw De Reiger alweer een badhuis, waar ik als driejarige lekker gepoedeld werd.
Dan was er de gemeentelijke Stratenmakerswerf, waar o.a. straattegels, stenen, trottoirbanden en lantaarnpalen opgeslagen waren. En het houten Timmermanshuis, helaas ook afgebroken. De Stadsreiniging was er gevestigd. Het vuilnis werd per boot afgevoerd naar de verbrandingsovens van Centrale Noord, waar al sinds 1918 vuilnis in energie omgezet werd. Een deel van het haventje van de Stadsreiniging is nog te herkennen. Later kwam er het wegens zijn klantonvriendelijkheid beruchte CBH (Centraal Bureau Herhuisvesting), waar na de oorlog veel mensen vaak vergeefs om woonruimte kwamen vragen.

Nog altijd verbaas ik mij erover dat er zoveel bakkers,slagers en groentemannen waren;van elk drie of vier binnen enkele tientallen meters van ons huis. Slagersjongens op de fiets (ja,het vlees werd op bestelling thuisgebracht!) floten populaire liedjes. Ook kwamen er nogal eens draaiorgels en muzikanten langs.Onder de straatventers was er de man met de hoedendozen; we droegen nog hoeden. "Hoedendozen in alle maten en alle soorten" riep hij met nasale stem. De schillenboer,vaak een echte boer, kwam de schillen gratis ophalen voor zijn dieren. De vuilniskar, eerst met een paard ervoor, werd aangekondigd door een man met een ratel. Je mocht je vuilnisbak pas op het laatste moment buitenzetten. Het was een grote vooruitgang toen moderne kantelwagens hun intrede deden. Die konden het vuilnis gemakkelijk kiepen in de vuilschuiten.

Ach, zou ik nog vele bladzijden door kunnen gaan...

Henny Jansen-van Huystee